Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 
GeenStijl

GeenStijl

Nederlands grootst provocerende weblog op dit moment, GeenStijl.nl, staat bomvol met ironie. Een voorbeeld daarvan kan je vinden op de website van GeenStijl over de verhoging van de AOW leeftijd: ‘Nederlanders worden inmiddels gemiddeld ongeveer 103, waarvan de laatste twintig jaar met doorligplekken, fysiek functiefalen en mentale slijtage.’ (Rossem, 2012.)

Wat is ironie?

Duidelijk is hier te zien dat de manier van schrijven op deze weblog bedoeld is om anderen te plagen, humor te brengen en het verminderen of versterken van pijnlijke opmerkingen. Om deze intenties duidelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van ironie. Ironie is bedoeld om je mening te geven over een onderwerp waarbij er een verschil is tussen wat er letterlijk in de tekst staat en wat er in werkelijk bedoeld wordt. In het bovenstaande voorbeeld staat er letterlijk dat Nederlanders gemiddeld 103 jaar oud worden, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. GeenStijl laat zien, door middel van humor, dat het kritiek heeft op de discussie rondom de verhoging van de AOW leeftijd.

Niet alleen in weblogs wordt vaak ironie gebruikt, ook in de meer traditionele printmedia komt ironie voor. Elk soort medium heeft zijn eigen manier van ironie gebruik. Twee artikelen die het gebruik van ironie in geschreven media onderzoeken zijn die van Whalen, Pexman, Gill en Nowson (2012), gericht op weblogs en het artikel van Burgers, van Mulken en Schellens (2012), gericht op printmedia.

 Ironie in weblogs

In het artikel van Whalen, Pexman, Gill en Nowson wordt het gebruik van ironie geanalyseerd in weblogs. Een weblog is een online persoonlijk dagboek en dat vaak het werk is van één auteur. De bedoeling van het online dagboek is om evenementen uit het dagelijks leven te beschrijven en te bediscussiëren. Whalen en anderen hebben gevonden dat de stijlfiguren hyperbool en understatement het meest worden gebruikt in weblogs.

Een hyperbool is een overdrijving van een tekst ten opzichte van de gebeurtenis, zoals de zin ‘Nederlanders worden inmiddels gemiddeld ongeveer 103’. Bij een understatement wordt in de tekst de gebeurtenis juist geminimaliseerd, zoals de zin ‘Zo houden we tenminste wat wisselgeld over om Zuid-Europa op de been te houden.’ Hyperbool en understatement worden vaak in weblogs gebruikt omdat men op deze manier persoonlijke expressie kan uiten. In een weblog is het belangrijk dat men zijn mening kan uiten, maar om dit op een grappige, (minder) pijnlijke en plagende manier te doen kan men gebruik maken van ironie. Weblogs zijn voor een groot publiek beschikbaar, daarom moet de taal voor veel mensen begrijpelijk zijn. Hyperbool en understatement zijn gemakkelijker te begrijpen dan andere vormen van ironie zoals sarcasme, dat kritischer is. Bij sarcasme is er een grotere kans op misinterpretatie en dit kan vervolgens leiden tot schade aan de tekst of aan de auteur van het stuk.

 Ironie in printmedia

Nu het duidelijk is hoe ironie in weblogs gebruikt wordt, zal ik naar ironie in printmedia. Printmedia bestaan uit verschillende vormen van geschreven teksten, zoals columns, cartoons, reviews, reclames en brieven aan redacties. Ook in printmedia is sprake van ironie. Zo heb ik in de wekelijkse column van cabaretier Youp van ’t Hek in de NRC genoeg ironie gevonden. Een voorbeeld over de zomer in Nederland: ‘Twee maanden heeft de hemel dikke tranen gehuild, (…), dus denk je bij de eerste spatjes zon: dit wordt genieten. Maar wat roepen de nieuwslezers? „Niet in de zon! Levensgevaarlijk! Kanker, kanker en nog eens kanker!” Als u in de zon wilt moet u een skipak aan, moonboots aan de voeten en een integraalhelm op.’ (van ’t Hek, 2012).

