Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

‘Tekstblog-auteurs die goed schrijven, zijn succesvolle professionals.’ Zet na het eerste woord een komma, en prompt verandert de betekenis van die zin. Daarom staat in alle Nederlandse taaladviezen: je móet een komma schrijven vóór een uitbreidende bijzin, en je mag géén komma gebruiken als er een beperkende bijzin volgt. Ook in twee boeken die ik onlangs in handen kreeg: Gewoon goed Nederlands van Marianne Bertina, en Overtuigend schrijven van Frans van Eemeren e.a. Als het aan mij ligt, schrappen we die regel.

‘Een komma verandert de betekenis’

Hoe zat het ook alweer? In een Taaltip van de maand legt het Taalcentrum-VU de beruchte regel nog eens uit.

  • Een beperkende bijzin krijgt geen komma:
    De medewerkers van Fokker die ontslagen waren, kregen een brief thuis.
  • Een uitbreidende bijzin krijgt wel een komma:
    De medewerkers van Fokker, die ontslagen waren, kregen een brief thuis.

In het tweede geval zijn alle medewerkers ontslagen, en krijgen ze allen een brief.

Het lijkt zo’n elegante regel waar geen speld tussen te krijgen valt. Sommige auteurs imponeren ons zelfs met civiele rechtszaken waar die komma bepaalde of een partij al dan niet tot een sanctie zou worden veroordeeld. (Het weglaten van) de komma verandert dus de betekenis.

Argwaan tegen een veelgemaakte ‘fout’

Ik kreeg steeds meer argwaan tegen het stellige betoog van de adviseurs – kennelijk tegen een fout die nogal wat taalgebruikers zouden maken. Want als zovelen dezelfde fout maken, dan vraag ik mij altijd meteen af hoe dat toch komt. Moedertaalsprekers maken allerlei denkbare grammaticale fouten nooit, en deze kennelijk nogal vaak. Nou lees ik ook wel eens Duitse teksten, en daarin staat vrijwel altijd een komma voor een bijzin – of die nu beperkend of uitbreidend is. Zoek er gerust een Duitse tekst op na. Het Duits is nauw aan het Nederlands verwant en dat geldt zeker voor de zinsbouw. Trouwens, ook in andere moderne westerse talen komen die beperkende en uitbreidende bijzinnen voor.

Een ezelsbrug en een adder onder het gras

De adviseurs geven ons vaak een ezelsbruggetje om te bepalen of een bijzin beperkend of uitbreidend is. Als je de bijzin kunt weglaten, is die uitbreidend en behoudt de hoofdzin zijn betekenis. Als de hoofdzin zijn betekenis verliest als je de bijzin weglaat, is de bijzin beperkend. De adder onder het gras zou zijn: er zijn zinnen waarin de bedoelde betekenis van de hoofdzin afhankelijk is van de bijzin, terwijl diezelfde hoofdzin een andere betekenis kan hebben als de bijzin vervalt. Maar zoals ik het net formuleerde, is er al geen adder meer. Want of de komma er staat of niet, doet er niet toe. Het gaat alleen maar om wat er tussen die komma’s staat! De voorbeelden die de boekjes geven, overtuigen me nooit, ze lijken me er altijd met de haren bijgesleept. Bertina (2011) vergelijkt:

  • De vijftig populairste vrijgezellen van Nederland houden niet van vrouwen, die de hele dag met hun uiterlijk bezig zijn.
  • De vijftig populairste vrijgezellen van Nederland houden niet van vrouwen die de hele dag met hun uiterlijk bezig zijn.

Het is toch evident dat als je de komma-regel strikt neemt, die eerste zin flauwekul is?

Voor de zin die Frans van Eemeren e.a. (2005) geven, geldt hetzelfde:

  • Alle Nederlanders, die niet in hun behoeften kunnen voorzien, hebben recht op een uitkering.

De beperkingen van de komma-regel

De volgende voorbeeldzin laat goed zien wat er mis is met de komma-regel:

  1. Alle jongens die stout waren geweest kregen straf.
  2. Alle jongens die stout waren geweest, kregen straf.
  3. Alle jongens, die stout waren geweest, kregen straf.

Zin 1 is een zinvolle en eenduidige mededeling.

Zin 2 heeft een komma ná de bijzin. Hier is de komma een betekenisloos leesteken, het geeft een rust waar sommige lezers wat aan hebben. De mededeling blijft hetzelfde.

Zin 3 zou volgens de adviseurs betekenen dat alle jongens straf kregen – kennelijk omdat ze ook allemaal stout waren geweest. Hier sloeg bij mij de twijfel toe. Want waarom zou je die tweeledige mededeling op déze manier opschrijven? De twee mededelingen zijn namelijk van hetzelfde niveau. Daarvoor heb je op z’n minst een bijzin nodig met een nevenschikkend voegwoord, niet een verwijzend voornaamwoord. En de adviseurs weten dat heel goed. Het zou pas weer interessant worden als er iets onverwachts had gestaan:

4. Ook de jongens die niet stout waren geweest kregen straf.

En je mag daar zo veel komma’s tussen zetten als je wilt, je zult de betekenis van deze zin niet anders kunnen begrijpen! Of wacht, waren er nu meisjes in het geding die (allemaal of niet allemaal) stout waren geweest die straf hadden gekregen? In dat geval zou ik in zin 4 beslist geen komma’s, maar gedachtenstreepjes gebruiken om uitdrukking te geven aan mijn impliciete verbazing. Misschien zelfs wel met een verontwaardigd uitroepteken erbij, dat kan allemaal zo lekker tussen gedachtestrepen!

Schrap de regel

Ik stel dus voor om die beruchte passage over de ‘beroemdste komma’ uit alle adviesteksten te schrappen en de mensen niet langer met dat domme ding lastig te vallen. De komma is een handig leesteken. Maar als deze een eigen betekenis zou hebben, is het geen zuiver leesteken meer. Dus taaladviseurs van Nederland, zoek een ander onderwerp om uw superieure gelijk te halen.

Verder lezen

  • Bertina, M. (2011), Gewoon Nederlands. Schrijven voor de lezer. Den Haag: Boom Lemma Uitgevers.
  • Eemeren, F. van  e.a. (2005), Overtuigend schrijven. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.

Reacties

Er is één reactie over “Komma bij een uitbreidende bijzin? Onzin!”

  1. Ik weet nog niet of ik het met deze zienswijze eens ben. Je kunt de regel wel schrappen, maar je kunt niet zomaar schrappen wat in iemands hoofd zit. En als een lezer, de lessen op school indachtig, de bestaande regel hanteert en de schrijver niet, leidt dat tot misverstanden.
    Iets anders is dat het hier om een regel gaat die zo’n 40, 50 jaar geleden niet toegepast werd. Toen zat ik op het gymnasium en ik was heel goed in schrijven. Mijn docent Nederlands heeft ons nooit iets over verschillende soorten bijzinnen verteld. Dat weet ik zo zeker, omdat ik het dan absoluut onthouden zou hebben. Wij moesten bij iedere bijzin een komma zetten, zowel bij uitbreidende als bij beperkende. Verder lees ik voor mijn werk (docent klassieke talen) in leerboeken soms fragmenten van vertalers Grieks/Latijn uit diezelfde tijd. Ook zij schrijven overal komma’s.
    Ik heb het al eens aan de taaladviesdienst van Onze Taal gevraagd en die wisten er geen antwoord op.
    Voorlopig hanteer ik de bestaande regel maar en ik heb er absoluut geen moeite mee. Dus voor mezelf zie ik het probleem niet zo.

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.