Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Paragraaf. Op Posted on 3 december, 2010by

Slapstick, taboe, overdrijving… Gebruik dit soort stijlfiguren maar niet in een tekst voor volwassenen. Die vinden het al gauw ‘flauw’ of ‘goedkoop’. Kinderen daarentegen smullen ervan, op veel jongere leeftijd dan tot voor kort werd aangenomen. Volgens een Canadees onderzoek kunnen kinderen al vanaf hun 4de jaar uit de voeten met ironie, zowel passief als actief.

Kinderen begrijpen ironie

In 1999 schreef Jan van Coillie, de Vlaamse goeroe op het gebied van kinderliteratuur: “Pas na hun twaalfde begrijpt een meerderheid van kinderen metaforen en ironie” (Leesbeesten en boekenfeesten). Tot voor kort was dat de gangbare opinie, maar een recent onderzoek van de vakgroep ontwikkelingspsychologie van de universiteit van Montreal wijst anders uit. Al vanaf hun 4de jaar begrijpen kinderen ironie, vooral overdrijving en sarcasme. Bovendien blijken ze zelf ook vormen van ironie toe te passen in hun taalgebruik.

Overdrijving is favoriet

Voor het onderzoek werden 39 gezinnen met elk 2 jonge kinderen gevolgd. Het taalgebruik van de ouders werd in kaart gebracht. Ze bleken geregeld overdrijvingen, understatements, sarcasme en/of retorische vragen te gebruiken in gesprekken met hun kinderen.

Begrepen die deze relatief abstracte formuleringen? Het antwoord is ‘ja’. Of iets preciezer: meestal wel. Slechts 1 kind kon helemaal niet uit de voeten met het niet-letterlijke taalgebruik van zijn of haar ouders, maar de rest begreep het meestal wel. Overdrijving blijkt verreweg de meest toegankelijke vorm van ironie te zijn; zelfs 4-jarigen snappen in dat geval dat ze het allemaal niet zo letterlijk hoeven te nemen.

Superscheten in de GVR

Veel kinderboekenschrijvers wisten dat trouwens allang. Roald Dahl bijvoorbeeld is de ongekroonde koning van de overdrijving. In zijn boek De GVR (1982), bestemd voor kinderen vanaf een jaar of 7, introduceert hij de Grote Vriendelijke Reus. Geen eng sprookjesfiguur, maar gewoon een vriendelijke oude man die nogal groot is uitgevallen. Hilarisch voor kinderen is de passage over het ‘flitspoppen’: zulke enorme scheten laten dat je als een raket de lucht in schiet.

Beter begrip in vertrouwde omgeving?

Volgens de onderzoekers was het belangrijk dat zij de kinderen in hun thuissituatie observeerden. Eerdere soortgelijke onderzoeken werden bijna altijd in een laboratorium-setting gedaan. Waaruit je misschien voorzichtig zou kunnen concluderen dat kinderen beter omgaan met niet-letterlijk taalgebruik in een vertrouwde omgeving.

Nu gaat het hier natuurlijk om verbaal taalgebruik, maar stel dat het zo is… Zou je dan als schrijver die vertrouwde omgeving voor jonge kinderen kunnen creëren, juist door het gebruik van overdrijving en (mild) sarcasme? Dat is wellicht een aardige hypothese voor een volgend onderzoek.

Verder lezen

http://www.telegraph.co.uk/science/science-news/8004253/Children-can-understand-irony-from-age-of-four.html

British Journal of Developmental Psychology, Volume 28, Number 2, June 2010 , pp. 255-274(20)

Reacties

Geen reacties over “Overdrijven is ook een vak”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.