Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Noemi Frontana. Op Posted on 19 februari, 2015by

Nederlanders zijn dol op stopwoorden. In ieder willekeurig gesprek – of dit zich nu afspeelt op het schoolplein of in een pFoto inleidingolitiek debat – zitten deze korte ‘tussenwoordjes’ verstopt. Gewoon, dus, nou ja: ze vliegen je om de oren. Maar er is één woord dat bijna iedere Nederlander tegenwoordig regelmatig gebruikt: ‘zeg maar’. Heeft dit stopwoord nut of dient het alleen ter opvulling?

Ja, nou, het zit zo met die stopwoorden

De gemiddelde Nederlander vult zijn zinnen op met stopwoorden. ‘Ja, weet je, ik heb zeg maar iets gehoord… Ja, over m’n buurman weet je wel, maar goed dat zit dus zo…’ is voor velen een heel normale zin. Het stopwoord bestaat al jaren: in het begin van de twintigste eeuw schreef  Van Wageningen (1919, p. 165-167) al een artikel over stopwoorden waarin hij zelfs suggereerde dat de Romeinen ook stopwoorden in hun spreektaal gekend hebben.

Van Wageningen definieert in zijn artikel stopwoorden als woorden die men aan het begin van een gesprek gebruikt om gemakkelijker van wal te steken, of in het midden van een betoog om als overgangspartikel te dienen. Stopwoorden komen zelden voor in geschreven taal, slechts in de gesproken taal. In de geschreven taal heb je namelijk de tijd om zijn gedachten te ordenen en is het niet noodzakelijk deze tijd op te vullen met een stopwoord.

Van Wageningen noemde ‘tusschen twee haakjes’ en ‘begrijp je?’ als populaire stopwoorden in het begin van de twintigste eeuw. Op dit moment is een van de meest gebruikte – en door veel taalpuristen meest gehate –  stopwoorden ‘zeg maar’. Op een enkele uiterst welsprekende persoon na gebruikt nagenoeg iedere Nederlander dit regelmatig.

Jan Mulder ergert zich kapot

Maandelijks geeft televisiepersoonlijkheid Jan Mulder een ‘Top 5 Ergernissen’ bij De Wereld Draait Door. Op 7Jan Mulder maart 2013 was de beurt aan zijn ergernissen in taalgebruik. Met stip op één stond het stopwoord ‘zeg maar’. ‘Iedereen zegt dat na elke zin,’ zei Mulder, en om dit te bewijzen had hij een compilatie gemaakt van tv-fragmenten – allemaal uitgezonden op dezelfde dag – waarin mensen ‘zeg maar’  zeiden. Het was een komisch filmpje waarin maar liefst 17 keer het stopwoord voorkwam, afkomstig uit verscheidene programma’s.

‘Wij moeten klinieken oprichten,’ vindt Mulder, ‘afkickcentra, op eilanden, mooie gebouwen met zware isoleercellen: ‘zeg maar’ klinieken. Dat is de toekomst.’

Mulder refereert tijdens zijn boycot tegen ‘zeg maar’ naar schrijfster Paulien Cornelisse, die eerder het boek Taal is zeg maar echt mijn ding (2009) schreef, waarin zij het stopwoord en de gebruikers ervan bespot. ‘Nog steeds gebruikt iedereen dit woord: heeft ze al dat werk nu voor de kat z’n kut gedaan?’ vraagt Mulder zich af. Het is duidelijk: de man hekelt het woord.

Taal is zeg maar echt mijn ding

In het eerdergenoemde boekCornelisse van Cornelisse analyseert de schrijfster veelvoorkomende taaluitingen waar ze negen van de tien keer kritiek op uit. ‘Zeg maar’ komt uitgebreid aan bod: het staat zelfs in de titel van het boek. Paulien Cornelisse geeft in haar boek haar eigen definitie van het woord:

“’Zeg maar’ betekent ‘we zeggen het nu even zo, maar eigenlijk zou het net zo goed anders kunnen zijn’. En dat is handig: ‘We hadden zeg maar een feestje.’ Als iemand gepikeerd reageert (‘Waarom ben ik niet uitgenodigd?’) kun je altijd nog snel zeggen: ‘Nou ja, feestje, feestje, het was meer dat we samen televisie hebben gekeken.’” (p. 207)

De letterlijke betekenis van ‘zeg maar’, volgens het Genootschap Onze Taal is ‘met andere woorden’, ‘zogezegd’, ‘om het zo uit te drukken’. Cornelisses definitie, die in de praktijk meer lijkt te kloppen dan de officiële, lijkt hier geenszins op;  je gebruikt ‘zeg maar’ niet meer voor de letterlijke betekenis maar juist om iets minder letterlijk te maken.

Waarom het woord zo populair is? Cornelisse zegt dat mensen altijd graag een slag om de arm houden. ’Zeg maar’ is daar ideaal voor, omdat je iets zegt, maar toch eigenlijk ook weer niet. Je kunt, zoals in bovenstaand voorbeeld, een uitspraak makkelijker omvormen of intrekken. Dit is volgens Cornelisse echter een laffe manier van spreken: ‘O wee als je ergens aan gehouden kan worden.’

Voorbeeld:
Op 25 mei 2009 ging VVD-fractievoorzitter – toen nog geen minister-president – Mark Rutte in debat met vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven, de havens en de greenport (MeerTelevisie 2009). Het debat ging over hoe de economische groei van de Randstad gestimuleerd kon worden en tegelijkertijd kon worden ingespeeld op de maatschappelijke behoefte om de Randstad leefbaar en kwalitatief hoogwaardig te houden.
Het debat ging over de mainport (luchthaven Schiphol), de seaport (haven Rotterdam) en de greenport. In het volgende citaat van Rutte Mark Ruttespreekt hij over het succes van de regio Amsterdam.

