Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Kweek Communicatie. Op Posted on 29 oktober, 2010by

schrijf je nu in“Gebruik schrijvers- en lezersaanduidingen spaarzaam,” adviseert Renkema in de Schrijfwijzer. Ze geheel achterwege laten is vaak geen optie. Wil je (ja, we spreken u aan met ‘je’) overtuigen of instrueren, dan is het wel zo handig om de lezer direct aan te spreken.

Het isomorphy principle

Bij een instruerende tekst speelt het ‘isomorphy principle’ een belangrijke rol (Zwaan, 2002). Dat principe houdt in dat de tekststructuur in dienst moet staan van de manier waarop de lezer de instructies beleeft. Het is bijvoorbeeld goed voor het tekstbegrip om gebeurtenissen in chronologische volgorde te beschrijven. Vermoedelijk is het direct aanspreken van de lezer ook van belang. Dat verhoogt de betrokkenheid. Maar hoe moet dat dan? Met ‘u’ of met ‘je’/’jij’?

De u/jij-problematiek

Het Nederlands kent met ‘u’ en ‘je’ twee vormen voor het persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon en is daarom een ‘T/V-taal’. Dit is afgeleid van ‘tu’ en ‘vous’ uit het Frans (Brown & Gilman, geciteerd in Van Zalk & Jansen, 2004). Had het niet eenvoudiger gekund? “Engelsen hebben het maar makkelijk: ze kunnen ‘you’ gebruiken zonder te hoeven kiezen voor de formele variant ‘u’ of het meer informele ‘je’,” aldus Burger & De Jong in Handboek Stijl (2009, p. 94). Beide vormen hebben de ontwikkeling van de Nederlandse taal overleefd. We moeten dus keuzes maken.

Getuige de hoeveelheid literatuur die er in Nederland door de jaren heen aan gewijd is, is het een tijdloze kwestie. In een artikel dat Grezel (2002) schreef voor Onze Taal spreekt hij zelfs van de ‘u/jij-problematiek’. “Elke taalgebruiker hapert wel eens bij de keuze en weet ook waarom,” beweert hij. Waarom dan? Hij legt uit dat het geen kwestie is van een gebrek aan taalbeheersing, maar van ‘onzekerheid over de relatie tot de aangesprokene en de situatie van het moment’.

Status, solidariteit, gelijkheid

Van Zalk & Jansen stellen dat niet alleen de vormen van het persoonlijk voornaamwoord kunnen verschillen: “Dat geldt ook voor de interpretatie van het verschil in sociale relatie dat ze uitdrukken. Sinds de studie van Brown en Gilman (1960) bestaat er onderscheid tussen een statusinterpretatie en een solidariteitsinterpretatie.”

  • Statusinterpretatie – Dit houdt bijvoorbeeld in dat mensen die ouder en/of ‘hogergeplaatst’ zijn dan de spreker zelf, door diegene worden aangesproken met ‘u’.
  • Solidariteit – Dit heeft betrekking op bijvoorbeeld vrienden: bekenden die je informeel mag benaderen met ‘je’.

Burger & De Jong bespreken de vooruitstrevende jaren zestig, toen men gelijkheid hoog in het vaandel had en daarom ‘je’ en ‘jij’ in opmars waren. In dat kader zegt Grezel, met wel heel mooie woorden: “Het sterk toegenomen ‘jijen’ en ‘jouen’ is de exponent van een halve eeuw informalisering en maatschappelijke nivellering”. Enkele dagen voor plaatsing van dit artikel verscheen op weblog ‘De schone schrijfster’ een stuk over aanspreekvormen in klantcommunicatie. Hierin haalt schrijfster Olga Leever onder andere veranderingen in u- en jij-gebruik aan. Ze verwijst hierbij naar bevindingen uit onderzoek: “We zeggen en schrijven veel meer ‘jij’ en ‘je’ dan vroeger. We zijn informeler geworden en willen gelijkwaardig omgaan met elkaar.” (Vermaas, geciteerd in Leever, 2010).

Terug naar het oude systeem

Die drang naar gelijkwaardige omgang moet dus ontstaan zijn in de jaren ’60. Maar Burger & De Jong vermoeden dat momenteel ‘een restauratie van het oude systeem’ gaande is. Terug naar de status- en solidariteitsinterpretatie?

