Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Universiteit van Amsterdam. Op Posted on 11 juli, 2013by

Jip is een meisjeDe EU onderzoekt een verbod op kinderboeken met daarin stereotypen. Het EU-comité voor vrouwenrechten en seksegelijkheid schrijft dat kinderen al op jonge leeftijd met seksestereotypen worden geconfronteerd via televisie, reclame, opvoeding, boeken en lesmateriaal. Dit zou schadelijk zijn voor de carrièreperspectieven van vrouwen in de toekomst (Daily Mail, 07-11-12). Maar zijn de Jip en Janneke van vroeger meer stereotype dan de Jip en Janneke van nu?

Sterke mannen, gevoelige vrouwen

De Europese Unie lijkt ervan uit te gaan dat de eigenschappen van mannen en vrouwen aangeleerd zijn. Dit houdt bijvoorbeeld in dat als jongens steeds te horen krijgen dat zij rationeel en sterk moeten zijn, zij dit uiteindelijk ook worden. Op deze manier zouden eigenschappen van het ‘man zijn’ dus niet direct aangeboren, maar aangeleerd zijn. Bij kinderboeken betekent dit dat met taal deze stereotype eigenschappen van mannen en vrouwen kunnen worden voorgeschoteld en overgenomen door respectievelijk jongens of meisjes. Of het verschil tussen man en vrouw aangeboren of aangeleerd is, zullen we waarschijnlijk nooit zeker weten. Deze discussie wordt al sinds lange tijd gevoerd. Waar we wel naar kunnen kijken is de representatie van mannen en vrouwen in kinderboeken.

Waar zijn de vrouwen dan?

Recent onderzochten Amerikaanse Universiteiten de aanwezigheid van mannen en vrouwen in 5618 kinderboeken (MCCabe, Fairchild, Grauerholz, Pescosolido & Tope, 2011). De boeken waren in de twintigste eeuw gepubliceerd in de Verenigde Staten. De onderzoekers richtten zich op de zichtbare kenmerken van ongelijkheid. Er werd gekeken naar de aanwezigheid van mannen of vrouwen in de titel, personen in het boek en de datum van publicatie.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat mannen onafhankelijk van de boekserie gemiddeld meer in titels genoemd werden en dat zij ook vaker de hoofdpersonen waren. Gemiddeld had 36,5 procent van de boeken een mannelijke naam in de titel en 17,5 procent had een vrouwelijke naam in de titel. Daarbij zijn er altijd mannen aanwezig in boeken, terwijl er niet altijd vrouwen in voorkomen. Bij het onderzoeken van de verschillende soorten boeken over een langere periode kwam naar voren dat de verandering tegenover rolpatronen onregelmatig en dus niet lineair is, maar wel gebonden aan de patronen van feministische activiteiten en verzet door de eeuw heen. De periode met het grootste verschil tussen mannen en vrouwen in kinderboeken was tussen 1930 en 1960. Dit is de periode die gevolgd werd door de eerste golf van de vrouwenbeweging.

Vrouwen zijn dus ondervertegenwoordigd ten opzichte van mannen in kinderboeken. Maar hoe zit het nu met de stereotypen?

De huidige Jip en Janneke

Kolletje en DirkZien we de rolbevestiging ook terug in de Nederlandse kinderboeken van vroeger en nu? Jip en Janneke verscheen voor het eerst in 1953. In 2012 verschenen de Kolletjeboekjes van Feller met de hoofdpersonen Kolletje en Dirk: de huidige Jip en Janneke. Zij zijn niet zo bekend als Jip en Janneke, maar hun situatie komt wel overeen met het tweetal.

Kolletje en Dirk zijn ook twee buurkinderen die in hun directe omgeving allemaal dingen beleven. Kolletje en Dirk zijn echter minder dol op rollenspellen dan Jip en Janneke.

