Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Universiteit van Amsterdam. Op Posted on 10 november, 2011by

Het genre column is populair. De frustraties, gekke ideeën of uitgesproken meningen van columnisten vormen een vast onderdeel in kranten en tijdschriften. Veel columnisten maken gebruik van de stijlfiguur hyperbool (overdrijving). Maar waarom? Een analyse van columns uit de nrc.next.

 

Of je je krant nu op de vroege morgen, tijdens de lunch of ’s middags op de wc openslaat, op pagina 1 of 2 word je steevast verwelkomd door een column. Columnisten staan te springen om hun bevindingen of rake beschrijvingen aantrekkelijk te maken voor een groot publiek. Een populair stijlmiddel dat daarvoor gebruikt wordt, is de hyperbool, in de volksmond ook wel overdrijving genoemd. Wordt er bewust overdreven? Valt er een patroon af te leiden uit het gebruik van overdrijving? En bevordert het aandikken van situaties de aantrekkelijkheid van een column?

Ik zit al úren te wachten!

Hyperbolen worden over het algemeen gebruikt om iets mooier of krachtiger te maken. Vaak zijn we ons niet bewust van het gebruik van hyperbolen. Als je 10 minuten te laat bij een afspraak aankomt, en de wachtende zegt: ‘Ik zit al úren te wachten!’, weet je dat je dit niet letterlijk moet nemen. Toch ziet het ernaar uit dat  overdrijvingen in columns vaak een bewuste keuze zijn. Over geschreven tekst wordt langer nagedacht dan over het gesproken woord. Overdrijvingen leveren een sterke bijdrage aan het schetsen van een bepaald beeld. Bovendien roept dit soort ‘kreten’ reactie op van de lezer. Is de lezer het eigenlijk wel eens met uitspraak? Overdrijvingen kunnen dus ook bijdragen aan het aanzwengelen van de discussie.

Een column: altijd haaks

Een column is een ‘persoonlijke ontboezeming’ die over van alles kan gaan, zegt het Basisboek Journalistiek van Kussendrager en Van der Lugt. Volgens de auteurs staat een column altijd haaks: haaks op het nieuws, haaks op meningen, haaks op het leven. Jan Vrijman, oud-columnist van Het Parool onder het pseudoniem Journaille, noemt de basishouding van de columnist dwarsliggend, zodat er gestruikeld wordt. Journalist Henk Hofland noemt meer concrete technieken die gebruikt kunnen worden in een column: overdrijving, absurde redeneerwijzen, drogredenen en een eigen taalgebruik. Nu is de vraag: hoe ver kan een columnist gaan met deze technieken? Kun je een verslaggever uitmaken voor huurmoordenaar en Prins Bernard voor ‘een man die het liefst een vliegtuig in een Zuid-Amerikaans bordeel zou verkwanselen’? Het antwoord op de eerste vraag luidt: ver, en op de tweede vraag: ja. Columnisten hebben doorgaans een onbeperkte vrijheid. Krachtig woordgebruik en sterke overdrijving zijn toegestaan.

Zo ziek als een hond

Terug naar de hyperbool. In enkele onderzoeken wordt een onderscheid gemaakt tussen contrast wat betreft grootheid en contrast wat betreft aard. Een hyperbool is een contrast in grootheid; ironie een contrast in aard. Onder ironie verstaan we dat de schrijver het tegengestelde bedoelt van wat hij letterlijk beweert. Wanneer contrast in grootheid gebruikt wordt in een negatieve situatie, wordt daardoor een zeer negatieve houding getoond. Een voorbeeld hiervan vinden we in een nrc.next-column van Wilfried de Jong, genaamd Tien. De column gaat over het verlies van Feyenoord tegen PSV (0-10).

Rotterdammers, en Feyenoorders in het bijzonder, hebben last van een open zenuw. Blaas er koude lucht overheen en de sirene begint te loeien.

Door de gebruikte overdrijving wordt de negatieve houding ten opzichte van het gedrag van de verliezers benadrukt. Er volgt nog een goed voorbeeld in de column.

Natuurlijk doet de naam Feyenoord iets in de stad maar als commercieel bedrijf – en dat zijn voetbalclubs door hun eigen toedoen meer en meer geworden – is de club zo ziek als een hond. De dokter adviseert een spuitje.

