Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Tekstblog. Op Posted on 23 november, 2010by

plaatje van tijdschrift Taal en TongvalZoals in onze evenementenkalender al stond aangegeven, was vorige week het jaarlijkse colloquium van het tijdschrift Taal en Tongval. Dit jaar was het thema: de rode en groene volgorde in het Nederlands, over verschillende mogelijkheden in woordvolgorde. Het colloquium vond plaats in de feestzaal van een roccocopaleis in Gent. Hans Bennis en Ben Hermans van het Meertens Instituut doen verslag voor Tekstblog.

Nederlands: een rare taal

In sommige opzichten is het Nederlands een nogal rare taal. We maken zinnen als “Ik denk dat de winkel vandaag geopend is”, maar we kunnen de volgorde van de laatste twee woorden ook omdraaien. Als we echter “3 uur” aan de eerste zin toevoegen, dan gaat dat ineens niet meer, want de zin “Ik denk dat de winkel vandaag 3 uur is geopend” klinkt op z’n minst raar. Dit soort eigenschappen van het Nederlands is vreemd, omdat ze in andere talen niet lijken voor te komen. Wetenschappers buigen zich daarom al jaren over de vraag waarom het Nederlands deze verschillende mogelijkheden in woordvolgorde heeft, en vooral ook in welk soort zinnen die  keuzemogelijkheden zich voordoen. Dit jaar was het jaarlijkse colloquium van het tijdschrift Taal en Tongval aan deze kwestie gewijd, een kwestie die in de taalwetenschap bekend staat onder de naam ‘het probleem van de rode en de groene woordvolgorde’.

Rode en groene volgorde

Waar gaat dat nu precies over, die kwestie van de groene en de rode volgorde? Een volgorde is groen als een deelwoord of een infinitief voorafgaat aan een hulpwerkwoord, zoals in:

  • “Ik denk dat hij gedronken heeft”
  • “Ik denk dat hij drinken wil”

De volgorde wordt rood wordt genoemd als de volgorde andersom is:

  • “Ik denk dat hij heeft gedronken”
  • “Ik denk dat hij wil drinken”.

De geschiedenis van deze wonderlijke variatie in woordvolgorde kwam uitgebreid aan bod in de lezingen van Evie Coussé uit Gent, tevens organisator van deze dag, en Ute Boonen uit Duisburg/Keulen. Onderzoek naar oude teksten laat zien dat de keuze tussen de rode en de groene volgorde al bestond in oudere stadia van onze taal, maar dat de voorkeur voor rood of groen per tijdvak verschilde

Hoofdvragen van het colloquium

Taalkundigen stellen zich de vraag waarom er twee volgordes zijn in het Nederlands en niet in de meeste andere talen. In het Engels, bijvoorbeeld, kan men beslist niet zeggen: “I think that he drunk has”. Ook willen taalkundigen weten in welk soort zinnen er meerdere volgordemogelijkheden zijn, en welke factoren ervoor zorgen dat er soms een voorkeur is voor de ene volgorde boven de andere. Wat hebben de taalkundigen op het colloquium nu precies gezegd over het probleem van de rode en de groene volgorde?

Verschil in geschreven en gesproken taal

Gert de Sutter uit Gent liet zien dat journalisten in geschreven taal vooral een voorkeur hebben voor de rode volgorde, terwijl uit onderzoek blijkt dat er in gesproken taal een voorkeur bestaat voor de groene.

De plaats van partikels

Een gerelateerd uniek kenmerk van het Nederlands is dat we partikels op verschillende plaatsen kunnen zetten. Partikels zijn kleine functiewoorden die niet tot een traditionele lexicale categorie behoren. In een zin als “Ik denk dat ze me wil bellen” kan het partikel “op” op twee plaatsen worden toegevoegd, voor of na “wil”. Een groep onderzoekers van de Radboud universiteit Nijmegen liet zien dat er een neiging bestaat om “op” direct voor “bellen” te plaatsen als het alternatief is dat het ver van het werkwoord komt te staan. Zo kan worden verklaard (zo kan verklaard worden) dat de volgorde “Ik denk dat ze me heeft willen opbellen” wordt  geprefereerd boven “Ik denk dat ze me op heeft willen bellen”.

De volgorde van werkwoorden in dialecten

Sjef Barbiers en Hans Bennis van het Meertens Instituut onderzochten de volgorde in drieledige werkwoordclusters in dialecten van het Nederlands. Gebruiken dialectsprekers de volgorde:

  • “Ik weet dat Jan gedronken moet hebben”,
  • “… moet hebben gedronken”
  • “… moet gedronken hebben”
  • “…gedronken hebben moet”?

Het is duidelijk dat sprekers van Friese en andere noordelijke dialecten kiezen voor de laatste volgorde, terwijl Vlaamse dialecten bij voorkeur de één na laatste volgorde gebruiken. De eerste volgorde komt voor in het hele taalgebied, en de tweede vooral in het Nederlandse deel van het taalgebied. De vraag die de sprekers trachtten te beantwoorden was hoe we deze spreiding kunnen verklaren en waarom twee andere, logisch mogelijke volgordes “… hebben moet gedronken” en “… hebben gedronken moet” helemaal niet voorkomen.

Een interessante dag

Bij elkaar was het een mooie dag waarin echte specialisten de verschillende aspecten van de groene en de rode volgordes op een interessante manier hebben bediscussieerd. De dag werd afgesloten met een goed glas champagne in een laat-barokke salon.

Reacties

2 Responses over “Rode en groene volgorde op het Taal en Tongval colloquium”

  1. Grappig dat een Belgische dit heeft onderzocht

  2. Interessante materie die zeker tot misverstanden kan leiden!

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.