Rollenspellen: Jip is bruidegom, koning, piloot en chef

RollenspellenJip en Janneke spelen wel regelmatig rollenspellen. Opvallend is dat Jip altijd de mannelijke rollen heeft. Zo is hij onder andere bruidegom, koning, piloot en chef. Janneke speelt altijd de vrouwelijke rollen of de passievere rollen. In deze gevallen: bruid, koningin en passagier. Maar houdt Annie M.G. Schmidt zich precies aan de rolpatronen of broeit er onderhuids toch emancipatie in Jip en Janneke? Interessant is dat Janneke de traditionele rolpatronen niet altijd lijkt te accepteren. In het verhaal Jip is de chef treffen we de volgende conversatie aan:

‘Nou wil ik de chef zijn!’, roept ze [Janneke].
‘Hoe kan dat nou?’, zegt Jip. ‘Dames zijn geen chef.’
‘Ik ben geen dame’, huilt Janneke. ‘Ik ben Janneke.’
‘Jannekes zijn ook nooit chef’, zegt Jip.
‘Meisjes kunnen geen chef zijn.’ (Schmidt, 2011, p.150)

Hierna volgt er een ruzie die door moeder wordt beslecht. Omstebeurt mogen ze de chef zijn. Janneke’s protest is een kleine stap tegen de vaste rolverdeling in.

Uiterlijke kenmerken: Doerak heeft een strik én een piemeltje

Doerak heeft een strik én een piemeltjeKolletje en Dirk beleven vooral in het dagelijks leven avonturen in en rond het huis. Maar ook hierin zien we toch de stereotypen terugkeren. Als Kolletje en Dirk in het verhaal Doerak is jarig de hond Doerak van een bejaarde buurman uit de straat zien, vraagt Dirk zich af wat de hond om zijn nek heeft.

‘Een mooie gouden strik’, zegt Kolletje.
‘Is hij een meisjeshond?’, vraagt Dirk.
‘Nee, hij is een jongetjeshond’, zegt Kolletje. ‘Hij heeft toch een piemeltje.’
Dirk grinnikt. ‘Waarom draagt hij dan een strik?’ (Feller, 2012, p.12)

Hier wordt het dragen van een strik als net zo typerend voor ‘het vrouw zijn’ gezien als het hebben van een piemel voor een man is. Dit laatste is echter aangeboren terwijl een strik zo kan worden verwijderd. Toch wordt dit uiterlijke kenmerk ‘strik hebben’ gelijkgesteld aan ‘vrouw zijn’.

Opvallend is dat een gelijksoortige gebeurtenis bij Jip en Janneke plaatsvindt. In het verhaal Jip is een meisje wil Jip net als Janneke een mooie das om zijn hoofd. Moeder knoopt hem een das om zijn hoofd en Jip en Janneke gaan naar de groenteboer. De groenteboer ziet het stel aan voor twee meisjes:

Jip is een meisje‘Dag meisjes’, zegt meneer Dekker.
Jip krijgt een hele rode kleur. Meisjes!
‘Ik ben geen meisje’, zegt hij boos. ‘Ik ben een jongen!’
‘O’, zegt meneer Dekker. ‘O, dat kon ik zo gauw niet zien.’
‘Maar ik heb toch een broek aan’, zegt Jip.
‘Je vriendinnetje heeft ook een broek aan.’ Dat is waar. Janneke heeft altijd een lange broek aan met die kou.
‘En jullie hebben allebei een meisjesmuts op’, zegt meneer Dekker.
Jip doet dadelijk de sjaal van zijn hoofd. (Schmidt, 2011, p.68)

Jip wil in dit verhaal zelf een hoofddoekje om. Het hoofddoekje blijkt echter gekoppeld aan ‘meisje zijn’. Jip geeft aan dat hij een broek aan heeft. Hij beschouwt het dragen van een broek als ‘jongen zijn’. Maar meneer Dekker wijst hem erop dat ‘het dragen van een broek’ zowel voor jongens als meisjes kan gelden. Jip schaamt zich dat de groenteboer hem een meisje heeft genoemd. Hij is ook boos. Jip wil niet als meisje worden gezien. Ook zijn moeder wijst hem nog eens terecht: ‘Als ze thuis komen is Jip nog altijd een beetje boos. ‘Ja’, zegt moeder. ‘Dat heb je ervan.’ (Schmidt, 2011, p.68) Hieruit valt het volgende te concluderen: als je meisjeskleding aan doet, dan draag je het kenmerk ‘meisje zijn’ bij je en als je een meisje wordt genoemd terwijl je eigenlijk een jongen bent, dan schaam je jezelf en ben je boos.

