Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Tekstblog. Op Posted on 1 maart, 2011by

Woensdag 2 maart waren de Provinciale-Statenverkiezingen. Veel mensen hebben voor steamadvies weer gebruik gemaakt van websites als Kieskompas.nl. Op basis van de partijprogramma’s legt de kompas je 30 stellingen voor. De uitkomst laat zien wat jouw politieke voorkeur is. Een ‘neutraal’ en ‘objectief’ advies. Dat betekent dat de stellingen je niet in de richting van een bepaalde partij mogen leiden. Hoe zorgen de makers hier in taalkundig opzicht voor?

De transformatie van partijprogramma’s naar stellingen

Het formuleren van 30 stellingen voor Kieskompas betekent een enorme vertaalslag. Partijprogramma’s met een eigen stijl en toon moeten worden omgezet naar kernachtige statements. De bezoeker moet deze bovendien kunnen beantwoorden op een schaal van ‘helemaal mee eens’ naar ‘helemaal niet mee eens’. Inhoudelijk is dat een flinke opgave. De stellingen moeten de lading immers zo dekken dat het kompas het stemadvies goed kan onderbouwen. Maar ook taalkundig vindt er een transformatie plaats. In tegenstelling tot de formuleringen uit de partijprogramma’s, mogen de stellingen de lezer niet sturen. De plaatjesversie van Kieskompas kreeg onlangs de kritiek dat ze de stellingen niet objectief verbeeldt. Misschien hebben de makers de kracht van beeld inderdaad onderschat. Bij de geschreven versie beschikken ze daarentegen over taalkundige middelen om de formuleringen te neutraliseren.

Objectiveren van de inhoud

De stellingen van Kieskompas zijn objectiever geformuleerd dan de partijprogramma’s.  Voor een deel wordt dat bewerkstelligd door het weglaten van de agens, de uitvoerende persoon of instantie in een zin. Met deze tekstuele aanpassing kun je de werkelijkheid verzachten, een bron beschermen, informatie achterhouden, of verantwoordelijkheid ontlopen (Onrust, Verhagen en Doeve, 1993). In de stellingen van Kieskompas is het effect dat de inhoud geobjectiveerd wordt. Om de agens weg te kunnen laten, worden de meeste stellingen passief geformuleerd. Neem bijvoorbeeld de stelling ‘In het openbaar vervoer moeten meer veiligheidscamera’s worden geplaatst.’ Wie hier de uitvoerende instantie is (wie houdt wie eigenlijk in de gaten?), verschuift daarmee naar de achtergrond.

Geen subjectieve taal

Een andere manier van objectiveren bestaat uit het weglaten van subjectieve woorden. Partijen gebruiken die veelvuldig om hun programma’s kleur te geven en de kiezer te overtuigen. Dat doen ze met allerlei bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. We zien formuleringen als ‘onnodig veel bureaucratie’, ‘maar liefst twee miljoen euro’ en ‘verkapte belastingmaatregelen’. Subjectiviteit zit soms ook in woordgebruik. ‘Opgezadeld worden met een burgemeester’ heeft een andere klank dan ‘geen gekozen burgemeester’. Bij het formuleren van de stellingen heeft Kieskompas dergelijke zinsdelen eruit gefilterd.

Goede afweging over moeten en mogen

Een andere manier om subjectiviteit te reduceren, is het achterwege laten van modale werkwoorden, zoals zullen, kunnen, of willen. Daarmee druk je immers een houding ten aanzien van een ander werkwoord uit. Je zou dus veronderstellen dat Kieskompas dergelijke woorden moet vermijden. Toch hebben de makers dat niet gedaan. Ze gebruiken ‘moeten’ en ‘mogen’ veelvuldig, maar dan vooral om de lezer binaire keuzes voor te leggen. Het werkwoord ‘mogen’ is daarbij minder dwingend dan ‘moeten’. Je moet dan ook goed bedenken of je een politiek issue vertaalt naar een zin met ‘mogen’ of met ‘moeten’. De betekenis van ‘Turkije moet lid worden van de EU’ is ondubbelzinniger dan ‘Turkije mag lid worden van de EU’, maar de lading is ook anders. ‘De keuze hangt heel erg af van de context,’ meent VU-politicoloog André Krouwel, die Kieskompas in 2006 ontwikkelde. ‘Wanneer partijen zelf spreken in termen van een binaire keuze, dan ligt ‘moeten’ voor de hand. Bijvoorbeeld over coffeeshops: sluiten of niet? Maar als uit hun programma’s blijkt dat er meer dan twee opties zijn, is ‘mogen’ juist weer beter.’

Van complexiteit naar eenvoud

Voor een goede Kieskompas is een heldere en ondubbelzinnige formulering van de stellingen erg belangrijk. Complex woordgebruik, jargon en veel samengestelde zinnen zijn daarom uit den boze. Ook vage termen als ‘een beetje’ of ‘relatief’ moet je vermijden, net als het gebruik van ontkenningen. Op deze punten zorgen de makers van Kieskompas voor een vertaalslag – al blijkt uit onderzoek dat de partijen in hun programma’s ook al rekening houden met de noodzaak van eenvoud. Maar waar zij het alsnog wagen een term als ‘Ecologische Hoofdstructuur’ te gebruiken, zet Kieskompas het mes erin.

Taal is je gereedschap

Het transformeren van partijprogramma’s tot een geheel van kernachtige stellingen is een precair proces. Je zou het kunnen vergelijken met de vertaalslag die journalisten maken wanneer ze van een persbericht een nieuwsbericht maken. Het gereedschap voor die vertaalslag is taalkundig. De makers van Kieskompas slagen in hun opzet om formuleringen te vereenvoudigen en te neutraliseren. Resultaat: een objectief advies aan de kiezer.

Dit artikel is gebaseerd op Vera Mast (2011), Verkiezingsprogramma’s en Kieskompas. Een onderzoek naar de transformatie van verkiezingsprogramma’s naar stellingen op Kieskompas. Amsterdam: Bachelorscriptie Vrije Universiteit .

Verder lezen

  • Cornelis, L.H. (1994). Passief formuleren. Toegepaste Taalwetenschap in artikelen, 50(3), 33-43.
  • Kager, M.A.A. (2008). De retoriek van kunnen. Leiden: Doctoraalscriptie Universiteit Leiden.
  • Onrust, M., Verhagen, A., & Doeve, R. (1993). Formuleren. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Vis, K., Sanders, J., & Spooren, W. (2010). Changes in subjectivity and stance – a diachronic corpus linguistic study of Dutch news texts. [Faculteit der Letteren, Vrije Universiteit Amsterdam].

Reacties

Geen reacties over “Kieskompas neutraliseert taal verkiezingsprogramma´s”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.