Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Paragraaf. Op Posted on 27 oktober, 2010by

Kinderen zijn kritische lezersKinderen zijn kritische lezers en ze ontwikkelen zich razendsnel. Moet je zelf kinderen hebben als je een goede tekst wilt schrijven voor lezers van pakweg 8 tot 14 jaar? Enne… wat te doen als je kinderloos bent?

Inlevingsvermogen en kennis van de doelgroep

Rare vraag eigenlijk: of alleen ouders en/of pedagogische professionals goede teksten kunnen schrijven voor kinderen. Het was Wim Daniëls die er met zijn boek Schrijven voor kinderen (2002) voor zorgde dat het vraagstuk bij mij in een soort gedachtenfuik terechtkwam. Tuurlijk niet, dacht ik in eerste instantie verontwaardigd. Stel je voor! Anders zou je getrouwd moeten zijn met een vrachtwagenchauffeur om een leuk artikel te maken voor de transportsector, of boerenzoon om over landbouwmechanisatie te publiceren! Bij publiekgericht schrijven gaat het toch ‘gewoon’ om inlevingsvermogen en kennis van het taalniveau van de doelgroep? Dat geldt dan toch zeker ook ‘gewoon’ voor de doelgroep kinderen?

Kinderen zijn kritisch

Maar toch, maar toch… schrijven voor kinderen luistert nauw. Ik durf te beweren dat het nauwer luistert dan een tekst voor welke volwassen doelgroep dan ook. Kinderen zijn immers volop in ontwikkeling, en die (taal)ontwikkeling gaat razendsnel. Schrijf je een tekst, fictie of non-fictie, voor kinderen van een bepaalde leeftijd, dan moet je wel raak schieten. Kinderen zijn kritische lezers. Eén (te) kinderachtig voorbeeld, en ze gooien je tekst aan de kant. En dat gebeurt ook als je over hun hoofden heen praat, bijvoorbeeld over een thema waar ze nog helemaal geen belangstelling voor hebben, of in abstracte grotemensentaal.

Spelen met ontwikkelingsniveaus

Natuurlijk kun je spelen met dat gegeven. Edward van de Vendel doet dat geweldig in Wat rijmt er op puree?, het kinderboekenweekgeschenk van 2005. Hoofdpersonen zijn Cas en Gus, een rappende tweeling van bijna twaalf. Ze hebben een raptekst gemaakt: ‘Meiden, je moet ze vermijden – Meiden, noodzakelijk kwaad […]’. En dan laat Van de Vendel hoofdpersoon Gus zeggen: “Dat is een van onze oude raps, we hebben er een hit mee gehad, op school dan. Alle jongens wilden er een cd’tje van, na de klassenavond van begin september. We kopieerden en kopieerden, ze gingen voor twee euro weg. Maar eigenlijk is de tekst nogal onzinnig. Nogal groep 7-achtig, uit de tijd dat we nog dachten dat meiden walvissen waren. Intussen […]”

IJkpersoon

Je moet dus goeie voelsprieten hebben om een rake tekst voor kinderen te schrijven. En: goed ‘voelmateriaal’. Toegegeven, een kind uit de juiste leeftijdsgroep in je omgeving is dan ideaal. Je eigen kind, een buurkind, een nichtje of neefje, een logeerkind… elk kind dat zichzelf durft te zijn in jouw bijzijn is een grote informatie- en inspiratiebron. Je ijkpersoon in levenden lijve! Je pikt bijna automatisch zijn of haar woordenschat op. En net zo belangrijk: je kunt op je gemak zijn of haar gewoontes observeren, en je maakt de hoogte- en dieptepunten van zijn of haar dagelijks leven mee. Kostbare ervaringen, waaruit je kunt putten zodra je je als (tekst)schrijver inleeft in je doelgroep. Alleen dan kun je dingen schrijven als:

“We zeiden maar niks tegen papa en mama. Ook niet over dat de hele klas had afgesproken op msn. We zaten wel met z’n achttienen in één chat, een record, denk ik! En opeens was er een plan voor vrijdagmiddag na schooltijd. We moesten toch iets doen om ervoor te zorgen dat zij – ze weet zelf wel wie ze is – na de herfstvakantie niet meer terug zou komen?” (Van de Vendel).

Je ziet: geen hip taalgebruik (dat is een valkuil in teksten voor kinderen), maar wél van deze tijd – of nou ja, van 2005 dan… nu had er waarschijnlijk ‘Hyves’ moeten staan in plaats van ‘msn’.

Tips

Kun je dus het schrijven voor kinderen wel vergeten, als je geen kinderen in je nabijheid hebt? Nee hoor, betoogt Daniëls in Schrijven voor kinderen: “Wie op een bankje in het centrum van de stad gaat zitten, kan in een paar uur al aardig wat indrukken opdoen. En wie eens naar een pretpark of gewone speeltuin gaat, komt ogen en oren tekort bij het observeren van kinderen.”

Hij heeft nog meer tips:

  • Een tijdlang de tijdschriften lezen die voor jouw doelgroep bestemd zijn, en dan vooral de ingezondenbrievenrubriek;
  • Rondneuzen op de sites van kindertijdschriften en zo mogelijk chatsessies volgen, waar kinderen vaak heel openhartig zijn;
  • Je verdiepen in de AVI-niveaus, om een beeld te krijgen van het technisch leesniveau van je doelgroep.

Ik voeg er nog een paar aan toe:

  • Medewerkers van bijvoorbeeld de Kindertelefoon interviewen (of een leerkracht, of de wijkagent of gewoon een vriend of collega die kinderen heeft): hoe gaat dat nou in de praktijk, wat zeggen ze letterlijk in zo’n situatie?
  • Je concepttekst laten lezen door een aantal kinderen uit je doelgroep en hun opmerkingen heel serieus nemen;
  • Maar vooral: in je eigen kinderhuid kruipen en je intuïtie volgen.

Het kind in jezelf

Pfff… gelukkig is Daniëls het met me eens dat veel kinderboekenschrijvers “de kennis van het taalniveau en het inlevingsvermogen intuïtief hebben, misschien simpelweg omdat ze zelf jong zijn geweest.” Neem Annie M.G. Schmidt, die veelvuldig beweerde dat ze “altijd acht gebleven” was. Neem Netty van Kaathoven, zomaar een schrijfster die op late leeftijd kinderboeken begon te schrijven. Zij zegt: “Ik ben gelukkig nooit echt volwassen geworden, dat helpt. Ook heb ik een theaterachtergrond, dus kost het me heel weinig moeite om in de huid van een kind, een hond of een verontwaardigde volwassene te kruipen – dat gaat bijna vanzelf.”

Adopteer dus het kind in jezelf, koester het, speel ermee, wieg het in slaap… Ga dan aan de slag. Leef je in en leef je uit. Wedden dat je ‘kinderkant’ herkend wordt door je lezers?

Reacties

Geen reacties over “Adopteer het kind in jezelf”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.