Het dragen van een strik of een hoofddoekje is in deze verhalen inherent aan het ‘meisje zijn’. Andere uiterlijke kenmerken van het ‘meisje zijn’ komen ook uit de tekeningen naar voren: Janneke en Kolletje lopen afwisselend in jurk, rok of broek rond. Kolletje draagt ook een altijd een grote strik in haar haren. Jip en Dirk staan altijd met een broek afgebeeld.

Generalisaties: boze mannen huilen niet

Maar niet alleen uiterlijke eigenschappen worden onderverdeeld tussen jongens en meisjes, ook innerlijke eigenschappen. In Jip en Janneke wordt een aantal keer expliciet aangegeven welke innerlijke eigenschappen bij een jongen of bij een meisje horen. Vader zegt bijvoorbeeld tegen Jip: ‘Mannen huilen niet als ze boos zijn.’ En: ‘Je bent toch een man?’ (Schmidt, 2011, p.158) En als Janneke vertelt dat ze bang was om te zwemmen, reageert Jip als volgt: ‘Ja, jij was bang. Ik niet, maar ik ben een man.’ (Schmidt, 2011, cd 2, nummer 18)

Dit soort generaliserende uitspraken over innerlijke mannelijke of vrouwelijke kenmerken zijn niet meer bij Kolletje en Dirk te vinden. In dit boek wordt nog wel op uiterlijke kenmerken onderscheid gemaakt tussen man en vrouw, maar niet of nauwelijks meer op innerlijke kenmerken.

Vaarwel Jip en Janneke?

Al met al zullen we waarschijnlijk nooit weten of het man- of vrouw-zijn aangeboren of aangeleerd is. Deze discussie wordt al jaren gevoerd, is nog onbeslist en zal dit waarschijnlijk ook blijven. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen door de jaren heen ondervertegenwoordigd zijn in kinderboeken ten opzichte van mannen. Verder is te zien dat in Kolletje nog onderscheid wordt gemaakt tussen man en vrouw op basis van uiterlijke kenmerken, maar niet meer op innerlijke kenmerken, zoals in Jip en Janneke wel gebeurt. Bij Kolletje zijn er dus geen generaliserende uitspraken meer. Moet Jip en Janneke nu op de zwarte lijst, zoals de Europese Unie voorstelt? Er is een oplossing. Een geëmancipeerde moeder zei onlangs: ‘Als ik Jip en Janneke voorlees zeg ik gewoon ‘Janneke’ waar ‘Jip’ staat en ‘Jip’ waar ‘Janneke’ staat.’

Verder lezen

Beauvoir, de S. The Second Seks (2001). The Norton Anthology of Theory and Criticism. Ed. Vincent B. Leitch. New York and London: W.W. Norton and Company.
Butler, J. Performative Acts and Gender Constitution: An Essay in Phenomenology and Feminist Theory (1988). In: Theatre Jounal 40:4.
Feller, P. met tekeningen van N. Stenvert. Kolletje viert feest (2012). Amsterdam: Moon is een imprint van Dutch Media Uitgevers BV.
MCCabe, J. & E. Fairchild, L. & Grauerholz & B. Pescosolido & D. Tope. Gender in Twentiethcentury Children’s books: Patterns of Disparity in Titles and Central Characters (2011). In: Gender & Society 25:2. P. 197-226.
Schmidt, A.M.G. met tekeningen van F. Westendorp. Jip en Janneke (2011). Amsterdam & Antwerpen: Querido’s Uitgeverij BV.

Reacties

Geen reacties over “Jip is een meisje: rolpatronen in kinderboeken”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.