Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Universiteit Utrecht. Op Posted on 16 september, 2010by

Als taalprofessional, zoals journalist of tekstschrijver, heb je veel invloed op de manier waarop nieuws Nederland ingebracht wordt. In een ideale situatie zijn schrijvers daarom altijd objectief, en laten zij hun eigen mening niet doorschemeren. Niet altijd eenvoudig. Taalprofessionals kennen regelmatig – onbedoeld en onbewust – een bepaalde waarde toe aan mensen en organisaties waarover zij schrijven en staan niet stil bij de gevolgen daarvan.

“Circa veertig mensen wisten uit het brandende toestel te ontkomen. Van hen zijn er vijf slecht aan toe, meldden artsen. Meer dan 60 procent van hun lichaam is verbrand. Onder de gewonden zijn twee Nederlanders: de 29-jarige Brent Boerkamp uit Arnhem en zijn 23-jarige vriendin.” (ANP, 19 september 2007)

Valt je niets op? Dan ben jij een goed voorbeeld van de invloed die taal op beeldvorming kan hebben. Want je kunt je bij het lezen van dit fragment heel veel dingen afvragen. Waarom wordt de vrouw omschreven als ‘de vriendin van’, en de man niet als ‘de vriend van’? Waarom krijgt de man in dit artikel een naam, en de vrouw niet? Wat maakt de woonplaats van de man relevant, als die van de vrouw dat blijkbaar niet is?

Door de man uitgebreid te beschrijven en de vrouw af te doen als ‘zijn vriendin’, verheft de lezer de man onbewust tot belangrijkste personage van het verhaal. Terwijl daar geen reden toe is: beiden zaten in het vliegtuig, beiden zijn gewond. Beiden zijn dus even belangrijk voor het verhaal.

Een ander voorbeeld:

“Voordat uw kind op een huis gaat bieden, is het verstandig te onderzoeken hoe de financiering geregeld moet worden. […] De kans is aanwezig dat uw zoon in aanmerking komt voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). (fd. persoonlijk, 21 augustus 2010)”

Doordat de journalist alleen de zoon noemt, blijft de lezer ervan uitgaan dat mannen normaal gesproken degenen zijn die huizen kopen. Een beeld dat in onze maatschappij – onbewust én onterecht – al overheerst, en hiermee nog eens impliciet bevestigd wordt. Een heel plausibele oplossing zou zijn geweest om in plaats van zoon ‘kind’ of ‘zoon of dochter’ op te schrijven.

Seksistisch taalgebruik

Bij bovenstaande voorbeelden is sprake van seksistisch – of ‘gendergeladen’ – taalgebruik. Om tot een definitie van seksistisch taalgebruik te komen, is het van belang dat duidelijk is wat er onder seksisme wordt verstaan. Verbiest (2002, p.41) omschrijft seksisme als ‘een verschijnsel waarbij personen op grond van hun geslacht een bepaald gedrag wordt voorgeschreven en/of een bepaalde maatschappelijke positie wordt toegedacht.’ Een volwaardige definitie van seksistisch taalgebruik valt daarmee eigenlijk nog steeds niet te geven. Ieder individu heeft een namelijk een andere mening over wat er wel en wat niet onder seksisme valt. Seksistisch taalgebruik heeft in hoge mate invloed op de beeldvorming binnen onze maatschappij. De oorzaak daarvan is de argumentatieve kracht die taal bezit.

De argumentatieve kracht van taal

Arts met stethoscoop om nek

Taal is gedachtesturend, en niet slechts informatiedragend (Sneller en Verbiest, 2002). Deze theorie van Anscombre enDucrot heet de geïntegreerde pragmatiek: elementen van een taal hebben argumentatieve kracht. Omdat taal dus géén vaststaande betekenis heeft, kan een schrijver de lezers vrij eenvoudig richting een bepaalde – en soms onbewuste – interpretatie van de tekst sturen. Sneller en Verbiest illustreren dit aan de hand van de volgende zin: ‘We hebben een vrouwelijke huisarts, maar we hadden het niet beter kunnen treffen!’ In deze zin wordt de suggestie gedaan dat een vrouwelijke huisarts nooit de eerste keuze is.

