Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van OOGT Communicatie. Op Posted on 25 januari, 2011by

Invloed van spelfouten

Kijk 5 minuten naar een aflevering van RTL’s The Voice of Holland en je ziet vanzelf de spelfouten op de Twitter-stream voorbij komen. ‘Vanavond The Voice of Holland kijken, ben benieuwt’, ‘Kim moet winnen maar ik denk dat het Ben word’ en ‘Net gestemt op Pearl’.  Niemand die hierop afgerekend wordt. Maar hoe zit het met spelfouten in (sollicitatie)brieven, direct mails of websites? En waar komen ze vandaan?

Effect op begrijpelijkheid en imago

Wordt de kracht van foutloos schrijven overschat? Stel je deze vraag aan mij, dan is het antwoord een volmondig nee. Kom ik een direct mail tegen met een spelfout, of zou ik als ondernemer een sollicitatiebrief ontvangen met ‘ik ben geinteresseert in deze functie’, dan belandt je brief wat mij betreft onder aan de stapel. Maar wat hebben de onderzoeksresultaten hierover te zeggen?

Eerder verscheen op Tekstblog ook een artikel over taalfouten: Hebben taalfouten invloed op imago? Daarin werd onder meer het onderzoek van Kloet, Renkema en Van Wijk (2003) besproken. Uit hun onderzoek bleek dat taalfouten voornamelijk van invloed zijn op de begrijpelijkheid van de tekst, niet op het imago van de zender. Afgaand op dit onderzoek kan mijn opvatting tegengesproken worden. Toch achtten Kloet, Renkema en Van Wijk het niet onmogelijk dat taalfouten wel degelijk invloed hebben op imago. Onderzoek van Yvonne Harm (2008) bewijst bovendien dat taalfouten er wel degelijk voor kunnen zorgen dat zenders en teksten negatiever overkomen. Taalfouten hebben een negatief effect op de geloofwaardigheid van de tekst, ongeacht het soort fout. Zelfs één fout zorgt al voor een kleinere geloofwaardigheid van zender en bronnen.

Fouten worden niet opgemerkt

Voordat spelfouten invloed kunnen hebben op imago, begrijpelijkheid of geloofwaardigheid, moeten deze uiteraard eerst worden opgemerkt. Dit gebeurt lang niet altijd. In het decembernummer (2010) van Onze Taal bespreekt Frank Jansen, communicatiedocent aan de Universiteit Utrecht, het effect van spelfouten. Hij onderzocht de waardering voor direct mail-brieven met en zonder spelfouten. Wat blijkt? De helft van de proefpersonen had de fouten niet eens gezien. Wie ze wel zag, waardeerde de brieven niet negatiever. De fouten hadden dus geen invloed op de waardering van de brieven. Het moge duidelijk zijn: over de (negatieve) invloed van spelfouten is geen eenduidige conclusie te trekken.

D, t of dt, een kwestie van woordbeeld

Voor veel mensen is de dt-spelling een ware crime. Het blijkt dat dit veroorzaakt wordt door het woordbeeld:  de werkwoordsvormen die het meest aanwezig zijn in ons geheugen komen het snelst naar voren wanneer we schrijven. 10 jaar geleden bewezen Sandra, Daems en Frisson van de Universiteit Antwerpen dat ons woordgeheugen meer invloed heeft bij het spellen dan de regels die we kennen. In dit woordgeheugen staan alle woorden die we lezen opgeslagen, en sommige vormen komen nu eenmaal meer voor dan andere. Een voorbeeld is het werkwoord ‘interesseren’. De vorm ‘geïnteresseerd’ komt hierbij het meest voor. Dit verklaart waarom veel mensen de fout ‘het interesseerd’ maken.