‘U’ en ‘jij’ in persuasieve webteksten

Van Zalk & Jansen onderzochten het effect van het gebruik van ‘u’ tegenover ‘jij’ in persuasieve webteksten. Beide typen tekst lieten ze lezen door een groep jongeren en een groep ouderen. Ze verwachtten dat oudere lezers de voorkeur zouden geven aan teksten met ‘u’ en jongeren aan die met ‘jij’ erin. “De resultaten laten – in ieder geval voor een persuasieve webtekst – de conclusie toe dat ouderen en jongeren aansprekingen met ‘u’ en ‘jij’ verschillend waarderen. Terwijl de jongeren de ‘u-tekst’ als even goed of zelfs hoger waarderen dan de ‘je-tekst’, voelen de ouderen zich meer aangesproken door de ‘je-tekst’.”

Verklaringen voor onderzoeksresultaten

In de conclusie en discussie van hun artikel geven Van Zalk & Jansen mogelijke verklaringen voor hun onverwachte onderzoeksresultaten. Hierbij sluiten ze zich onder andere aan bij het vermoeden van Burger & De Jong. Daarnaast vullen ze aan: “In dit verband kan ook gewezen worden op het verschijnsel dat in sommige subculturen van jongeren grote waarde gehecht wordt aan respectbetuiging. De resultaten van de experimenten zouden gezien kunnen worden als een reflectie van deze verandering. De ouderen in onze experimenten reflecteren de normen van de jaren zeventig; de jongeren die van de restauratie.”.

Richtlijn versus gevoel

Zo valt er behoorlijk wat te filosoferen over het gebruik van ‘u’ en ‘jij’. Maar nu we terug lijken te gaan naar het oude systeem, kunnen we ons misschien aan heldere richtlijnen gaan houden. Hoewel, het blijft een kwestie van het aanvoelen van de wensen van de doelgroep – zeker als ouderen graag met ‘je’ willen worden aangesproken. Maar we kunnen het proberen.

Het Handboek Stijl raadt aan om een ijkpersoon te maken (p. 25). Hiermee personificeer je de doelgroep, om daar de tekst beter op af te kunnen stemmen. Is de ijkpersoon jong? Spreek hem dan aan met ‘jij’. Op leeftijd? Kies dan voor ‘u’.

Nog een tip uit het boek van Burger & De Jong, vergelijkbaar met het advies van Renkema: “Spreek de lezer niet te veel aan, dat kan slecht zijn voor de verhoudingen”. In het paars in de kantlijn: “Gevoel voor verhoudingen is een belangrijke schrijversdeugd. Toon respect voor de lezers.”. Respect, dat kan wel eens wat te maken hebben met statusinterpretaties. Hm, toch maar ‘u’ dan?

Verder lezen

Burger, P. & De Jong, J. (2009). Handboek Stijl. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.

Grezel, J. (2002) ‘U of jij: wat moet je nou? Aanspreekvormen in Nederland en Vlaanderen’. Onze Taal, 10, 264-267. Geraadpleegd op http://www.onzetaal.nl/nieuws/ujij.php/.

Leever, O. (2010). ‘U’ of ‘je’? Aanspreekvormen in klantcommunicatie. Gelezen op http://www.deschoneschrijfster.nl/2010/10/’u’-op-papier-‘je’-op-internet- aanspreekvormen-klantcommunicatie/

Renkema, J. (2005). Schrijfwijzer. Den Haag: Sdu.

Zalk, F. van & Jansen, F. (2004). Ze zeggen nog je tegen me. Leeftijdgebonden voorkeur voor aanspreekvormen in een persuasieve webtekst. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 26, 265-277.

Zwaan, R. (2002). An experiential view of language comprehension. Some implications for document design. Document Design, 3(1), 54-64.

Reacties

Er is één reactie over “De onvermijdelijke keuze tussen ‘u’ en ‘jij’”

  1. […] in ieder geval niet beter dan het ander. Hoewel ik anders verwachtte, bleek uit een onderzoek van Van Zalk & Jansen naar de invloed van leeftijd op de waardering voor een aanspreekvorm dat ouderen ‘jij’ hoger […]

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.