Rutte: ‘De Randstad is de motor van Nederland, en binnen de Randstad blijkt nu dat het deze regio is die het het best doet, zeg maar relatief het minst slecht doet, hè, eh, in de economische crisis waar Nederland nu in zit.’

Na de concretisering van Rutte, waarin hij ‘het best’ verbetert in ‘relatief het minst slecht (met het oog op de crisis)’, is op de beelden te zien dat de vertegenwoordigers in de zaal knikken. Rutte heeft op deze manier ‘onder voorbehoud’ zijn mening over de regio Amsterdam gegeven, en door zijn omslachtige manier van spreken zijn de vertegenwoordigers het, te zien aan het instemmend knikken, met hem eens. Door op deze manier te spreken kan Rutte nergens op vastgepind worden en staat zijn uitspraak niet vast.

‘Zeg maar’ als hulpwoord voor stotteraars

Er bestaan ook andere redenen om ‘zeg maar’ te gebruiken: Ilande de Dood van de Nederlandse Federatie Stotteren (stotteren.nl) zegt dat stotteraars het woord vaak gebruiken voorafgaand aan een woord waarop misschien gestotterd gaat worden. Dit doen ze volgens De Dood om dit woord uit te stellen of te vermijden.

Voorbeeld:
In een radio-interview tussen Erik de Stotteraar en Sanne Hans (3FM, 2013), ook bekend als singer-songwriter Miss Montreal, zegt Montreal: ‘Dat er een nationale stotterdag bestaat vind ik wel heel erg tof, niet omdat ik het zie als een, zeg maar, p-p-probleem of zo (…)’
Voor het woord waarop Miss Montreal stotterde, probleem, zei ze ‘zeg maar’, waarschijnlijk om even tijd te rekken en het stotteren eventueel de kop in te drukken.

Aan de hand van dit voorbeeld lijkt de theorie van De Dood te kloppen, maar veel stotteraars zullen ‘zeg maar’ niet alleen om deze reden gebruiken en kunnen ook andere stopwoorden gebruiken om een woord waarop ze stotteren te vermijden. Wel is het zo dat ‘zeg maar’ stotteraars kan helpen bij het spreken en het hun zinnen vloeiender kan laten lopen. (De Dood, z.j.)

‘Zeg maar’ is zeker niet overal geliefd

Als je ‘zeg maar’ googelt verschijnen er tientallen artikelen over het stopwoord, allemaal negatief van aard. Rob van Erkelens (2008) noemt het in zijn artikel in De Groene Amsterdammer ‘verschraling van het Nederlands’. Milfje Meulskens (2013) schaart ‘zeg maar’ in de ‘categorie taalergernissen’. Zo zijn er nog tal van voorbeelden van ‘zeg maar’-haters te vinden. Mulder en Cornelisse staan hier dus niet alleen in: ‘zeg maar’ is over het algemeen geen gewaardeerd woord.

Is ‘zeg maar’ wel zo’n vreselijk woord?

Het is duidelijk dat ‘zeg maar’ geen stopwoord is dat door iedereen gewaardeerd wordt. Toch gebruiken de meeste mensen het – zoals te zien was in Mulders filmpje -, en wel om verschillende redenen: ter opvulling van de zin, om ‘een slag om de arm te houden’, om een woord waarop gestotterd wordt uit te stellen of als aanloopje naar de rest van de zin.

Maar is dit echt zo erg? Volgens mij niet. Maakt ‘zeg maar’ een zin mooier of interessanter? Absoluut niet. Maar kan het woord van nut zijn? Zeker wel. De stotteraar die even de tijd wil nemen voor hij aan een moeilijk woord begint krijgt even lucht; de politicus hoeft geen al te concreet antwoord te geven op een lastige vraag van een journalist; de vrouw van de bakker vertelt weifelend een sappige roddel aan een klant zonder dat er stiltes vallen: ‘zeg maar’ is multifunctioneel en moet ook zo gebruikt kunnen worden. Als je het maar niet te veel gebruikt. Zeg maar dat je iedere zin er mee begint.

Verder lezen

Cornelisse, P. (2009) Taal is zeg maar echt mijn ding. Uitgeverij Contact, p. 206-208

De Dood, I.  Nederlandse Federatie Stotteren, link: https://www.stotteren.nl/in-de-media/columns/241-zeg-maar.html

Genootschap Onze Taal, definitie ‘zeg maar’, link: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/zegmaar-zeg-maar

Meulskens, M. (2013) Waarom zeggen we ‘zeg maar’?. De Taalpassie van Milfje, link: http://milfje.blogspot.nl/2014/01/maar-waarom-zeggen-we-zeg-maar.html

Van Erkelens, R. (2008) Ongelooflijk leuk, zeg maar. De Groene Amsterdammer, editie 14 maar 2008, link: http://www.groene.nl/artikel/ongelooflijk-leuk-zeg-maar

Van Wageningen, J. (1919) Stopwoorden. Neoplilologus, Volume 4 Issue 1, p. 165-167

Clips

Interview Miss Montreal. 3fm, 21 november 2013, link: http://www.youtube.com/watch?v=UQNVVZttE_4

MeerNieuws: Publiek debat met Mark Rutte. MeerTelevisie, 25 mei 2009, link: http://www.youtube.com/watch?v=6vndceZ1oag

Top vijf taalergernissen van Jan Mulder. Aflevering De Wereld Draait Door 27 maart 2013, link: http://www.youtube.com/watch?v=sLjanjwajiw

Reacties

Geen reacties over “Nederlands populairste stopwoord”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.