Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Universiteit van Amsterdam. Op Posted on 19 juli, 2013by

Ben ik een allochtoon?Ben ik allochtoon? Misschien heb je je dit ooit afgevraagd. Volgens het CBS ben je dat al met één in het buitenland geboren ouder. Vind je deze definitie passend? De gemeente Amsterdam schaft de termen af en vervangt ze naar Amerikaans voorbeeld door bijvoorbeeld Marokkaanse Amsterdammer. Hoe effectief is het om frames in beleid te veranderen?

Van gastarbeider tot allochtoon

Vanaf de jaren zestig werd arbeidsmigratie in Nederland belangrijk. Door de snelle industrialisatie waren er namelijk veel arbeiders nodig. Vanzelfsprekend moest er voor deze nieuwe inwoners beleid komen. Bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, scholing en zorg voor immigranten. Sinds de jaren zeventig verandert dit immigratiebeleid regelmatig.

De overheid gebruikt steeds andere frames voor buitenlandse inwoners. Naarmate het beleid verandert, passen beleidsmakers ook de woordkeuze voor immigranten aan. Door deze framing technieken kun je impliciet bepaalde aspecten uitlichten. Zo probeert Mark Rutte (hoewel op komische wijze) de risico’s van water te relativeren.

Framing Rutte

Framing zie je terug in het immigratiebeleid. Het beleid in de jaren zeventig benadrukt nog het tijdelijke aspect van het verblijf van immigranten. Niet voor niets heten zij in beleidsstukken ‘gastarbeiders’. Na de treinkapingen door de Molukkers eind jaren zeventig, richt het beleid zich meer op integratie met behoud van eigen cultuur. Hierbij staat het frame van ‘etnische of culturele minderheden’ centraal. Vanaf de jaren negentig ligt er meer gewicht op het sociaaleconomische aspect van integratie. De hoge werkloosheid onder arbeidsmigranten moet worden aangepakt. Hier wordt voor het eerst de term ‘allochtoon’ geïntroduceerd in beleidsstukken. Op dat moment is de term bedoeld als een neutraal begrip (Ham & Van der Meer 2012; 11-16  en Penninx 2006).

Neutraliteit

Neutraal is het begrip allochtoon niet meer. In de afgelopen twintig jaar is de tegenstelling tussen de begrippen autochtoon en allochtoon steeds scherper geworden. Het woord allochtoon is volgens Van der Haar en Yanow (2011) stigmatiserend geworden voor veel Nederlanders met een migratieverleden. Met een woord dat zo beladen is, moet je oppassen bij het schrijven van beleid. Met de verschillende frames in beleidsteksten wordt beleid mogelijk gemaakt, maar dit beïnvloedt ook de manier waarop de lezer de (politieke) realiteit ziet. In die zin is woordkeuze een onderdeel van framing in een beleidsvraagstuk.

Van der Haar en Yanow (2011) beargumenteren dat in beleidstaal stereotypen van etnische groepen zijn ingeslopen. Bij de tegenstelling allochtoon-autochtoon worden etniciteit en ras vervangen door geboorteplaats. Bovendien hebben de termen in de samenleving een negatieve connotatie gekregen. Het woord allochtoon wordt vaak geassocieerd met negatieve zaken als criminaliteit en geweld. De media die de beleidstermen overnemen spelen hier een grote rol in. Volgens Forum – het instituut voor multiculturele vraagstukken – is er nog steeds discriminatie van allochtonen bij sollicitaties. Zo waren in 2012 20% meer allochtone dan autochtone jongeren werkloos. Discriminatie zou daarbij een rol spelen.

Het woord allochtoon is geen neutraal begrip meer, maar impliceert volgens Van der Haar en Yanow een raciale categorie. Amsterdam benadrukt dat een tegenstelling gebaseerd op afkomst, niet past bij haar missie: rekening houden met álle Amsterdammers. In het beleid streeft de gemeente naar insluiting en niet naar uitsluiting.