Woordgeheugen beïnvloedt spelling én herkenning van fouten

Lien van Abbenyen gaat in haar masterscriptie (2010) nog een stapje verder. Ze bewees dat ons woordgeheugen er niet alleen voor zorgt dat we dt-fouten maken, maar ook dat we ze bij het nalezen van onze tekst laten staan. Ze liet meer dan 80 studenten uit het hoger onderwijs reageren op woordcombinaties, met en zonder fouten. Na het lezen van deze woordcombinaties moesten de studenten zo snel mogelijk aangeven of de combinatie als correct Nederlands klonk. De spelling moesten ze dus negeren. De verwachting was dat studenten trager zouden reageren op een fout, omdat je spelling niet kunt negeren. Daarnaast werd verwacht dat er bij een foute spelling een snellere reactie optreedt als het om een vaak voorkomende vorm ging, zoals ‘ik wordt’. De resultaten waren als volgt:

  • Fouten die overeenkomen met weinig voorkomende werkwoordsvormen (zoals ‘hij word’ in plaats van ‘hij wordt’) storen meer.
  • Ons woordgeheugen zorgt ervoor dat we twijfelen als een grammaticaal foute vorm heel vaak in de geschreven taal voorkomt.
  • Een foutieve spelling als ‘hij begeleid’ merken we minder snel op dan een fout als ‘hij word’, simpelweg omdat ‘begeleid’ als vorm vaker voorkomt.

Werdt, vondt en veranderdt

politieagent op bureau twijfelt over spelling

Het effect van woordgeheugen is een aannemelijke verklaring voor fouten als ‘het interesseerd me’. Maar hoe zit het dan met fouten als ‘werdt’, ‘vondt’ en ‘veranderdt’? Deze vraag stelt Aleid Fokma van Onze Taal in haar column Dt bestaat niet. De vormen bestaan officieel niet, dus de verklaring van ons woordgeheugen gaat hier niet op. Fokma stelt dat de oorzaak op school ligt. We hebben immers geleerd dat er een dt-uitgang bestaat. Daarom redeneren we dat ‘hij veranderdt’ net zo goed kan als ‘hij wordt’. Maar eigenlijk bestaat de dt-uitgang dus helemaal niet.  Fokma: ‘Hij wordt is simpelweg de uitkomst van de regel ‘stam + t’. Bij worden leidt dat tot word + twordt, en bij veranderen tot verandert. Er komt dus nooit dt achter een werkwoordstam.’

Verder lezen

  • Aleid Fokma (2010), Dt bestaat niet
  • Jansen, F. (2010). Ontspannen over d en t. Hoe zwaar wegen spelfouten nog? Onze Taal, 79-12
  • Harm, Y. (2008). Het effect van taalfouten op tekstwaardering. Een experimenteel onderzoek naar de invloed van regelkennis en het vinden van taalfouten en het effect daarvan op de geloofwaardigheid van de tekst, de schrijver en aangehaalde bronnen.
  • Kloet, Renkema & Van Wijk (2003). Waarom foutloos schrijven? Het effect van taalfouten op tekstwaardering, imago en overtuigingskracht.

Reacties

16 Responses over “Spelfouten: hoe ontstaan ze en wat is hun effect?”

  1. […] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Kweek Communicatie en Corona de Wert, Tekstblog. Tekstblog heeft gezegd: #Spelfouten, vooral dt-fouten, worden nog steeds veel gemaakt. Hoe ontstaan ze en wat is hun effect? http://bit.ly/eVTMI8 […]

  2. […] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Nanneke van Drunen, Erik Jacobs. Erik Jacobs heeft gezegd: Interessant artikel over spelfouten: hoe ontstaan ze en wat is hun effect op begrijpelijkheid en imago. http://bit.ly/haQvwu […]

  3. Peter Nieuwenhuijsen says: | 28/01/2011 om 12:56

    Laatst las ik een advertentie voor een alternatief geneesmiddel waarvan ik me afvroeg of het wel deugde. Na enkele zinnen te hebben gelezen was ik al twee d/t-fouten tegengekomen. Ik wist toen zeker: dit is kwakzalverij.
    Ook in bovenstaande tekst blijkt dat d/t-fouten wél ‘een negatief effect op de geloofwaardigheid van de tekst’ hebben, al wordt er eerst een artikel aangehaald dat – blijkbaar voorzichtig – concludeerde dat het niet zo was. Het blijkt dus dat dit artikel achterhaald is en niet meer hoeft te worden genoemd in een samenvatting als deze.

