Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van School voor Schrijftraining. Op Posted on 15 augustus, 2011by

Afbeelding vaas en 2 gezichtenEen goede tekst heeft een goede structuur. Iedere docent en trainer schriftelijke vaardigheden hamert erop: opbouw, opbouw en nog eens opbouw. Maar waarom eigenlijk? Want wat is precies het effect van structuur op de lezer?

 

 

Kijk voordat je verder leest even naar de afbeelding hierboven. Wat zie je?

Het ‘aha-gevoel’

Als je nog niet weet wat er op deze afbeelding staat, dan is het lastig om dat wat je kunt zien ook daadwerkelijk te zien. Maar ontdek je wat de afbeelding voorstelt, dan is de kans groot dat je ‘aha’ zegt. Op de afbeelding kun je een vaas zien, maar ook 2 gezichten. Zie je beide mogelijkheden eenmaal, dan blijf je die ook zien. Maar je kunt de vaas of de 2 gezichten niet tegelijk zien. Als je van het ene naar het andere beeld wilt switchen, dan moet je even met je ogen knipperen.

Waarneming afhankelijk van het oog én de hersenen

Hoe kan dit? Kort gezegd plak je onbewust een etiket ‘vaas’ op de afbeelding, als je de vaas eenmaal hebt gezien. Dit etiket stuurt je waarneming. Het maakt het voor de hersenen makkelijker om de informatie die via het oog binnenkomt, te sturen en te filteren. Visuele waarneming is niet alleen afhankelijk van het oog, maar ook van complexe processen in de hersenen. Daar worden de beelden gevormd. De hersenen doen actief mee aan de waarneming en sturen de ogen om beelden helderder te krijgen.

Waarneming werkt bottom-up en top-downpsychology

Waarneming werkt dus 2 kanten op. Als je ogen de zwarte en witte vlakken zien, kunnen je hersenen uit die informatie destilleren dat het om een afbeelding van een vaas gaat (bottom-up). Hebben je hersenen dit eenmaal vastgesteld, dan onderdrukken zij impulsen die met dit beeld in tegenspraak zijn. Je hersenen zoeken automatisch naar bevestiging en maken het lastiger om iets anders te zien (top-down). Dat dit zo is, merk je bij de afbeelding. Het kost even moeite om te wisselen van vaas naar gezichten en omgekeerd.

Kernzinnen werken als etiketten in teksten

Zoals bij de afbeelding een etiket een ‘aha-gevoel’ kan oproepen, zoiets heb je ook in teksten. Daar werken kernzinnen als etiketten. Kernzinnen geven het onderwerp van de alinea aan en vertellen de lezer hoe hij de rest van de informatie in de alinea kan duiden. Hoe dat werkt, illustreer ik met een kleine oefening.

Een kleine oefening

Hieronder lees je 5 zinnen. 1 van de zinnen handelt over een ander onderwerp dan de andere 4. Aan jou de vraag: welke is dat?  En als je van de samenhorende 4 zinnen een alinea zou maken, hoe zou de kernzin hiervan dan luiden?

  1. In verscheidene Oost-Europese landen is vorig jaar door de vroege regens een groot deel van het zaad van de akkers verdronken.
  2. Hagelstormen langs de Donauvallei sloegen jonge aanplant plat.
  3. Overstromingen in Polen eisten hun tol: jonge gewassen werden door het water weggespoeld.
  4. Gebrek aan moderne landbouwmachines leidde vorig jaar in veel Oost-Europese landen tot grote moeilijkheden.
  5. Sprinkhanen aten grote delen van de korenaanplant in de Oekraïne op.

Als je nog niet weet welke zin over een ander onderwerp handelt én je weet nog niet wat de kernzin is, dan is het best even puzzelen. Maar weet je eenmaal welke zin er niet bij hoort, dan lijkt dat ineens logisch en heb je minder moeite om een geschikte kernzin te formuleren. Evenzo geldt: weet je hoe de kernzin luidt, dan is meteen duidelijk welke zin buiten de boot valt.