Allochtoon?‘Hyphenation’

Olgun en Akel stelden daarom in 2010 voor om de termen allochtoon en autochtoon niet meer in beleidsstukken te gebruiken. De gemeente zou de termen onnodig veel gebruiken. Zo geeft het woord ‘allochtoon’ op de website van de gemeente 45 zoekresultaten en ‘allochtonen’ zelfs 181. Dit jaar gaat Amsterdam uiteindelijk over op het Amerikaanse ‘hyphenation’. Daarbij maak je een koppeling tussen de oorspronkelijke afkomst en huidige woonplaats: Asian-American. De Amsterdamse variant is dan bijvoorbeeld Surinaamse Amsterdammer of Marokkaanse Amsterdammer. Deze verandering in beleid is in Nederland niet nieuw. Den Haag schafte het woord allochtoon al in 2003 af. Daar spreken ze over migranten of bijvoorbeeld ‘Turkse Hagenaren’. Maar in veel andere grote steden is er eigenlijk geen specifiek beleid. In Utrecht spreken ze alleen over allochtonen ‘als het relevant is’. Vaak gebruikt de gemeente Utrecht specificaties als ‘Utrechter van Chinese afkomst’. In Rotterdam zien ze het nut niet van het noemen van afkomst. Er zijn geen specifieke afspraken over gemaakt.

Het dilemma van erkenning

Een opmerking bij de nieuwe beleidstermen is dat je bij een term als Surinaamse Amsterdammer juist nadruk legt op de specifieke afkomst. Als insluiting het doel is, waarom zou je dan niet iedereen onder dezelfde noemer brengen zoals in Rotterdam? De beleidsmakers in Amsterdam zeggen dat inzicht in afkomst nodig is om problemen aan te pakken die zich voordoen binnen een bepaalde etnische groep. “Als wij de criminaliteit onder Amsterdams-Marokkaanse jongeren willen blijven aanpakken, moeten wij weten waarom de criminaliteit onder deze groep relatief hoog is.” Ook kan beleid effectiever worden aangepast op een specifieke (etnische) doelgroep. “Zo weten wij dat 40 procent van Amsterdams-Turkse kinderen overgewicht heeft. Dankzij deze kennis kunnen we ook deze kinderen beter helpen.” (beide citaten: Olgun en Akel 2010; 3)

Frank de Zwart (2005) ziet bij het maken van beleid om ongelijkheid aan te pakken een dilemma van erkenning. Als beleidsmakers achterstand onder immigranten in de samenleving opmerken, moet het beleid daarop worden aangepast. Om ongelijke behandeling te voorkomen is doelgroepenbeleid noodzakelijk. Tegelijk benoem je hiermee wel de aanwezigheid van een aparte categorie die je eigenlijk kwijt wil, want in een ideale wereld is beleid voor iedereen gelijk. Neem het voorbeeld van overgewicht onder de Amsterdams-Turkse kinderen. Beleidsmakers van de gemeente Amsterdam willen overgewicht aanpakken. Hiervoor zouden ze bijvoorbeeld beleid kunnen voeren om gezond eten bij Turkse gezinnen te promoten. Het gevaar is echter dat Turkse gezinnen zich hierdoor gediscrimineerd voelen. Ze vatten het beleid dan op als afwijzing van de eigen Turkse eetgewoonten.

Reacties van beleidsmakers

Volgens De Zwart (2005) zijn er bij problemen in de maatschappij drie reacties van beleidsmakers mogelijk: aanpassing, ontkenning of vervanging.

Aanpassing

De eerste optie is aanpassing. Hierbij kun je beleidstermen aanpassen aan de problemen die in de maatschappij gesignaleerd zijn. Hierbij probeer je de politiek aan te passen op groepen die door de staat en de maatschappij algemeen geaccepteerd zijn. In je beleid neem je dan bijvoorbeeld Turkse kinderen met overgewicht als aparte categorie op, of bijvoorbeeld Marokkaanse vrouwen met een taalachterstand (als je in die groep een probleem signaleert). Dit lijkt een goede oplossing, maar volgens De Zwart worden hiermee juist de etnische scheidslijnen verscherpt. Alleen al omdat etnische groepen een andere naam krijgen in het beleid, benadruk je dat er twee verschillende groepen zijn.

