Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Taalcentrum-VU. Op Posted on 9 januari, 2013by

Komt dat schot Als je net als ik niet zo’n heel groot voetbalfan bent, maar wel ‘gezellig’ voetbal wilt kijken, dan moet je een manier vinden om jezelf te vermaken tijdens de wedstrijd. Mijn manier? Letten op de bijzondere opmerking en intrigerende woordkeuze van de commentator. Heb jij er wel eens goed naar geluisterd? En is jou toen ook opgevallen dat een commentator eigenlijk heel subjectief is?

Onderzoek naar subjectief taalgebruik van voetbalcommentatoren

In Nederland is helaas nog maar weinig onderzoek gedaan naar sportjournalistiek. Het onderzoek dat is gedaan, richt zich met name op de geschreven taal. Een schrijvend journalist kan zijn woorden keer op keer veranderen en aanpassen, mocht hij merken dat ze te subjectief zijn. Een commentator die live verslag doet van een wedstrijd, kan zijn woorden maar één keer uitspreken en niet meer terugnemen. De emoties van een sprekend journalist kunnen ervoor zorgen dat hij opmerkingen maakt die hij eigenlijk niet mag maken, zoals in het volgende voorbeeld:

  • “Een plaatje en het verdient, hoewel ik neutraal moet zijn, meer dan dat de bal naast vliegt.”

Deze uiting geeft 2 belangrijke punten weer. De commentator weet dat hij neutraal moet zijn en deze uiting van de commentator is niet neutraal. In het onderzoek voor mijn masterscriptie keek ik naar de verschillende soorten subjectief taalgebruik en de verschillen tussen wedstrijden van het Nederlands elftal en de Eredivisie.

Bijna 30.000 woorden geanalyseerd

Voor dit onderzoek  heb ik 7 wedstrijden van het Nederlands elftal en 7 wedstrijden binnen de Nederlandse Eredivisie geselecteerd. Van alle wedstrijden heb ik dezelfde 30 minuten gekozen om te transcriberen. Het gaat daarbij om minuut 0-10 (introductie), 50-60 (middenfase) en 80-90 (eindfase). In totaal komt dat uit op 27.617 getranscribeerde en geanalyseerde woorden.

Subjectiviteitsmarkeerders

Daarnaast deed ik voor dit onderzoek heb ik de nodige literatuurstudies. Ik heb uit verschillende literatuur een aantal subjectiviteitsmarkeerders geselecteerd. Degene die ik heb gebruikt in dit onderzoek, vind je in onderstaande afbeelding.

Gebruikte subjectiviteitsmarkeerders

Is de verslaggever subjectiever over de uit- of thuisspelende ploeg?

Ik heb tijdens mijn onderzoek geprobeerd een passende definitie voor subjectief en objectief taalgebruik te vinden. De maatstafEredivisie voor objectief taalgebruik lijkt bij dit genre te liggen in het respect dat de verslaggever weet op te brengen voor de partij waarmee hij zich het minst verbonden voelt. Ik heb de betreffende commentatoren vooraf niet gevraagd of ze voorkeur hadden voor een van de 2 ploegen. Daarom heb ik bij de wedstrijden van het Nederlands elftal gekeken of er meer over Nederland of over de tegenstander wordt gezegd. Bij de wedstrijden binnen de Eredivisie heb ik gekeken of de commentator meer zegt over de uit- of thuisspelende ploeg.

  • Nederlands elftal Uit het onderzoek blijkt dat de commentator in totaal meer subjectieve opmerkingen maakt over het Nederlands elftal (68%) dan over de tegenstander (32%). Wanneer we kijken naar de positieve of negatieve lading van de opmerking blijkt het volgende: Van opmerkingen over het Nederlands elftal is 66% positief en 34% negatief en van de opmerkingen over de tegenstander is 62% positief en 38% negatief. Het verschil in positiviteit tussen het commentaar over Nederland en over de tegenstander is dus niet heel groot en het lijkt erop dat de commentator inderdaad respect weet op te brengen voor de partij waarmee hij zich het minst verbonden voelt.
  • Eredivisie
    Uit dit onderzoek blijkt dat 56% van de subjectieve opmerkingen over de thuisspelende ploeg gaat en 44% over de uitspelende ploeg. Daarnaast blijkt dat 56% van de opmerkingen over de thuisspelende ploeg positief is tegenover 54% van de opmerkingen over de uitspelende ploeg. Deze percentages liggen erg dicht bij elkaar. De commentator maakt dus misschien wel iets meer opmerkingen over de thuisspelende ploeg, maar is niet veel positiever over de ene dan over de andere club.