GloeilampDe oplossing van de opdracht is zin 4. In die zin gaat het over het gebrek aan landbouwmachines, in de andere zinnen over natuurgeweld dat de landbouw teistert. De kernzin zou als volgt kunnen luiden: Natuur teisterde de Oost-Europese landbouw. Deze kernzin werkt hetzelfde als het etiket op de vaas: op deze manier moet je de alinea interpreteren.

Een goede kernzin

Wat is een goede kernzin?  Dat kan ik laten zien aan de hand van de voorbeeldtekst hieronder, geschreven door een journalist in één van mijn trainingen. Hij is zo ruimhartig geweest om zijn tekst beschikbaar te stellen. De tekst gaat over een ongeluk waarbij 2 Nederlanders omkwamen.

De Nederlanders die betrokken waren bij een dodelijk canyoning-ongeluk in Noord-Italië afgelopen weekend waren niet bekend met het terrein. Dat zegt een Italiaanse canyoninggids die de overlevenden onmiddellijk na hun redding heeft ontmoet. Bovendien hebben de verongelukte canyoneers waarschuwingen over het parcours genegeerd of niet gelezen.

De twee mannelijke Nederlandse slachtoffers zijn omgekomen in een waterval in rivier de Variola, in de noordelijke regio Piemonte. Ze hoorden bij een groep van zes Nederlanders die in het gebied een canyoning-expeditie maakte.

Canyoning is een sport waarbij men de loop van een wildstromende rivier volgt, inclusief watervallen. Beoefenaars moeten varen, wandelen, klimmen, zwemmen en zelfs abseilen. De slachtoffers waren beiden lid van de Groninger Studenten Alpen Club. De moederorganisatie NSAC heeft een condoleanceregister geopend.

Het effect van een kernzin

In de 3e alinea van deze tekst vertelt de journalist wat canyoning is en dat  de slachtoffers lid waren van een club. Wat beide zaken met elkaar te maken hebben en waarom dit van belang is, staat er niet. Met andere woorden: de kernzin mist. Beide problemen zijn op te lossen. Bijvoorbeeld zo:

De slachtoffers waren geen toevallige recreanten, maar serieuze sporters. Ze waren beiden lid van de Groninger Studenten Alpen Club, een vereniging van canyoneers. In clubverband beoefenden ze canyoning, een sport waarbij men de loop van een wildstromende rivier volgt, inclusief watervallen. Beoefenaars moeten varen, wandelen, klimmen, zwemmen en zelfs abseilen.

Door de alinea zo te formuleren doe je recht aan de gebeurtenissen en je geeft de tekst meer vaart. Dat komt doordat de kernzin een duidelijke relatie heeft met de rest van de alinea. De kernzin vat de boodschap van de alinea en alle zinnen horen bij de kernzin.

Geef de lezer een cadeau

CadeauVoor de (tekst)schrijver betekent dit concreet dat hij ervoor kan zorgen dat alle zinnen in een alinea over één onderwerp gaan. Dan kan de lezer zelf destilleren wat dat onderwerp is. Dit zorgt voor een bottom-up proces: de lezer leest de losse delen en komt zo tot een overkoepelende kern. Maar je kunt de lezer ook een handvat geven en in de kernzin alvast zeggen wat je bedoelt. Daarmee stuur je de leeservaring top-down: je geeft aan hoe de lezer de informatie kan duiden.

Natuurlijk kun je ook allebei doen: een kernzin schrijven die de essentie van de alinea vat en ervoor zorgen dat alle zinnen in de alinea bij die kernzin passen. Als je daar als schrijver voor zorgt, dan geef je de lezer eigenlijk voortdurend een cadeautje. Vergelijkbaar met het aha-gevoel dat je had toen je ontdekte dat op de afbeelding een vaas en 2 gezichten staan.

Reacties

Er is één reactie over “De psychologie van structuur”

  1. […] Over het belang van een goede alinea-opbouw: http://www.tekstblog.nl/de-psychologie-van-structuur De sprong van waarnemingspsychologie naar kernzinnen vind ik wat groot, maar de voorbeelden in de […]

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.