Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Sabel Communicatie. Op Posted on 24 juni, 2011by

EiIn dat geval zou ik deze kop niet mogen gebruiken. Want als je schrijft op B1-niveau, vermijd je uitdrukkingen. Verder vermijd je zinnen langer dan 10 woorden, tangconstructies en jargon. En zo is er nog een aantal regels dat zorgt voor een tekst die 95% van de bevolking begrijpt.

10 gouden regels

Voor tekstschrijvers en communicatieprofessionals is B1-schrijven allang geen nieuw begrip meer. Als tekstschrijver krijg je vast weleens de opdracht om een tekst op B1-niveau te schrijven. Er zijn tegenwoordig ook diverse bureaus die trainingen aanbieden over de ‘10 gouden regels’ van B1-schrijven. Na zo’n training kan elke jurist en elke verzekeraar heldere teksten schrijven. Maar is het echt zo simpel? Dan kunnen wij tekstschrijvers wel inpakken.

Kanttekeningen bij pleidooi voor heldere taal

Ik ben niet de enige die zich afvraagt of begrijpelijk schrijven in een paar regels te vangen is. Of het gebruik van een formule nu echt de oplossing is voor elke taalkwestie. Deze week publiceerde de Volkskrant een betoog van Neerlandici Eric Tiggeler en Rob Doeve. Zij plaatsen hun kanttekeningen bij het pleidooi voor heldere taal van BureauTaal dat op 16 juni in de Volkskrant verscheen. Volgens Tiggeler en Doeve lijkt het hele idee B1 vooral een commercieel concept, een merknaam. Het is geen ‘niveau voor heldere teksten’. De adviezen van BureauTaal zijn volgens de Neerlandici wel nuttig, maar dat wil niet zeggen dat álles B1 moet zijn. Ik kan niet anders dan het met Tiggeler en Doeve eens zijn. Ik pleit zeker voor duidelijke taal, maar de stelling dat elke begrijpelijke tekst op B1-niveau moet zijn, vind ik nogal kort door de bocht.

Poppetje dat een pen vasthoudtStandaard biedt houvast

Er is natuurlijk wel wat te zeggen voor een standaard voor begrijpelijke teksten. Aan de begrijpelijkheid van veel teksten van de overheid, verzekeraars en hypotheekverstrekkers valt nog genoeg te verbeteren (zie ook ‘Voorkom onbegrip, versimpel overheidscommunicatie’ van Caryn ’t Hart). En een standaard biedt houvast voor opdrachtgevers en tekstschrijvers. Een opdrachtgever geeft de opdracht voor een tekst op B1-niveau en iedereen weet meteen wat hij daarmee bedoelt. Hartstikke handig.

Toch betwijfel ik – net als Tiggeler en Doeve – of B1 nu echt het ei van Columbus is. Van mij hoeft dat hele B1-gedoe niet zo. Tekstschrijven is meer dan het toepassen van ’10 gouden regels’. Overigens past een goede tekstschrijver veel van die regels automatisch al toe, daar heeft hij toch geen formule voor nodig?

Wat vind jij?

Ik ben heel benieuwd naar de mening van de lezers van Tekstblog. Wat vind jij, als tekstschrijver of communicatieprofessional, van de ‘B1-formule’? Een goede manier om de begrijpelijkheid van een tekst te toetsen of een overbodige drang om elke tekst langs de B1-meetlat te leggen? Ik lees graag jullie reacties onder dit artikel.

Reacties

3 Responses over “B1: het ei van Columbus?”

  1. Patrick Tingen says: | 24/06/2011 om 13:57

    Ik ben geen professioneel tekstschrijver, laat ik dat voorop stellen. Ik schrijf wel eens een artikel voor ons personeelsblad of de website van de sportvereniging, maar daar houdt het mee op. Toch ben ik een voorstander van normaal en helder taalgebruik. Van wollige zinnen krijg ik alleen maar hoofdpijn. Als ik eerst al flink na moet denken wat iemand überhaupt bedoelt, wordt het sowieso moeilijk om erop in te gaan.

    Bureautaal heeft in zoverre een punt dat veel zaken nodeloos ingewikkeld worden gemaakt. Ik snap bijvoorbeeld ook maar weinig van mijn eigen hypotheekakte. Ik ben het wel met Tiggeler en Doeve eens dat het volstrekt onduidelijk is hoe je het B1-gehalte van je tekst moet meten. Juist omdat in het artikel van BureauTaal ook gesteld wordt dat je vage taal moet vermijden, maar HOE meet je dan de mate van concreetheid, nauwkeurigheid en begrijpelijkheid? Liefst tot 2 cijfers na de komma.

  2. @Patrick Tot twee cijfers achter de komma? Daar moet ik als tekstschrijver toch niet aan denken. ‘Sorry, deze tekst is niet geschikt. De B1-score is 4,73, terwijl die minimaal 5,00 moet zijn.’ Volgens mij gaat de discussie vooral over B1-schrijven als praktisch instrument, en niet over wetenschappelijk onderzoek naar begrijpelijkheid. Dus hoewel ik net als jij een voorstander ben van normaal en helder taalgebruik, denk ik dat wetenschappelijke scores het alleen maar onnodig ingewikkeld maken. Nog los van de vraag of het überhaupt mogelijk is.

  3. […] bestrijden, maar of de B1-systematiek een hulpmiddel daarbij is, waag ik te betwijfelen (zie ook ‘B1: het ei van Columbus’ door Annemieke van […]

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.