Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Universiteit van Antwerpen. Op Posted on 3 november, 2011by

Eerste schrijfwet

Bij zijn afscheid als hoogleraar formuleerde Michaël Steehouder 2 provocerende schrijfwetten:

1. Onderzoek biedt geen pasklare oplossingen, maar laat vooral zien hoe ingewikkeld elk onderwerp is.
2. Veel teksten worden een stuk beter als je de eerste zin weglaat.

Een korte verkenning van deze wetten in praktijk en onderzoek.

 

Lezer! Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht no. 37. Aldus de eerste zin van het Boekenweekgeschenk 2011, ontleend aan de Max Havelaar van Multatuli. Moet je het talent hebben van Multatuli of Kader Abdollah om zulke openingszinnen te bedenken? Openingszinnen in zakelijke teksten zijn vaak voorspelbaar en overbodig. Schrappen is een optie, maar de praktijk is ingewikkelder.

Veel schrijvers weten het uit ervaring: je zit vaak aan te hikken tegen de eerste zin, maar als die er eenmaal staan, gaat het verder wel. Schrijfadviseurs bevelen dan ook aan om zo snel mogelijk maar iets op papier te zetten – later kan er dan nog wel aan gesleuteld worden. Steehouder e.a. (2012) adviseren bijvoorbeeld om met een citaat te beginnen (zoals Abdollah) of met een nietszeggende zin die altijd wel toegepast kan worden.

Een van de belangrijkste problemen van onze tijd is… In verband hiermee is het van belang aandacht te besteden aan… en in het bijzonder aan de vraag of…

Zo’n opening moet dan later wel geschrapt of vervangen worden, voegen ze er uitdrukkelijk aan toe.

Functies van openingszinnen

Een openingszin heeft twee functies:

  1. hij moet de lezer duidelijk maken waar de tekst over gaat en
  2. hij moet de lezer bewegen om de tekst te gaan lezen.

De eerste functie vereist dat er elementen in zitten die bij de lezer bekend zijn, de tweede vereist dat er iets in staat dat de nieuwsgierigheid prikkelt. Bijvoorbeeld iets nieuws of onverwachts.

Openingszinnen in zakelijke communicatie vervullen dikwijls wel de eerste functie, maar niet de tweede. Bijvoorbeeld:

Tegenwoordig vindt meer en meer correspondentie plaats in de vorm van e-mail.

Andere openingszinnen herhalen of parafraseren de titel van het hoofdstuk of de paragraaf. Bijvoorbeeld:

3 scenario’s onderzocht
Er zijn 3 scenario’s onderzocht.

Tot slot komen er vooral in correspondentie veel clichématige formuleringen voor:

Naar aanleiding van uw melding  vragen wij uw aandacht voor het volgende.

In zulke gevallen is veel te zeggen voor de Tweede Wet van Steehouder (Van de Laar & Stiekema 2011): “Veel teksten worden een stuk beter als je de eerste zin weglaat.”

Worstelen met de openingszin

Dat het begin van een tekst – ook om inhoudelijke redenen – extra aandacht vereist toont observatieonderzoek van professionele schrijvers aan. Zo laten bijvoorbeeld Sleurs (2003) en Van Hout (2010) zien dat journalisten tijdens het schrijfproces op geregelde tijdstippen teruggrijpen naar de lead van hun artikel (en de titel ervan). Waarschijnlijk geeft de uitwerking van een nieuwe alinea van een artikel de aanleiding om de eerste zinnen enigszins aan te passen.

Precies die herhaalde aanpassingen van de eerste zinnen blijken kenmerkend zijn voor de deskundigheid en ervarenheid van een schrijver. Lindgren, Leijten en Van Waes (2011) observeerden onder meer 10-jarigen, 15-jarigen en ervaren schrijvers (communicatieprofessionals) terwijl die een korte instructieve tekst schreven. Het onderzoek liet zien dat professionele schrijvers veelvuldig terugkeren naar de eerste zin om daar allerlei veranderingen aan te brengen, terwijl beginnende schrijvers dat zelden doen.

Tweets of ‘éénzinsteksten’

Bij tweets is de openingszin meestal ook de laatste. De Tweede Wet van Steehouder op dit genre toepassen zou betekenen dat we het hele bericht moeten schrappen. Misschien zou dat soms ook beter zijn, maar uiteraard niet altijd. Tweets vereisen dat de 2 functies van de openingszin nog eens gecombineerd worden met de eigenlijke inhoud.

Dat zulke éénzinsberichten niet in één keer uit de koker van de schrijver komen, blijkt uit onderzoek van Leijten & Van Waes (2011) naar de manier waarop masterstudenten van de opleiding Meertalige Professionele Communicatie hun tweets schrijven. Het blijkt dat ze al snel meer dan 10 keer tussen  programma’s wisselen om de 140 tekens van de tweet te produceren (Figuur 1). Dat gebeurt onder meer om de inhoud te verifiëren, genreconventies te controleren op de website van Twitter, een lange link te verkorten, of om een binnenlopend Facebookbericht te lezen.

De moraal van dit verhaal?

Figuur 1: schermwisselingen bij het schrijven van een tweet (registratie via Inputlog).

