Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Sabel Communicatie. Op Posted on 11 juli, 2011by

Vage taalMet een pleidooi voor het B1-taalniveau voor eenvoudig en helder schrijven weet BureauTaal zich opnieuw in de schijnwerpers te plaatsen. Dat is knap omdat inmiddels van alle kanten is aangetoond dat de B1-systematiek niet geschikt is. Maar hoe schrijf je dan wel een begrijpelijk stuk?

BureauTaal opnieuw in de schijnwerpers

Op het moment dat BureauTaal een boekje (Goddijn et al., 2011) liet verschijnen over onnauwkeurig en onbegrijpelijk taalgebruik, plaatste de Volkskrant niet geheel toevallig op 16 juni een artikel van – jawel – BureauTaal over hetzelfde onderwerp. Daarmee weet BureauTaal opnieuw landelijk aandacht te vragen voor het probleem van onduidelijk taalgebruik en opnieuw de B1-systematiek als oplossing daarvoor te verkopen. Ik zeg ‘opnieuw’ omdat in 2005 BureauTaal ook al de krant wist te halen met een soortgelijk offensief.

Taalniveau van de Troonrede

Hoe zat het ook alweer? BureauTaal had het taalniveau van de Troonrede gemeten en kwam tot de conclusie dat een groot deel vande Nederlanders er geen jota van begreep. Op basis van de B1-systematiek concludeerde BureauTaal dat 60% van de Nederlanders overheidsteksten te moeilijk vond.

Fokke en Sukke over de Troonrede

In een reactie hierop in meldde Carel Jansen echter in Onze Taal (2006) dat dit percentage niet strookt met onderzoek van de Taalunie. Daaruit blijkt dat niet 60 maar 37% van de Nederlanders B1 of lager scoort. Tevens wijst Jansen erop dat de bewuste 60% een specifieke groep betreft: mensen die het Nederlands niet als eerste taal hebben.

B1 gaat over beheersing vreemde taal

Ho! Wacht eens even. Dus de B1-systematiek van de Europese Commissie gaat helemaal niet over sprekers met Nederlands als moedertaal? Inderdaad. Op de officiële site over de B1-systematiek staat: ‘Het Europees Referentiekader (ERK) beschrijft wat je in een vreemde taal moet kunnen om aan te tonen dat je die taal op een bepaald niveau beheerst’.

B1 zegt niet veel over teksten

Vlaggen van allerlei landenHet is raar dat BureauTaal een systematiek – bedoeld voor mensen die een vreemde taal willen leren – toepast op mensen voor wie Nederlands de moedertaal is. Dat vinden meer mensen raar. In een reactie op het artikel van BureauTaal schrijven Eric Tiggeler en Rob Doeve (Volkskrant, 22 juni) hetzelfde: ‘In werkelijkheid is B1 een Europese norm om te meten hoe goed iemand een vreemde taal beheerst. Een niet-Nederlander die onze taal beheerst op B1-niveau, kan zich redden in alledaagse gesprekken en kan eenvoudige teksten lezen. B1 zegt iets over taalgebruikers, niet zo veel over teksten’.

Logica B1 snijdt geen hout

Fascinerend – en ook knap – dat BureauTaal met het B1-standpunt weer de media weet te halen, terwijl 5 jaar geleden al werd aangetoond dat de logica erachter geen hout snijdt. Blijkbaar raakt het onderwerp ‘onduidelijk taalgebruik’ een gevoelige snaar en voorkomt dit een kritische blik. Een rondje langs internet leert dat het B1-standpunt van BureauTaal nog volop serieus genomen wordt.

Nu heeft BureauTaal in één opzicht wel een punt. Het bureau geeft in het recente Volkskrantartikel voorbeelden van hemeltergend financieel en juridisch jargon. Dat soort wartaal moeten we zeker bestrijden, maar of de B1-systematiek een hulpmiddel daarbij is, waag ik te betwijfelen (zie ook ‘B1: het ei van Columbus’ door Annemieke van Ramshorst).

Simpele adviezen

Man en vrouw hebben onduidelijk gesprekDe vraag dringt zich op waarom BureauTaal die hele B1-systematiek van stal haalt. Hoe ingewikkeld kan het zijn? Ik doe een greep uit 3 boeken die toevallig op mijn bureau liggen. Handboek stijl (Burger & De Jong, 2009): ‘Houd rekening met de samenstelling van uw publiek’. Schrijfwijzer (Renkema, 2005): ‘Probeer u een beeld te vormen van uw lezers’. Wisselwerk (Verdaasdonk & Ten Berge, 2009): ‘Bij zakelijke teksten is het belangrijk klantgericht te schrijven. Daarbij denk en schrijf je dus niet vanuit jezelf, maar juist vanuit de lezer’.

Begin bij je doelgroep

Voila! Helder schrijven begint bij nadenken over je doelgroep. En zo kan ik uit bovengenoemde en talloze andere handboeken makkelijk nog een aantal vuistregels destilleren voor leesbare teksten. Ik beperk me tot het volgende rijtje uit Wisselwerk. Schrijf:

  • Duidelijk (de doelgroep moet de teksten begrijpen)
  • Efficiënt (schrijf kort en bondig)
  • Aantrekkelijk (varieer in zinsbouw, zinslengte en woordgebruik)
  • Gepast (spreek je doelgroep op de juiste toon aan)
  • Correct (geen spel- en stijlfouten)

Opdrachtgever moet wel willen

Zo simpel is het dus. Rest de vraag waarom er nog tal van onleesbare hypotheekfolders, bijsluiters en leveringsvoorwaarden bestaan. Ik kan 3 redenen bedenken: onwil, desinteresse en misleiding. Vooral de laatste is ergerlijk. Ik krijg soms de indruk dat financiële dienstverleners bewust rookgordijnen optrekken zodat de nare kanten van hun producten minder naar voren komen. En daar ligt de crux: als een opdrachtgever willens en wetens voor eufemismen en jargon kiest, helpt geen enkel schrijfboek noch een B1-systematiek.

Meer lezen

  • Jansen, C. (2006). BureauTaal: Het echte verhaal. Onze Taal, 75 (10), p. 284-286.
  • Goddijn, S., Van Horen, F., Leenders, I., Molenaar, I. & Visser, W. (2011). De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck. SDU Uitgevers.
  • Burger, J.P. & De Jong, J.C. (2009). Handboek stijl. Noordhoff Uitgevers B.V.
  • Renkema, J. (2005). Schrijfwijzer. SDU Uitgevers
  • Verdaasdonk, W.A.C. & Ten Berge, G.H.J. (2009). Wisselwerk. Noordhoff Uitgevers.

Reacties

Geen reacties over “Helder schrijven: ja! B1: neen!”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.