De Jong spreekt klare taal, die zeker de tegenstanders van Feyenoord zal aanspreken. Over het algemeen is ironie in dit soort gevallen even effectief als de hyperbool. Sterkere hyperbolen kunnen daarentegen verschil maken, en daar zien we in het zojuist aangehaalde fragment een voorbeeld van.

Verbazing

Er is veel onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen de hyperbool en ironie. Een hyperbool in combinatie met ironie drukt namelijk meer verbazing uit dan wanneer 1 van de 2 op zichzelf staat. Een fragment uit de column ‘Allah is groot’-kip van Rosanne Hertzberger in nrc.next laat de combinatie zien. De column gaat over bewuste keuzes bij het eten en slachten van vlees. Ze schrijft dat de PVV wellicht met een voorstel voor een grondwettelijk recht op agnostisch vlees zal komen.

Dieren moeten geslacht worden met de kop richting de Deltawerken en er moet luidkeels ‘leve de koningin’ geroepen worden. Eindelijk verheffing. Eindelijk trots kijken bij het opscheppen van de hutspot. Het water loopt me nu al in de mond.

De columniste stelt zich sceptisch op tegenover haar zelfbedachte PVV-voorstel. De laatste zinnen van het citaat, die de gevolgen van dit voorstel zouden kunnen zijn, zijn ironisch bedoeld. Ze zal niet trots kijken bij het opscheppen van de hutspot. Moslims kijken immers ook niet trots als ze een plakje halal rollade bestellen. Ook in de hyperbool over de Deltawerken en ‘lang leve de koningin’ schuilt ironie. De combinatie van beide stijlfiguren laat blijken dat de schrijfster verbaasd zou zijn over een dergelijk wetsvoorstel. Uit onderzoek blijkt dat hoe extremer de overdrijving is, hoe gemakkelijker het is om te bepalen of de schrijver verbaasd is.

Om het leuk zijn

Een aantrekkelijke column kan ook op een andere manier bereikt worden. Die manier is ‘leuk zijn’, en ook dat kan overdreven worden. We bekijken een fragment uit de column Jij bent vast een autist van Renske de Greef. De column gaat over een gratis autismetest op Facebook. Voor het doen van deze test is het echter wel vereist dat je je gegevens vrijgeeft. Het fragment:

Maar toen ik de test aanklikte, zei Facebook: ‘Hallo! Jij wilt de autismetest doen hè? Kijken of je bijzonder bent, nietwaar? Dat mag hoor! Maar dan willen we wel graag de toegang tot al je gegevens en je gehele profiel en het sleuteltje van je roze vriendinnenboekje van groep 3, oké?’ Goed, dat zei Facebook niet letterlijk […].

De schrijfster neemt een bijdehante houding aan om Facebook te imiteren. Ze weet dat veel gebruikers van Facebook die waarde hechten aan hun privacy het met haar eens zullen zijn, en wil dat leuk verwoorden door het vriendinnenboekje erbij te halen. Haar bijdehante of kinderlijke toon kan echter ook minder positief opgevat worden.

Niet overdrijven

Als we naar deze analyse kijken, kan gezegd worden dat overdrijving in columns enkele doelen kan dienen, zoals het versterken van een negatieve houding en het duidelijk maken van verbazing bij de schrijver. Maar hyperbolen worden veelal gebruikt om een tekst ‘gewoon’ aantrekkelijker te maken. Origineler, leuker, krachtiger. Columns kunnen immers over van alles gaan en hebben een hoogst persoonlijk karakter als het om gezichtspunt, stijl en meningen gaat. En als het om adviezen gaat, moeten we natuurlijk niet overdrijven.

Verder lezen

  • Kussendrager, N. & Van der Lugt, D. Basisboek Journalistiek. Noordhoff Uitgevers B.V., 2007.
  • Hertzberger, R. ‘Allah is groot’-kip. nrc.next (2010). Beschikbaar via http://www.nrcnext.nl/columnisten/2010/10/27/%e2%80%98allah-is-groot%e2%80%99-kip/.
  • De Greef, R. ‘Jij bent vast een autist’. nrc.next (2010). Beschikbaar via http://www.nrcnext.nl/blog/2010/10/29/jij-bent-vast-een-autist/.

Reacties

Geen reacties over “Waarom columnisten graag overdrijven”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.