  4. René van Wissen says: | 28/01/2011 om 15:12

    “Het effect van woordgeheugen is een aannemelijke verklaring voor fouten als ‘het interesseerd me’. Maar hoe zit het dan met fouten als ‘werdt’, ‘vondt’ en ‘veranderdt’? Deze vraag stelt Aleid Fokma van Onze Taal in haar column Dt bestaat niet. De vormen bestaan officieel niet, dus de verklaring van ons woordgeheugen gaat hier niet op.”

    Ik snap het voorbeeld in de eerste zin niet. Het woord ‘interesseerd’ bestaat voor zover ik weet ook niet.

  5. Ferry says: | 28/01/2011 om 16:34

    Ik heb de indruk dat er twee redenen zijn (behalve de al genoemde) waarom er zoveel fouten met d, t en dt gemaakt worden. De eerste is een verkeerde toepassing van een (in mijn ogen vreselijk) ezelsbruggetje: ‘langer maken’. Op mij vraag: Waarom schrijf je ‘hij veranderd’, antwoorden heel wat scribenten: het os toch ook ‘veranderde’? En dan is er nog wat ik noem de ‘t-angst’. Juist mensen die proberen correct te schrijven weten dat ze nog wel eens ten onrechte een slot-t gebruiken (uitspraakspelling). Om die t te vermijden, schrijft men dan maar ‘voor alle zekerheid’ een d.

  6. De verlengingsregele (langer maken) wordt in groep 4 aangeboden.
    De pv + de regel dat je daar de verleningsregel niet op mag toepassen wordt pas in groep 6 aangeboden. De leerling heeft dan al twee jaar lang ten onrechte de pv ook langer gemaakt (hij speelde –> hij speeld).
    Reden waarom Remedial Teachers van abcTaal.nl een leerling al in groep 3 grammatica aanbieden. Hij leert simpelweg de pv zoeken door de zin vragend te maken (= eerste woord van de vraagzin). En vervolgens leert hij dat we daar de regel ik-vorm + t op loslaten. Probleem opgelost ;-). Alle andere woorden in de zin mag je langer maken, niks mis mee!!

  7. haloewie says: | 28/01/2011 om 22:59

    Er zijn er ook die hij word promoten om schrijffouten te vermijden in de steektaal. Ten onrechte mijns inziens. Deze genitief duidt mijn reactie. Met het ezelsbruggetje “ik drink nooit thee, maar zet wel thee. Gij drinkt altijd thee, hij drinkt thee als hij tegenwoordig is”, is de zaak vrij eenvoudig. Ik word, gij wordt, hij wordt (want tegenwoordig) ik werd, gij werdt, hij werd (want verleden). Maar “gij” mag je niet meer, moogt ge niet meer gebruiken. Feit is dat dt nooit als uitgang aan een werkwoordstam mag toegevoegd worden, blijft de vraag: hoe vindt ge, vind je de stam. Ook eenvoudig: stel de vraag aan jezelf / uzelf : Speel ik met je / uw voeten? Was ik mij alle dagen onder de oksels en tussen de benen? Dan is speel en was de stam, behalve als was de verleden tijd van is is. Was ik maar bij moeder thuis gebleven!

  8. De vorm ‘werdt, vondt enz.’ is waarschijnlijk te wijten aan hypercorrectie. zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hypercorrectie.

  9. Marlies says: | 29/01/2011 om 10:51

    Volgens mij ligt het aan het taalniveau van de ‘ontvanger’ of taalfouten worden herkend en iemand worden aangerekend. Soms kom je een fout tegen in een boek, en dan wil ik dat de schrijver graag onder zijn neus wrijven. Koos van Zomeren schreef eens: de god van de christenen, de gewiekste van allemaal……….. Hij bergreep mijn kritiek pas toen ik als voorbeeld toevoegde: mijn dochter is mager dan ik. Vin ik leuk.

