Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Van Luyken Communicatie Adviseurs. Op Posted on 13 mei, 2011by

Wegwijzers op een blauwe luchtEen interview is een zoektocht naar informatie. Het doel is een pakkend artikel. De vraag is: hoe krijg je die informatie boven water? Waar moet je op letten en welke valkuilen moet je vermijden? Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Ik geef één weg. Mijn weg.

Interviewen als bedrijfsjournalist

Het maakt uit in welke tak van journalistiek je zit. In mijn geval gaat het om bedrijfsjournalistiek. Ik schrijf in opdracht van bedrijven en organisaties. Dat biedt voor- en nadelen. In elk geval zijn er verschillen met bijvoorbeeld dagbladjournalistiek. Eén verschil is dat de opdrachtgever altijd het laatste woord heeft. En, geloof mij, dat neemt hij. Tot en met de drukproef toe. Een zin als ‘De omzet is de laatste jaren iets gedaald’ kan levensgevaarlijk zijn. De concurrent kijkt mee.

Ik geef vooraf de mogelijkheid van verandering altijd nadrukkelijk aan. Dat schept rust. Ook al omdat bij de meeste geïnterviewden niet elke dag een interviewer op de stoep staat of aan de telefoon hangt. De geïnterviewde laat nu zijn eventuele reserves varen. Dat is prettig voor hem als geïnterviewde en voor mij als interviewer. De sluisdeuren van informatie gaan open.

Wat voor wie?

Voor het interview is het van belang te weten voor welke uitgave je schrijft en voor wie die uitgave is bedoeld. Maar ook wat de formule van de uitgave is. Moeten het korte human interestartikelen zijn of lange technische verhalen? Gaat het om een interne of externe uitgave? Schrijf je voor leken of vaklieden? Dat wil ik altijd van tevoren weten. Ook als de briefing luidt: “Bel Peter maar. Die weet er alles van.” Overigens weet Peter soms van toeten noch blazen.

Waarover gaat het?

Voor geïnterviewde is het prettig om te weten waarover het interview gaat. Hoe lang duurt het? Moeten ze zich voorbereiden? Vaak zeg ik hem dat zelf of doet dat mijn directe contactpersoon die het interview aankondigt/regelt. Doe ik het, dan geef ik globaal aan wat het onderwerp is. Meestal hoeft de geïnterviewde daarvoor niets te doen. Mijn advies luidt dan: als je toch al alles weet, neem dan wat goed humeur mee. Dat helpt ook. Een enkeling wil indicatieve vragen vooraf. Geen probleem. Het stelt de geïnterviewde op z’n gemak. Hij weet waar hij aan toe is en wat ik van hem verwacht.

Wat moet ik weten?

Moet ik wat weten van het onderwerp? Soms is dat niet nodig, soms is het handig en soms een must. Voor een kort artikel over iemands carrière, bedoeld om hem voor te stellen in het intern bedrijfsblad, is een uitgebreide briefing niet nodig. Anders ligt dat bij een gedetailleerd technisch artikel voor vakgenoten. Dan moet ik iets van het onderwerp weten. Ik bereid me voor. Zoek bijvoorbeeld vooraf informatie op internet, lees vergelijkbare artikelen of praat met deskundigen. Ik denk over het onderwerp en het artikel na. Wat moet erin? Hoe wil ik de structuur?

Wat weet ik niet?

Voor elk onderwerp geldt: ik hoef er niet alles over te weten. Als ik me goed heb voorbereid en ik heb een paar punten die bij het onderwerp passen en waarover ik duidelijkheid wil, dan vraag ik dat. Ik laat weten dat ik me heb voorbereid en ergens iets heb gelezen wat ik niet snap. Ik heb in zo’n geval een concreet punt dat het interview vooruit helpt, zelfs als dat punt niet ter zake doet. De specialist kan aangeven waarom dat niet belangrijk is en wat wel van belang is.

