Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van De Tekstkoning. Op Posted on 12 september, 2012by

Iphone stukDe telefoon is stuk en je kunt niet even langs bij de lezer. Dus je moet een tekst schrijven. Dat is goed, maar denk eerst na voordat je de pen of een ander schrijfapparaat aanraakt. Anti-schrijftip 2: Denk eerst na. Voor wie schrijf je? En welk effect moet de tekst hebben?

Eerst richten, dan raken

Je kunt nooit met 1 tekst meerdere doelgroepen bedienen. Dat is vaak geprobeerd, maar nooit gelukt. Iedere lezer heeft eigen voorkeuren. Iedere doelgroep heeft eigen belangen. Jongeren willen een andere tekst dan ouderen. Een volgens de projectleider ‘positieve ontwikkeling’ wordt niet altijd als ‘positief’ ervaren door bewoners. En om het compleet te maken gebruiken verschillende lezers tegenwoordig ook verschillende media.

Je moet richten om de lezer te kunnen raken. Omschrijf jouw doelgroep voordat je begint. Wie is het?

Weet wat je lezer zoekt

Schrijf je vaak voor dezelfde lezers? Zorg dan dat je een duidelijk beeld van jouw lezer hebt. Definieer een ‘ijkpersoon’. Dat is een fictief personage, maar geeft schrijvers wel een realistisch beeld van de lezer. Een ‘ijkpersoon’ sluit andere lezers niet uit, maar geeft houvast.

Dvd-boxOok jongens lezen de Flair of Viva, maar je ziet toch eerder een jonge dame voor je (30-plus of 30-min, met of zonder relatie). Je verwacht in de Playboy geen tips om je huwelijk spannend te houden, maar wel in de Libelle. De Volkskrant verkoopt dvd-boxen met moeilijke en vage art-house films. De Telegraaf niet. (En de films omschrijven als ‘moeilijk’ en ‘vaag’ is dus een beetje Telegraaf..)

Is jouw lezer vrouw, of toch vaker man? Wijn of bier? Volvo of Porsche? Enzovoorts.

Hoe scherper het beeld van jouw ijkpersoon is, hoe beter jij aanvoelt wat jouw lezer zoekt. En dat voorkomt dat je jouw lezer later overbodige informatie biedt. Je weet waar jouw lezer gevoelig voor is, en waarvoor niet.

Wat wil je bereiken?

Goed, je hebt een beeld van jouw lezer. De tweede belangrijke vraag is: Wat moet er gebeuren zodra de tekst de lezer raakt? Wat is het gewenste effect van de tekst? Leg dit vooraf vast. Als je weet wat jouw tekst ‘verkoopt’, dan kun je dat ook beter aangeven aan de lezer. Vergelijk het met de achterflap van menig boek. Daar staat duidelijk voor wie het is en wat het boek biedt. Bijvoorbeeld: ‘Met deze tips leert u om meer te zeggen met minder woorden’.

Een goede inleiding geeft aan voor wie de tekst is en wat het biedt. Bedenk dit als schrijver vooraf. Zodra je jouw lezer en het doel hebt gevonden, kun je de informatie richten. Wat moet erin? En in welke volgorde? Schrijf dat gerust op als een rijtje steekwoorden, maar ga nog niet schrijven.

Eerst 3 vragen

Voordat je begint met schrijven, stel je jezelf dus eerst 3 vragen. Heeft een tekst zin, of kan het beter anders? (Zie anti-schrijftip 1). Ten tweede: Voor wie schrijf je? Tot slot: Wat wil je bereiken? Denk daar eerst over na voordat je überhaupt begint. Anders wordt het eerst schrijven, dan wat schrappen, puzzelen, een beetje ombouwen en uiteindelijk gewoon de zoveelste slechte tekst.

In deze serie verscheen eerder:

 

Reacties

Er is één reactie over “Anti-schrijftip 2: Denk eerst na”

  1. […] vanuit de gedachte dat er te veel (slechte) tekst geschreven wordt. Nuttig! De tweede is net verschenen, en daaronder staan verwijzingen naar de eerste en een voorafgaande […]

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.