Zoals het voorbeeld al laat zien, kan dergelijk taalgebruik een probleem opleveren bij beeldvorming van personen. Door op deze manier te formuleren, zorgt de schrijver ervoor dat het beeld dat de meesteartsen mannen zijn – en ook nog betere artsen dan vrouwen – bevestigd wordt. En juist doordat dat zo impliciet gebeurt, zijn er maar weinig lezers die het opvalt, waardoor de schade nog groter is. Want je kunt je voorstellen: hoe vaker lezers dit beeld onbewust voorgeschoteld krijgen, hoe normaler ze het zullen vinden, en hoe langer het deel uit zal blijven maken van hun mentale model.

Onze taal voldoet niet meer

Taal is een conservatief instrument: aan alle woorden en zinnen kleeft een geschiedenis. We zijn daarmee op het punt beland dat onze taal eigenlijk niet meer voldoet aan onze werkelijkheid. Als we onze huidige samenleving willen beschrijven, lopen we vaak tegen problemen aan. We kunnen niet voor alle situaties de juiste woorden vinden. Soms bestaan die woorden niet, of is de meest logische uitdrukkingsvorm ongeschikt. Want wie is niet van mening dat het woord ‘timmervrouw’ aanstellerig klinkt? Maar een ander alternatief voor ‘vrouwelijke timmerman’ is er niet. En hoewel het beroep van professor al lang niet meer is voorbehouden aan mannen, zien lezers bij een zin als ‘de professor zette het onderzoek uiteen’ anno 2010 nog altijd een man voor zich.

Feminisering of neutralisering

Zorgvuldig gebruik van taal (door o.a. journalisten) kan bijdragen aan de verandering van deze beeldvorming. Wat betreft de beroepsnamen zijn daarvoor 2 oplossingen mogelijk (Lutjeharms, 1998). De eerste mogelijkheid is om elke beroepsnaam naast de mannelijke variant een gelijkwaardige vrouwelijke variant te geven (`feminisering’). Een vrouwelijke matroos wordt matrozin of matroze, een vrouwelijke loodgieter wordt loodgietster en een mannelijke vroedvrouw wordt vroedman. De tweede mogelijkheid is om elke functie met een neutrale benaming aan te duiden, die voor zowel mannen als vrouwen gebruikt wordt (`neutralisering’). Dat gebeurt bijvoorbeeld al bij verpleegkundige – in plaats van verpleegster/verpleger – en docent, hoewel docente ook regelmatig voorkomt.

De eerste mogelijkheid werkt bij mij op de lachspieren. De tweede optie klinkt al realistischer, hoewel dat ook nog bijzondere situaties oplevert: worden timmervrouwen en -mannen dan timmerkundigen? Ach, waarom eigenlijk niet. Toch blijft het probleem bestaan: want juist neutrale persoonsbenamingen als arts en hoogleraar roepen bij veel mensen het beeld ‘man’ op. Het beeld dat we hebben bij dergelijke woorden moet dus verruimd worden. En daar ligt een taak voor taalprofessionals.

De taak voor taalprofessionals

Door je als schrijver zo bewust mogelijk te worden van het beeld dat je in je tekst oproept en op dat beeld te sturen, kun je voorkomen dat taal ‘gendergeladen’ wordt. Schrijvers die in staat zijn afstand te nemen van hun tekst kunnen zich beter inleven in de verschillende lezers. Bedenk bij alles wat je opschrijft welke ruimte er voor de lezer overblijft om het beeld in te vullen. Het is het waard om taal te controleren op gendergeladen taalgebruik. Teksten winnen aan kwaliteit als erin staat wat de schrijver bedoelde te zeggen, en als de lezer dat er ook in leest.

Conclusie

De wijze van interpreteren is gerelateerd aan sociale verhoudingen. Taal en tekst spelen een belangrijke rol bij het doorgeven of oproepen van cultureel bepaalde ideeën over mannen en vrouwen. Lezers kunnen een tekst op dit gebied dus altijd anders interpreteren dan de schrijver bedoelde. Daar moeten taalprofessionals altijd rekening mee houden: behalve adequaat formuleren, is het ook van belang dat zij zich realiseren dat lezers een niet bedoelde betekenis aan de tekst kunnen meegeven. En hoe vanzelfsprekender een tekst op lezers overkomt, hoe groter de kans is dat seksistisch taalgebruik hen niet opvalt.

