Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Ellen Aarts. Op Posted on 10 februari, 2012by

Krant opgeroldCreatief taalgebruik in de politiek wordt gewaardeerd. Zeker tijdens belangrijke momenten, zoals de Algemene Beschouwingen. Dit betoogden onder andere Freek Staps en Derk Stokmans in Nrc Handelsblad (22 september 2011). Maar dat ditzelfde ‘creatieve taalgebruik’ ook in hedendaagse berichtgeving van kranten voorkomt, is misschien minder vanzelfsprekend. Het nieuws van nu vertoont zelfs kenmerken van fictie, maar dat lijkt helemaal zo gek nog niet.http://www.tekstblog.nl/wp-includes/js/tinymce/plugins/wordpress/img/trans.gif

Medialandschap is veranderd

Er is veel veranderd in het medialandschap. Internet is steeds vaker de dagelijkse bron van nieuws, terwijl betaalde kranten hun oplages sterk zien dalen. Volgens veel onderzoekers zijn de huidige nieuwsvoorzieningen niet meer in staat de generatie van nu aan te spreken en te boeien. De nieuwsconsument van nu vraagt om een persoonlijke benadering: journalisten moeten daarom stevig gaan nadenken over andere manieren om de aandacht van de lezer vast te houden (Knobloch et.al., 2004). De journalistieke tekst als verhaal lijkt het nieuwe credo.

Gevoelens

Emotie steeds belangrijker

Onderzoekers stellen dat we naar een ervarings- of belevingseconomie evolueren (Pine en Gillmore, 2000), waarin ook de media zullen moeten gaan aansluiten op wat de burger beweegt. De nieuwsconsument wil het nieuws ervaren en voelen, en hij wil weten wat het nieuws voor hem betekent; een behoefte die hoogleraar journalistiek en communicatiewetenschapper Costera Meijer (2006) bodysnatchen noemt. We wisten al langer dat de talige keuzes van een journalist of tekstschrijver een rol kunnen spelen bij de beleving van de lezer. Nu de emotie aan belang wint, wordt de kunst om een verhaal te vertellen (narrativiteit) steeds belangrijker. In mijn onderzoek heb ik gekeken of media van nu inderdaad kenmerken van ‘narrativiteit’ laten zien. Het resultaat was verrassend.

Moderne media onder de loep

Om te bekijken of media van nu inderdaad gebruikenmaken van narratieve (verhalende of literaire) technieken, en hoe zij daarin verschillen, heb ik nieuwsartikelen uit populaire kranten geanalyseerd; Nrc Next, Trouw, Metro, De Pers en Nu.nl. Ik verwachtte dat deze kranten was (voldoende) verschil lieten zien in stijl. Het zijn 2 kwaliteitskranten, 2 gratis kranten en een online krant. Ik ontwikkelde een eigen meetinstrument voor narrativiteit, aan de hand van een uitgebreide studie naar literatuur uit de sociale en cognitieve psychologie, communicatie- en literatuurwetenschappen. Dit meetinstrument spoorde in 125 artikelen kenmerken op die van het normale journalistieke taalgebruik afwijken; technieken waarmee de journalist de dagelijkse taal tot een ‘talig kunstwerk’ maakt. Alle artikelen (onderwerpen kredietcrisis en aardbeving in Haïti) behoorden tot het genre achtergrondverhaal of reportage, hiervan was de verwachting dat er de meeste ruimte zou zijn voor narratieve uitwijding.  Hiermee bracht het meetinstrument literaire procédés van moderne media in kaart.

Narrativiteit meten

Het meetinstrument dat ik ontwikkelde, bevat technische variabelen: het nano-narratief, directe en indirecte rede, de troop, vooropplaatsing en inversie. De laatste drie vallen onder de noemer foregrounding: een overkoepelende term uit de literatuur die verwijst naar stilistische variaties op fonetisch, grammaticaal en semantisch niveau en vormt het typische kenmerk van literatuur. Een korte uitleg van elke variabele:

  • Het nano-narratief – deze term is van journalist en Pullitzerprijswinnaar Jacqui Banazynski (2007) – is nog niet veel onderzocht, maar kwam desalniettemin veel voor. Het is als het ware narrativiteit op miniscuul niveau, en kan soms al in slechts één alinea.
  • De directe en indirecte rede – geven beide een sterk perspectief weer, waardoor ze strijdig zijn met neutrale, objectieve berichtgeving. Als kenmerkende literaire stijlfiguren zorgen ze voor betrokkenheid en dramatisering; de indirecte rede gaat daarbij nog iets verder (focalisatie). Directe rede komt in de journalistiek vooral veel voor in de vorm van citaten.
  • De troop – is in fictie een van de meest kenmerkende stijlmiddelen, maar lijkt ongebruikelijk in de journalistiek. Onder tropen (verzamelnaam voor alle soorten van figuurlijk taalgebruik) vallen bijvoorbeeld de metafoor of beeldspraak, de metonymie en de personificatie.
  • Vooropplaatsing en inversie – hierbij wordt de grammaticale structuur van de zin aangepast, om zo het accent op een bepaald taalelement te leggen.