Burgers, van Mulken en Schellens hebben voor elk van de vormen van printmedia gekeken welke ironische factoren en markeringen er worden gebruikt. Ironische factoren maken van een uiting een ironische uiting. Ironische uitingen bestaan uit meerdere factoren. Zo moet de uiting impliciet of expliciet evaluatief zijn, moet er sprake zijn van incongruentie, heeft het een doelwit en is het direct of indirect relevant. Een ironische markering is een aanwijzing die de lezer alert maakt dat de zin ironisch bedoeld is. Volgens het artikel bestaan de ironische markeringen uit stijlfiguren, schematische, morfo-syntactische en typografische ironische markeringen (voor meer informatie over de markeringen zie het tabel in het artikel van Burgers, van Mulken en Schellens). In het voorbeeld is Van ‘t Hek impliciet evaluatief, is er sprake van incongruentie en heeft de tekst als doel kritiek te leveren op de tegenstrijdigheid van het mooie weer. Als ironische markeringen gebruikt Van ’t Hek een metafoor, hyperbool en uitroepteken.

Nu we weten wat ironische factoren en markeringen zijn, is het tijd om te kijken hoe deze gebruikt worden in printmedia. Om de boodschap van de tekst goed te begrijpen moet je alert zijn op de ironische factoren en markeringen. Toch gebruikt iedere vorm van printmedia ironie anders. Commerciële reclames bijvoorbeeld, laten vaker met ironische markeringen zien dat de reclame om een ironische uitspraak gaat dan andere soorten printmedia. Als reclames dit niet duidelijk aangeven is er meer kans op misinterpretatie van de tekst en kan dit leiden tot schade aan het bedrijf. Ook gebruikt men eerder markeringen in reclames zodat de ontvanger de reclame beter verwerkt. Een markering van ironie is een soort puzzel die opgelost moet worden, wat leidt tot een intensievere verwerking van de reclame. Columns, reviews en brieven naar redacties zijn bij voorbaat al kritischer geschreven, terwijl reclames niet kritisch hoeven te zijn. Bij kritiek verwacht men eerder een ironische uiting en dit hoeft dus minder duidelijk te worden aangegeven dan wanneer men geen kritiek verwacht.

Er zijn ook verschillen in ironie tussen printmedia met afbeeldingen (reclames en cartoons) en verbale printmedia (columns, reviews en brieven aan redacties). Er worden minder ironische markeringen gebruikt bij verbale genres dan bij de genres met tekst en afbeeldingen. Om de afbeeldingen kracht bij te zetten wordt er vaker verduidelijkt dat er sprake is van een ironische uiting.

 Ironie spreekt aan, maar wees duidelijk!

pas op ironieWaar Whalen, Pexman, Gill en Nowson kijken naar de gebruikte ironische stijlfiguren op weblogs kijken Burgers, van Mulken en Schellens naar ironische factoren en markeringen in de printmedia. Ironie is overal te vinden. Wat opvalt, is dat wanneer het voor een medium risicovoller is om ironie te gebruiken, er meer gebruik wordt gemaakt van gemakkelijke en duidelijke vormen van ironie.

Wil je een weblog of traditionele verbale teksten schrijven, maak dan vooral gebruik van hyperbolen en understatements. Ga je liever voor printmedia met afbeeldingen, laat dan af en toe weten via markeringen dat je ironie gebruikt.

Ironie kan plagen, het vermindert of versterkt pijnlijke opmerkingen en het brengt een stukje humor in tekst, maar het blijft een risico om ironie te gebruiken. Niet iedereen begrijpt het zoals jij het bedoelt.

 

Referenties

Burgers, C., van Mulken, M., & Schellens, P. J. (2012). Verbal irony: Differences in usage across written genres. Journal of Language and Social Psychology.

Rossem, V. (2012, juni 11). AOW-leeftijd eindelijk omhoog gestemd. Opgeroepen op Augustus 2012, van www.GeenStijl.nl: http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2012/07/aowleeftijd_eindelijk_omhoog_g.html

van ’t Hek, Y. (2012, juni 28). Vergeten baby. Opgeroepen op augustus 2012, van www.nrc.nl: http://www.nrc.nl/youp/2012/07/28/vergeten-baby/

Whalen, J. M., Pexman, P. M., Gill, A. J., & Nowson, S. (in press). Verbal irony use in personal blog. Behaviour & Information Technology.

Reacties

Geen reacties over “Ironie in weblogs en printmedia”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.