Alleen door rekening te houden met de argumentatieve kracht van taal, én de invloed die je daar als schrijver op kunt uitoefenen, kunnen we afrekenen met het onbewuste idee dat de blanke, heteroseksuele man de norm is, en alles wat daarvan afwijkt, geëxpliciteerd moet worden.

Verder lezen

Sneller, A. Agnes & Agnes Verbiest: Wat woorden doen. 2000, Bussum: Coutinho.

Sneller, A. Agnes & Agnes Verbiest: Bij wijze van schrijven. Over gender en trefzeker taalgebruik. 2002, Den Haag: Sdu Uitgevers.

Lutjeharms, Madeline (red.): Feminisering van beroepsnamen: een juiste keuze? 1998, Brussel: Vrije Universiteit Brussel.

Reacties

4 Responses over “De gevolgen van seksistisch taalgebruik”

  1. Louise,

    Met belangstelling heb ik je artikel over de gevolgen van seksistisch taalgebruik gelezen. Bij de passages over feminisering en neutralisering moest ik denken aan directeur/directrice en secretaris/secretaresse. Termen die volgens mij uitstekend beantwoordden aan de eisen van feminisering zonder op de lachspieren te werken. Toch werd ik er nog geen twintig jaar geleden op aangekeken dat ik de vrouwlijke variant gebruikte toen mijn school een directrice kreeg. Zij wilde beslist directeur genoemd worden.
    Het is niet eenvoudig om het goed te doen, wat niet wil zeggen dat je er niet naar moet streven natuurlijk.

  2. Louise says: | 28/09/2010 om 16:36

    Frits, bedankt voor je reactie! Een probleem bij de feminisering van beroepsnamen, dat ik in mijn artikel niet duidelijk genoemd heb, is dat je daarmee heel duidelijk onderscheid aanbrengt tussen vrouwen en mannen. Je legt de nadruk op een verschil in geslacht. Terwijl het beroep hetzelfde is, en dat geslacht dus eigenlijk niet uit zou moeten maken. En hoe raar het ook is: beroepen hebben vaak hoger aanzien als mannen het uitvoeren. Een directrice wordt wellicht minder serieus genomen dan een directeur. Dat is voor veel vrouwen een reden om op dezelfde manier aangesproken te willen worden als mannen. In de ‘mannelijke’ vorm, dus!

    Het is zoals je zegt: niet eenvoudig om het goed te doen… :-)

  3. Spek says: | 04/10/2010 om 11:33

    Mooi voorbeeld van dat kranteartikel.

    Ben wel benieuwd naar de mening van de auteur over teksten in de derde persoon enkelvoud. De men-ziekte vermijdend, moet je dan steeds ‘hij of zij’ opschrijven, of mag je bij de eerste keer wel erachter zetten ‘(hierna: hij)’? Of ben ik dan ook al een seksist omdat ik niet voorstel ‘(hierna: zij)’. Eerlijk gezegd denk ik dat het averechts werkt als het taalgebruik geforceerd aandoet. (“Gut, hij moet zo nodig geëmancipeerd doen.” Beetje vergelijkbaar met het progressieve taalgebruik in de jaren 70 wat het nooit echt gered heeft, door bijvoorbeeld c en qu ‘konsekwent’ als k en kw te schrijven. Kansloos en nutteloos in mijn ogen.)

  4. Louise says: | 05/10/2010 om 15:45

    Spek, ik ben het helemaal met je eens: je moet zeker zien te voorkomen dat je overkomt als zure feminist. Maar in dit geval is er een vrij eenvoudige oplossing: gebruik meervoud. Werkt (bijna) altijd.

    Een voorbeeld:

    “Zal een kind sneller doorslapen als hij of zij een nachtlampje heeft?” Dit ‘probleem’ kan als volgt opgelost worden: “Zullen kinderen sneller doorslapen als zij een nachtlampje hebben?” Verder kun je in de tekst verwijzen met zij/hen/hun.

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.