Ontkenning

De tweede optie, ontkenning, is de problemen negeren door geen doelgroepenbeleid te gebruiken. Ondanks ongelijkheid tussen sociale of culturele groepen pas je dus geen apart beleid toe. In Frankrijk bijvoorbeeld is er geen specifiek minderhedenbeleid. Iedere burger mag meedoen, op voorwaarde dat hij de taal en cultuur van de staat overneemt. Zonder specifiek beleid voor de verschillende groepen kun je alleen geen problemen oplossen, als die zich alleen in die groepen voordoen. Frank de Zwart ziet ontkenning als beste optie, maar daar is geen overeenstemming over.

Vervanging

De derde optie is vervanging, waarbij je de beleidstermen aanpast, zodat deze omvattend blijven. Dit is een compromis tussen de andere twee opties. Het beleid is geconstrueerd om het accentueren van etnische groepen te vermijden. Toch is er wel beleid mogelijk om de ongelijkheid binnen die groep aan te pakken. Er is dus een sociale constructie bedacht. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de eerdergenoemde verandering in het immigratiebeleid. Zo werd allochtoon een verzamelnaam voor alle groepen immigranten.

Effectief?

De gemeente Amsterdam past met het invoeren van de Marokkaanse Amsterdammer duidelijk vervanging toe. De term allochtoon maakt plaats voor termen als Marokkaanse Amsterdammer. Zowel Frank de Zwart als Van der Haar & Yanow hebben twijfels bij het vervangen van frames in beleid. Maatschappelijk ervaren en ‘gevoelde’ categorieën in de samenleving duiken uiteindelijk toch weer op bij de beleidsuitvoering. Vervanging eindigt dus meestal weer in aanpassing. Daarnaast kan vervanging het maken van beleid juist moeilijker maken. Wanneer moet je nu wel en niet een bepaalde term gebruiken en wie spreek je ermee aan? Bovendien blijven bestaande categorieën vaak lang in de hoofden van de mensen bestaan. Vervanging is niet werkbaar volgens De Zwart (2005; 159).

Laten we even terugdenken aan de manier waarop arbeidsmigranten vanaf de jaren zeventig zijn geframed: steeds als er problemen waren en het beleid niet leek te werken, werd er gekozen voor een andere benaming in het beleid. Wat we zien is dat zodra er problemen (lijken te) zijn met een bepaalde etnische groep, de voorheen neutrale beleidstermen een negatieve connotatie krijgen. De gemeente Amsterdam kan dus voortaan uitgaan van Turkse en Poolse Amsterdammers, maar of dit ook echt leidt tot een beter beleid of een ander beeld in de samenleving? Jan Kuitenbrouwer formuleerde het  in zijn boek Heb ik iets verkeerds gezegd? – 15 jaar geleden maar niet minder waar – als volgt: ‘Het correct van gisteren is het incorrect van vandaag en het nieuw-incorrect van overmorgen’.

Wil je meer reacties op het nieuwe beleid horen, bekijk dan de discussie die AT5 hierover uitzond op at5.nl.

Verder lezen

  • Duyvendak, Jan Willem, & Scholten, Peter (2012). Deconstructing the Dutch multicultural model: A frame perspective on Dutch immigrant integration policymaking. Comparative European Politics, vol. 10 (3), p. 266-282
  • Haar, Marleen van der & Yanow, Dvora (2011). Allochtoon als metafoor en categorie. Over de handelingsimplicaties van beleidstaal. Beleid en Maatschappij, vol. 2, p. 160-178
  • Ham, Marcel, & Meer, Jelle van der (2012). De etnische bril. Categorisering in het integratiebeleid. Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
  • Kuitenbrouwer, J. (1998). Heb ik iets verkeerds gezegd?  Amsterdam: Uitgeverij Prometheus
  • Olgun, A. & Akel, I. (PvdA) (2010). Initiatiefvoorstel Vermijd de woorden allochtoon en autochtoon in officiële publicaties van gemeente Amsterdam. Gemeenteblad Gemeente Amsterdam, 17-11-2010
  • Penninx, R. (2006). Dutch immigrant policiesbefore and after the Van Gogh murder. Journal of International Migration and Integration, vol. 7 (2), p. 241-254
  • Zwart, Frank de (2005). The Dilemma of Recognition: Administrative Categories and Cultural Diversity. Theory and Society, 34, p. 137-169

Reacties

Geen reacties over “Allochtoon wordt Marokkaanse Amsterdammer”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.