Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van CommuniCadans. Op Posted on 20 januari, 2012by

Het CCC-model voor tekstkwaliteit werd in 1996 gepresenteerd door Jan Renkema, bekend als auteur van de Schrijfwijzer en hoogleraar Tekstkwaliteit aan de Universiteit van Tilburg. In dit artikel kom ik tot de conclusie dat tekstkwaliteit voorlopig niet objectiveerbaar is. De zoektocht naar een methode die de kwaliteit van tekst aantoonbaar maakt zonder verlies aan artistieke, intuïtieve elementen gaat wat mij betreft nog door. 

Het CCC-model werd eerder op Tekstblog onder meer behandeld door Remco Verhezen in een artikel over tekstanalyse. Hij geeft daarin een overzicht van de 15 ijkpunten die zijn verdeeld over 3 categorieën en 5 factoren.

Het CCC-model voor tekstkwaliteit met de 15 ijkpunten, verdeeld over 3 categorieën en 5 niveaus (factoren).

Tijdens een workshop bij beroepsvereniging Tekstnet heb ik geleerd dat het model 3 functies heeft:

  • Je komt in gesprek met opdrachtgever over de kwaliteit van een tekst, verlangd (vooraf) en geleverd (achteraf).
  • Je kunt reflecteren op je eigen werk: het is een checklist voor je ‘buikgevoel’.
  • Je kunt je toegevoegde waarde beter aantonen en daarmee je tarief onderbouwen.

De pluspunten van het model:

  • Ik proef dat het model met toewijding is ontwikkeld, dit inspireert me.
  • Het model bevat een systematiek die een aanzet geeft tot kwaliteitsbeoordeling met de bovengenoemde functies.
  • Ik heb begrepen dat Renkema de 5 niveaus heeft gebaseerd op de klassieke oudheid, dat geeft mij vertrouwen in de zorgvuldigheid.

Totaalindruk

Door de workshop heb ik gemerkt dat een complete toepassing van het CCC-model vergt dat de tekst meer dan 15 keer wordt gelezen (eenmaal voor ieder ijkpunt en nog minstens eenmaal voor een totaalindruk). Daarnaast is een beoordeling nodig van al deze factoren, met een rapportage over de sterke en zwakke kanten van de tekst. Ik ben heel benieuwd hoeveel tijd tekstschrijvers aan het model besteden, of ze er uitgebreid met hun opdrachtgever over praten en of die opdrachtgevers wel uit de voeten kunnen met termen als genrezuiverheid en voldoende samenhang. En als het niet de bedoeling is om het model met de opdrachtgever te bespreken, hoe zorg je dan dat diens wensen naar het model worden vertaald?

Emotie

Door al deze rationele aspecten zou je bijna vergeten dat er ook nog een emotionele kant aan het verhaal zit. Lezers kijken heel anders naar de tekst dan de opdrachtgever, ze beslissen vaak onbewust of de boodschap wordt aanvaard en omgezet in gedrag. Terwijl dáárin uiteindelijk de kwaliteit van de tekst tot uiting komt.
Verder waren er tijdens de workshop lange discussies over de voorbeeldteksten met conclusies in uiteenlopende richtingen. Dit vertelt mij dat tekstkwaliteit voorlopig geen hard gegeven is. Wel kan het model helpen om elkaars oordeel te begrijpen, wat een voorwaarde is om tot overeenstemming te komen.

Wat ik verder mis in het model:

  • Specificaties van de opdracht, zoals lengte, aanleverdatum, budget en boodschap.
  • Het inhoudelijk resultaat: gewenste kennis, houding en gedrag van de lezer.
  • De  uitgangssituatie (bestaande kennis, houding en gedrag) valt natuurlijk wel onder de categorie Correspondentie, maar voldoen aan dit criterium betekent dan een ‘gepaste formulering’. Dit lijkt te duiden op een verantwoordelijkheid van de tekstschrijver, terwijl het soms juist de opdrachtgever is die weet wat er leeft bij de lezer, zeker bij de eerste opdracht. De tekstschrijver heeft informatie nodig over de voorgeschiedenis, zoals een langdurige reorganisatie die veel weerstand heeft opgeroepen. Zelfs als het de bedoeling is om alle gevoeligheden te vermijden, is kennis van de context een voorwaarde voor een kwalitatief goede tekst. Daarnaast bestaan ook niet-inhoudelijke kenmerken van de lezer die van belang kunnen zijn, zoals leeftijd, mediagedrag, normen en waarden. Deze vallen vast ergens onder Correspondentie, maar mij is niet duidelijk op welk van de 5 niveaus.
  • Ook mis ik richtlijnen om de ijkpunten te vertalen. Enerzijds gaat het dan om instructies van de opdrachtgever (bijvoorbeeld: hoe spelen we in op gevoeligheden bij een reorganisatie?) en anderzijds om de behoeften van de lezer (bijvoorbeeld: wat is een gepaste formulering?).
  • Omdat het model alleen ingaat op het tekstuele eindresultaat, mis ik aandacht voor het proces waarmee dit wordt bereikt en voor de vraag hoe wordt vastgesteld of aan de ijkpunten wordt voldaan. Tijdens het schrijfproces moeten keuzes worden gemaakt, zoals inhoudelijke prioriteiten en het weergeven van gevoeligheden. Hier toont zich de professionaliteit van de tekstschrijver en dat gaat nog beter wanneer de uitgangspunten voor deze keuzes duidelijk en bewust gekozen zijn. Om vast te stellen of aan de ijkpunten wordt voldaan, is een specificatie hiervan nodig en overeenstemming over de wijze waarop dit wordt onderzocht.

Wat kan beter?

Om het model aan te vullen heb ik de volgende suggesties:

  • Toevoeging van een 4e categorie Context, waarin plaats is voor emoties, voorgeschiedenis, referentiekader en verwachtingen.
  • En ik zou ook wel een 5e categorie willen zien: Continuïteit van de relatie tussen lezer en opdrachtgever, met onder meer een beschrijving van bestaande en gewenste kennis, houding en gedrag.
  • En een 6e categorie: Continuïteit van de relatie tussen tekstschrijver en opdrachtgever, met elementen als aanleverdatum, lengte en budget.
  • Een werkwijze om te voorkomen dat het abstracte begrip tekstkwaliteit wordt uitgesplitst in een aantal abstracte deelbegrippen, door elk ijkpunt te voorzien van concrete criteria. Hoe stel je bijvoorbeeld vast of de formulering en de presentatie gepast zijn? De kwaliteitsmeting kan efficiënt gebeuren door de opdrachtgever vooraf te vragen welke (5?) ijkpunten het belangrijkst zijn en vervolgens daarop te focussen bij de uitvoering van de opdracht en de bespreking of deze aan de verwachting voldoet. Dit afgezien van de professionele criteria die een tekstschrijver aanlegt, zoals het hanteren van taalregels en genreregels, een goed tarief en natuurlijk een goede omgang met geïnterviewden.

Conclusie

Het begrip tekstkwaliteit is nog niet objectiveerbaar, al zet het CCC-model wel een bemoedigende stap in die richting. Uitwerking van de methode is nodig om te zorgen dat het instrument praktisch bruikbaar is en meetresultaten geeft die valide en relevant zijn.

Verder lezen:

 

Reacties

Geen reacties over “CCC is nog geen ABC”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.