Voor de aangehaalde praktijkvoorbeelden van beginzinnen lijkt de Tweede Wet van Steehouder op te gaan, en van hun soort zijn er talrijke voorbeelden te geven. Schrappen maakt de tekst beter. Maar uit het observatieonderzoek blijkt dat goede professionele schrijvers helemaal niet schrappen: zij passen de openingszin wel geregeld aan terwijl ze de eigenlijke tekst aan het schrijven zijn. En in verschillende ‘nieuwe’ tekstgenres, zoals tweets, besteden ook niet-professionele schrijvers veel aandacht aan de ene zin waaruit het bericht moet bestaan.

Al met al leveren de onderzoeken ons dus geen pasklare, wetmatige oplossingen voor de openingszin. Maar laat dat nou net de Eerste Wet van Steehouder zijn: Onderzoek biedt geen pasklare oplossingen, maar laat vooral zien hoe ingewikkeld elk onderwerp is.

Verder lezen

  • Leijten, M., & Van Waes, L. (2011). Observing and analysing digital writing processes with Inputlog. Presentation at the Key 2011 conference, Essex.
  • Lindgren, E., Leijten, M., & Van Waes, L. (2011). Adapting to the reader during writing. Written Language & Literacy, 14 (2), 188-223 | doi:10.1075/wll.14.2.02lin
  • Sleurs, K., Jacobs, G., & Van Waes, L. (2003). Constructing press releases, constructing quotations: A case study. Journal of Sociolinguistics 7 (2): 192-212 | doi:10.1111/1467-9481.00219
  • Steehouder, M., Jansen, C., Mulder, J., Van de Pool, E., & Zeijl, W. (2012). Leren communiceren, 6e druk. Groningen: Noordhoff (in druk).
  • Van de Laar, F. & Stiekema, R. (2011).  Twente blijft praktisch. Tekstblad 16 (5/6), 25-29.
  • Van Hout, T. (2010). Writing from sources: ethnographic insights into business news production. Ghent: Ghent University Press.

Deze blog is geschreven door: Michaël Steehouder (Universiteit Twente), Els van der Pool (HAN) & Luuk Van Waes (Universiteit Antwerpen).

De bijdrage is een bewerking van: Van Waes, L., Van der Pool, E., & Steehouder, M. (2011). In den beginne: Openingszinnen in praktijk en onderzoek.Tekstblad: Tijdschrift over tekst & communicatie 17 (4), p. 16-20.

 

 

 

Reacties

3 Responses over “Openingszinnen: schrappen of knutselen”

  1. Nou, dat wordt dus moeilijk, mijn eerste zin. Eigenlijk ook niet, want zelden heb ik dergelijk klinkklaar semi-academisch geleuter mogen lezen over ‘Openingszinnen’.

    Niet helemaal duidelijk is wat de eindconclusie is van de auteurs. Ik kan u wel verzekeren (geen autoriteitsargument, maar toch) dat ik met 27 jaar ervaring in de voorlichting en journalistiek (vijf boeken op mijn naam, 14 jaar hoofd persvoorlichting ministerie van defensie, sinds 1998 eigen bureau) in beginsel zeer geinteresseerd zou zou zijn in de uitkomsten van uw onderzoek.
    Na het meerdere keren lezen van uw tekstblog blijf ik slechts achter met zware hoofdpijn. Wat bedoelt u?
    Een van de dingen die wel kloppen in uw kloeke blogje, is dat het schrijven van een eerste zin cruciaal is voor het welslagen van een artikel. Daaraan kunnen vele uren/dag vooraf gaan. Dat kun je bagatelliseren, maar ik begrijp niet waarom.
    Gaarne reactie. Ik citeer geen Multatuli, dus dat wordt vast moeilijk, uw eerste zin.

    Hoogachtend, drs. P. (Paul) R. Hager
    Streamer tekstproductie en communicatie-advies

  2. Luuk Van Waes says: | 04/11/2011 om 10:45

    Bedankt voor je reactie.
    Het is zeker niet de bedoeling van ons stukje om het belang van de eerste zin te ‘bagatelliseren’. Integendeel, we hebben willen aantonen dat die eerste zin cruciaal is voor veel teksten (en in hoge mate ook afhankelijk is van het tekstgenre). Vooral ook de misvatting die bij veel (beginnende) schrijvers bestaat dat die eerste zin ‘spontaan en vanzelf’ op het scherm komt hebben we proberen te thematiseren. In de bijdrage in Tekstblad gaan we daar iets uitvoeriger op in.
    Via korte referenties naar ons onderzoek hebben we daarnaast proberen aantonen dat onderzoek en praktijk soms moeilijk op elkaar af te stemmen zijn, zelfs als het onderzoek praktijkgeörienteerd is. Dat geldt ook voor onderzoek naar ‘de eerste zin’.

  3. Martijn Verboven says: | 06/11/2011 om 11:10

    Boeiend en prikkelend stuk met een uitdagende illustratie van een moeilijk dilemma waar ik als tekstschrijver/onderzoeker elke dag mee te maken heb… Bovendien voor mij een hernieuwde kennismaking met Tekstblad. Helemaal uit het oog verloren.
    Fascinerende onderzoekstechniek trouwens die hier geïllustreerd wordt.

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.