  10. Geinig hoor: de schrijver van bovenstaand artikel over spelvouten is zelf ook ’n beetje slordig geweest.
    Lees maar: “… De spelling moesten ze dus negeren. De verwachting was dat studeren trager zouden reageren op een fout, omdat je spelling niet kunt negeren.”
    En hier: “… Daarnaast werd verwacht dat de er bij een foute spelling een snellere reactie optreedt als het om een vaak voorkomende vorm ging, … ”
    Die “spelvouten” in mijn eerste zin staat er niet voor niets. Ook fouten kunnen een functie hebben. Ik ben een lezer die na een spelfout, en zeker een evidente, veel alerter verder leest. Met in mijn achterhoofd: dit is opzet, de auteur wil iets met die spelfout, dadelijk legt ie uit wat.
    Meestal gebeurt dat niet, maar die tekst is waarschijnlijk wel beter tot me doorgedrongen.
    Taal? It’s a bitch.

  11. wim baltussen says: | 29/01/2011 om 21:40

    Men lijkt meer en meer te vergeten dat spelling “maar” een (in wezen niet eens essentieel) aspect van een taal is. Spellingregels kunnen van de ene dag op de andere veranderen, een taal daarentegen evolueert geleidelijk. Ik erger me dan ook veel meer aan echte taalfouten (gallicismen, germanismen, anglicismen, verkeerd gebruikte woorden, enz) dan aan “fout” gespelde moeilijke woorden die men zelden of nooit gebruikt (cfr. het Groot Dictee!). Voor alle duidelijkheid: spelfouten in “alledaagse” woorden of dt-fouten vind ik onaanvaardbaar.

  12. HappyH says: | 29/01/2011 om 23:51

    Reactie op laatste reactie (van Ferry)
    Je schrijft zelf “Op mij… vraag” en “het Os toch…”
    Vind je niet dat je op z’n minst ZELF goed moet spellen voor je reageert op andermans spelfouten?
    Die t-angst herken ik overigens wel, als juist veroorzaker van foute en onzinnige d’s…

  13. Wie schrijft dat de vormen ‘werdt’ en ‘vondt’ officieel niet bestaan, kent zijn/haar taal niet.
    Immers, bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘ge’ of ‘gij’, dat weliswaar vooral in Vlaanderen voorkomt maar officieel Nederlands is, krijgt de werkwoordsvorm in de verleden tijd een ‘t’ erbij.
    We schrijven dus, officieel, ‘gij werdt’ en ‘gij vondt’.
    Wie dit niet gelooft, is vrij dit in de ANS op te zoeken.

  14. S. Van Regenmortel says: | 31/01/2011 om 14:57

    De sleutel is: je moet je woordgeheugen zeer kritisch benaderen. Zoals een databank voor spellingcontrole in een softwareprogramma dat doet, zo slaat het ook alle foutieve vormen op. Vooral met de huidige foutenvloed op het internet.
    De enige betrouwbare basis is de (overigens zeer eenvoudige) dt-regel. Schrijf, en denk zelfs vanuit die regel en niet vanuit woordopslag. Je zal nooit fouten maken.

  15. Age Huitema says: | 02/02/2011 om 22:27

    L.S.,

    Ik las eens een slogan van een beveiligingsbedrijf. Laten we dat bedrijf ‘NN’ noemen.

    Er stond: ‘NN beveiligd Friesland’.

    Leek mij geen een betrouwbare beveiliging.

  16. harry reintjes says: | 10/02/2011 om 00:43

    dt=gelul (sorry voor de onparlementaire uitdrukking)
    -het gaat toch gewoon over stam, of stam plus t., als het gaat over o.t.t./o.v.t.
    -verlengen is leuk bij voltooid deelwoord, maar ook daar gelden vooral de grammaticale regels
    -ook de invuling bij o.t.t. van lopen is leuk, maar eerst grammatica!!!
    -als docent Nederlands doe ik niet mee aan die “trucs”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.