Ik weet niets

Soms zeg ik dat ik helemaal niets van het onderwerp afweet, ook al ben ik er redelijk in thuis. Ik geef dan de geïnterviewde alle ruimte. Bovendien gaat het om hém en zíjn visie. Wat vindt hij belangrijk? Waar legt hij accenten? Soms weet ik inderdaad niets van het onderwerp. Daar ben ik dan openlijk voor uitgekomen. Ik laat op die manier blijken dat híj de expert is, die met informatie moet komen. Ik druk hem zo beleefd in zijn rol. Of ik lok hem uit z’n tent: “We gaan het over leidingen hebben en ik heb begrepen dat u daarover alles, maar dan ook alles weet.” Het antwoord ligt voor de hand: “Nou ja, alles, wel iets.” Het begin is er: “In elk geval weet u meer dan ik. Om welke leidingen gaat het eigenlijk bij dat project op de hei?” We zijn los.

Verklein de afstand

Overigens snel ik bij het begin van een interview meestal direct naar het tutoyeren. Het verkleint de afstand en helpt om een informele sfeer te creëren en meer informatie los te krijgen. Tutoyeren is bovendien voor de meeste mensen prettiger dan vousvoyeren. Nog nooit heeft iemand daartegen bezwaar gemaakt. Geïnterviewden die ‘u’ tegen mij blijven zeggen, tackle ik meedogenloos. “Als u ‘u’ tegen mij blijft zeggen, zeg ik keihard ‘u’ terug.” Dat leert ze.

Wacht, even opschrijven

Sommige geïnterviewden weten precies wat ze willen zeggen. Bij hen moet ik ervoor waken dat ze niet wegzwemmen. Dat wil zeggen: ik onderbreek hun verhaal en stuur het mijn kant op. Dat kan ook op een hele praktische manier. Ik noteer alles in een blocnote. Kan ik het niet bijbenen, dan steek ik mijn hand omhoog en zeg: “Wacht, dat moet ik even opschrijven.” Hij wacht. En als ik klaar ben, neem ik meteen het initiatief om het interview in de door mij gewenste richting te sturen. Werkt altijd.

Starten

Het is vervelend als een geïnterviewde niet kan starten. Wat dan? In de regel leid ik interviews in met huishoudelijke mededelingen, zoals lengte van het artikel, het e-mailadres van de geïnterviewde en de behoefte aan foto’s. Dat zijn makkelijke onderwerpen. Zo leid ik de geïnterviewde het interview in zonder dat hij het in de gaten heeft. Een onschuldig grapje kan daarbij helpen. Het breekt het ijs. De geïnterviewde voor het blok zetten om hem daarna te ‘bevrijden’, is ook een mogelijkheid. Stel ik moet een nieuwe medewerker voorstellen in het personeelsblad. Ik begin het interview dan met de vraag: “Wie is Peter de Jong?” Peter zucht diep. Ik bevrijd hem met een grapje. “Ja, interviews zijn niet makkelijk. Ik heb er nog een. Waar heb je hiervoor gewerkt.” Dat weet hij.

Finishen

Ik finish altijd met te veel informatie. Meestal zeg ik dat ook: ik heb liever te veel dan te weinig. Dan kan ik kiezen wat ik gebruik. Bovendien: ík kan de informatie niet verzinnen. Geïnterviewden stel ik daarvan op het eind van het interview op de hoogte. “Peter, ik heb een vervelende mededeling voor je.” Peter kijkt me verbaasd en verontrust aan. “Ik heb te veel informatie. Dat krijg ik er nooit allemaal in.” Peter lacht opgelucht. Vervelend? Hij had nog uren kunnen doorgaan.

Tot slot mijn tips op een rij

  • Stel vast voor welke uitgave je schrijft.
  • Bepaal je doelgroep.
  • Wat is de invalshoek van het artikel?
  • Hoe lang moet het artikel zijn?
  • Bereid je voor, zeker bij diepgaande artikelen voor vakgenoten.
  • Geef de geïnterviewde alle ruimte om het verhaal te vertellen dat jij wilt horen.
  • Geef duidelijk aan hoe de procedure is.
  • Creëer een informele sfeer.
  • Laat de geïnterviewde niet wegzwemmen.
  • Je kunt beter te veel dan te weinig informatie hebben.

Reacties

Er is één reactie over “Interviewen: vind meer dan je zoekt!”

  1. Heel herkenbaar!

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.