Nederlands ElftalVerslaggever laat geen voorkeur voor een club zien

Samengevat lijkt het er dus op dat de commentator de objectiviteitregel goed weet toe te passen. Bij wedstrijden van het Nederlands elftal vertelt hij misschien meer over Oranje, maar hij is niet veel positiever over Oranje dan over de tegenstander. Bij wedstrijden in de Eredivisie liggen de percentages helemaal dicht bij elkaar en de commentator laat zijn voorkeur niet zien.

Wat is het verschil in  commentaar tussen Nederland en de Eredivisie?

Verder heb ik ook mijn onderzoek is ook gekeken naar het verschil in talige subjectiviteitsaanduiders tussen het commentaar bij wedstrijden van Nederland en wedstrijden van de Eredivisie. Daaruit blijken een aantal opvallende dingen:

  • Er komen ongeveer evenveel subjectiviteitsaanduiders voor bij wedstrijden van Nederland (8%) als wedstrijden van de Eredivisie (9%).
  • De commentator maakt meer positieve opmerkingen bij wedstrijden van het Nederlands elftal (60%) dan bij wedstrijden van de Eredivisie (52%).

Meest opvallende verschil: betrokkenheid versus evaluatie

De woordsoorten die bij het Nederlands elftal het meest voorkomen zijn het gezegde, de imperatief, het tussenwerpsel, de uitroep en zelfstandig naamwoord. Uit de data blijkt dat dit voornamelijk woordsoorten zijn die de persoonlijke betrokkenheid van de commentator laten zien, de beleving of de sfeer van de wedstrijd weergeven of een uitspraak intensiveren.

De woordsoorten die het meest voorkomen bij de Eredivisie zijn het bijvoeglijk naamwoord, de conjunctief, het modale bijwoord, het oordeelspartikel, een oordelend zinsdeel en het werkwoord. Dit zijn allemaal woorden die met name gebruikt worden om een evaluatie of houding over een bepaalde actie, persoon of de wedstrijd weer te geven. Ook worden ze gebruikt om een houding over de zin te geven of een uitspraak te intensiveren.

Verschillende soorten subjectiviteit

Subjectief taalgebruik komt inderdaad voor in live sportjournalistiek en dat gebeurt in verschillende vormen. Er kan een evaluatie gegeven worden van een actie, persoon of de wedstrijden, er kan een houding gegeven worden over een actie, persoon of de wedstrijd, de commentator kan persoonlijke betrokkenheid laten zien of de beleving of sfeer van de wedstrijd beschrijven. De commentator kan ook zijn persoonlijke houding over een zin of zinsdeel geven en hij kan gebruik maken van bepaalde woorden om iets te intensiveren.

Meer weten?Voetbalcommentator

De scriptie “Hoewel ik neutraal moet zijn…” Onderzoek naar subjectief taalgebruik in live voetbalcommentaar is in 2012 geschreven voor de master Nederlandse Taalbeheersing aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Voor vragen over het onderzoek of voor inzage in de scriptie kun je contact met me opnemen via mikkie_hogenboom[@]hotmail.com

Verder lezen

Stokvis, R. (2002). Een genre in beweging. De ongemakkelijke verhouding tussen sport en journalistiek. In J. Bardoel, C. Vos, F. van Ree & H. Wijfjes (Red.), Journalistieke cultuur in Nederland (pp. 191-207). Amsterdam: Amsterdam University Press.

Stokvis, R. (2007). Sport, publiek en de media. Apeldoorn: Het Spinhuis.

Vis, K., Sanders, J.M. & Spooren, W.P.M.S. (2009). Subjectiviteit door de jaren heen: Conversationalisatie in journalistieke teksten. In W.P.M.S. Spooren, J.M. Sanders & M.G. Onrust (Red.), Studies in Taalbeheersing 3 (pp. 405-418). Assen: Van Gorcum.

Reacties

2 Responses over “Hoe subjectief is voetbalcommentaar eigenlijk?”

  1. waarom mag een verslaggever niet (subjectief zijn) wat de wetenschapper die het onderzoek wel mag (nl subjectief zijn): ‘De emoties van een sprekend journalist kunnen ervoor zorgen dat hij opmerkingen maakt die hij eigenlijk niet mag maken, zoals in het volgende voorbeeld’.

  2. rob says: | 19/11/2013 om 15:38

    Ik vraag me af of voetbal echt zo populair is als men wil geloven.Ik kan me niet voorstellen dat je het leuk vind om naar een paar miljonairs te kijken die tegen een balletje schoppen. Dan de zgn supporters van dit malle spelletje die met elkaar op de vuilst gaan vanwege een gebrek aan herseninhoud gecombineerd met een te hoge testosteronspiegel. Journalistiek gezien is dit toch een lachertje ,het gaat nergens over en een echte journalist houdt zich toch bezig met het echte nieuws en toch niet met deze nutteloze onzin.Je kunt t gras beter benutten om er koeien of schapen op te laten grazen , ook veel leuker om naar te kijken.

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.