Literaire kenmerken in nieuws: Nrc Next en Metro koplopers

Vrouw leest krantHet onderzoek leverde boeiende resultaten op. Zo was Nrc Next de krant die de meeste narratieve technieken gebruikt. Dit was enigszins te verwachten, omdat de krant zichzelf als een pionier op een aantal zaken lijkt te profileren (indeling en insteek van het nieuws, beeldmateriaal, vormgeving). Maar ook gratis krant Metro bleek een veelgebruiker van narratieve technieken. Trouw en De Pers geven een duidelijk ander beeld; zij gebruiken vooral veel beeldspraak (tropen) en directe rede, het gebruik van literaire middelen kwam hier minder voor dan in Metro en Nrc Next. Maar ook hier is sprake van opvallend gebruik. Opmerkelijk genoeg gebruikt nieuwswebsite Nu.nl – naar eigen zeggen de best bezochte nieuwswebsite van Nederland – vrijwel geen narratieve technieken. Enerzijds is dat logisch; veel van hun informatie is letterlijk overgenomen van persbureaus. Het is korte, staccato berichtgeving die vooral functioneel is; je bent ermee snel op de hoogte van de feiten.

Als meest voorkomende narratieve technieken in de media kwamen focalisatie, het nano-narratief en de troop (beeldspraak) voor, een vrij opvallend resultaat. Figuurlijk taalgebruik leek vooral veel voor te komen in artikelen over de kredietcrisis. Metaforen vormen een dankbaar retorisch middel om wereldbeelden weer te geven en te construeren, zo bleek ook hier. De werkelijkheid wordt via metaforen versimpeld, en door een vergelijking op te roepen worden dingen makkelijker, zo schreef Aristoteles al in zijn Poetica. En die versimpeling leek vooral van belang in de artikelen over de kredietcrisis, een vrij abstract onderwerp dat wellicht versimpeling behoeft.

Samenvattend leek het gebruik van literaire middelen helemaal niet zo ongebruikelijk als werd verwacht. Beeldspraak, een ingebed perspectief, de directe rede: allemaal literaire ‘hulpmiddelen’ die veelvuldig in de onderzochte Nederlandse media voorkwamen.

Belang voor kranten

Alhoewel dit onderzoek zich slechts toespitste op 5 media, laten de resultaten zien dat narratieve middelen veelvuldig voorkomen, ongeacht welk type media; gratis krant of kwaliteitskrant. Op basis van deze constatering verwacht ik dat dit bij andere media niet anders zal zijn. De communicatiegeneratie van nu vraagt om een andere benadering, een emotionele beleving van het nieuws. Ik durf voorzichtig te stellen dat een aantal media daarin al op de goede weg zijn. Het gaat te ver om algemene uitspraken te doen over veranderingen of trends in de journalistiek, maar het lijkt er wel op dat het combineren van feit en fictie goed past in het medialandschap van nu.

Verder lezen

  • Banaszynski, J. (2007). Narrative in four boxes. In: M. Kramer & W. Call (Eds.) (2007). Telling true stories. A nonfiction writersguide from the Nieman Foundation at Harvard University (pp. 216-218). New York: Penguin Group.
  • Costera Meijer (2006). De toekomst van het nieuws. Amsterdam: Otto Cramwinckel Uitgever.
  • Knobloch, S., Patzig, G., Mende, A.M., Hastall, M. (2004). Affective news. Effects of discourse structure in narratives on suspense, curiosity, and enjoyment while reading news and novels. Communication research, 31 (3), 259-287.
  • Pine, B., J. en Gilmore, J.H. (1999). The experience economy. Work is theatre & everyday business a stage. Boston: Harvard University Press.

Reacties

2 Responses over “Nieuws en fictie; helemaal zo gek nog niet”

  1. Linda Kalkman says: | 10/02/2012 om 17:44

    Ik snap wel dat journalisten van tactiek veranderen om de aandacht van de lezer te trekken, maar nieuws blijft nieuws. En dat hoort gewoon objectief te worden weergegeven. Helaas laten steeds meer journalisten hun mening doorsijpelen in hun artikelen. Soms subtiel door een slim geplaatste quote, soms ook gerust met een koevoet door overdadig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. Jammer, want het heet niet voor niets verslaggeving. En geen meninggeving…

  2. Ik vind dit stuk interessant, maar de kop alarmerend. Ik hoop dat journalisten te allen tijde onderscheid maken tussen feiten en fictie. Het toepassen van verhaalelementen in de stijl en de opbouw kan veelbelovend zijn, dat mag m.i. niet verhinderen dat de inhoud van de berichtgeving altijd feitelijk juist blijft. Het is de taak van journalisten om maatschappelijk relevante verzinsels van anderen door te prikken – als zij ook nog aan dat spelletje mee gaan doen, wordt het steeds moeilijker om zicht te hebben op wat er in de maatschappij aan de hand is. En zonder gemeenschappelijke beleving van wat er aan de hand loopt een gesprek over problemen en oplossingen vast op het afwijzen van elkaars argumenten omdat deze irreëel zijn. IN een samenleving die steeds complexer wordt, waarbij lobbyisten en spin-docters steeds slimmere trucs gebruiken om deelbelangen door te drukken, raken het zicht op de feiten al vaak genoeg verloren. Daarom is het nodig dat fictie en feiten niet met elkaar worden verward.

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.