Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Audrey Theunissen. Op Posted on 11 augustus, 2011by

Verhagen-twittertTwitter is een populair medium onder politici. Bijna 2 op de 3 Tweede Kamerleden heeft een account. Via Twitter communiceren ze met hun volgers in korte berichtjes van maximaal 140 tekens. De meeste politici staan niet bepaald bekend om hun beknopte taalgebruik, maar op Twitter worden ze als het ware gedwongen om in weinig woorden hun punt te maken. Hoe beïnvloedt deze limiet hun taalgebruik?

Eerder onderzoek naar taalgebruik van politici

Hoe politici zich op een medium als Twitter uitdrukken, was nog nooit onderzocht. Wel hun taalgebruik in bijvoorbeeld toespraken of debatten. Veel van deze onderzoeken of analyses, zoals die van Van Leeuwen (2009), Kuitenbrouwer (2010) en Mulder (2009),  richtten zich specifiek op het taalgebruik van Geert Wilders. Dit is niet zo vreemd, aangezien het taalgebruik van deze politicus waarschijnlijk een belangrijke factor is in zijn succes. Met mijn bacheloronderzoek koos ik ervoor om juist te kijken naar de verschillen in taalgebruik op partijniveau.

TaalintensiteitTweet Geert Wilders

Bij mijn analyse heb ik me geconcentreerd op het verschijnsel taalintensiteit. Mijn scriptiebegeleidster Christine Liebrecht doet onderzoek naar dit fenomeen. Taalintensiveerders worden door Schellens (2006) omschreven als ‘de formuleringsalternatieven die een schrijver kan gebruiken om zijn standpunt kracht bij te zetten’. Hierbij kun je denken als het toevoegen van woorden als heel of erg, maar ook aan woorden als fantastisch, rampzalig of spuugzat. Hoewel dergelijke woord(groep)en door bijvoorbeeld Van Leeuwen en Kuitenbrouwer niet werden aangeduid als taalintensiveerders, is geïntensiveerd taalgebruik volop aanwezig in het taalgebruik van politici.

Onderzoek onder 7 politieke partijen, 85 twitteraars, 1050 tweets

Ik verzamelde een corpus van 1050 tweets, die voor het grootste deel in de eerste 3 maanden van 2011 op internet verschenen. Deze tweets waren afkomstig van 85 Tweede Kamerleden van de 7 grootste partijen: VVD, PvdA, PVV, CDA, SP, D66 en GroenLinks. Van elke partij nam ik 150 tweets op, evenredig verdeeld over het aantal twitterende Tweede Kamerleden van elke partij.

Informatief versus evaluatief

Als eerste wilde ik graag weten hoe politici Twitter gebruiken: willen ze het volk laten weten waar ze mee bezig zijn of willen ze vooral hun mening ventileren? Het laatste bleek het geval: ruim 70% van de 1050 tweets bleek evaluatief van aard. De definitie van evaluativiteit was hierbij dat de twitteraar ‘zijn attitude of houding, standpunt of gevoelens over een bepaald onderwerp, persoon of situatie uitdrukt’. Tweets van de PVV bleken het vaakst evaluatief te zijn (76%), terwijl de CDA’ers juist het minst vaak hun mening gaven: in 64% van de gevallen. Opvallend was dat van enkele politici alle tweets in het corpus evaluatief bleken te zijn, namelijk die van de VVD’ers Klaas Dijkhoff en Cora van Nieuwenhuizen en die van PVV-leider Geert Wilders.

Hoog aantal intensiveerdersTweet Ineke van Gent

In totaal komen er gemiddeld 1.41 intensiveerders voor per evaluatieve tweet. Vergeleken met eerder corpusonderzoek naar taalintensiteit is dit aantal behoorlijk hoog. Ook vond ik duidelijke (en statistisch significante) verschillen tussen de 7 partijen. Zo gebruikt de PVV ruim 2 intensiveerders per tweet. Dat is bijna het dubbele van de PvdA, waarbij er gemiddeld 1.12 per tweet voorkwamen. Na de PVV bleek GroenLinks verrassend tweede wat betreft het aantal intensiveerders: 1.66 per tweet. Ook viel het op dat de ‘2 regeringspartijen, CDA en VVD, na de PvdA de minste intensiveerders gebruikten. Wellicht proberen oppositiepartijen bewust hun mening krachtig(er) te laten horen, ook op een medium als Twitter.

Uitroeptekens en HOOFDLETTERS?!

Tot slot categoriseerde ik alle gevonden intensiveerders op intensiverende kenmerken zoals woordsoort, stijlfiguur en typografie (het Taal Intensiteits Model (TIM) 2.0 van Bogers, 2008). Intensiverende typografie bleek het meest voor te komen in tweets van Tweede Kamerleden (ruim 25%). Het overgrote deel hiervan bestond uit één of meer uitroeptekens, maar ook hoofdletters (‘ALLE’) of combinaties van een uitroepteken en vraagteken (‘?!’) vielen in deze categorie. Verder gebruiken politici veel intensiverende bijwoorden (eindelijk, pas, erg) en intensiverende stijlfiguren (‘Limburgse jeugdzorg wordt door dit kabinet de nek omgedraaid, de staatssecretaris trekt haar handen ervan af.’). Bij GroenLinks bleken intensiverende stijlfiguren favoriet; mogelijk verklaart dit het hoge aantal intensiveerders van deze partij.

Wordt vervolgd?Tweet Farshad Bashir

Kennelijk leidt het beperkte aantal tekens dat in een tweet gebruikt mag worden – in elk geval bij Tweede Kamerleden – tot een korte, krachtige weergave van iemands mening, oordeel of gevoel. Of dit ook geldt voor andere twitteraars, zal onderzocht moeten worden. Een andere logische vervolgstap is om te onderzoeken wat het effect is van het hoge aantal intensiveerders dat politici gebruiken. Is het aan te bevelen om er weinig te gebruiken of juist veel? Of is er een (irritatie)grens die je niet moet overschrijden en zo ja: waar ligt die? Een andere vraag die nog openligt, is of en in hoeverre politici hun taalgebruik aanpassen op hun doelgroep. Het gebruik van taalintensiveerders zou onbewust kunnen zijn, maar ook juist heel bewust.

‘Let op je woorden’

In elk geval krijgen Twitter en andere sociale media een steeds belangrijkere rol in de samenleving. Qua volgeraantallen bereiken de tweets van politici al een aardig publiek, maar ook in traditionele media worden politici en andere prominenten steeds vaker geciteerd op basis van hun tweets. Gezien de mogelijke grootte van hun bereik is het – zeker voor politici – aan te raden om op Twitter ‘op hun woorden te letten’.

Verder lezen

  • Bogers, K. (2008). Een schril contrast: exploderende directiesalarissen en uitgeklede dienstverlening. Masterscriptie Nederlandse Taal en Cultuur. Radboud Universiteit Nijmegen.
  • Kuitenbrouwer, J. (2010). De woorden van Wilders en hoe ze werken. Amsterdam: De Bezige Bij.
  • Leeuwen, M. van (2009). Het hoofdzinnenbeleid van Wilders: Over de stijl van Geert Wilders en Ella Vogelaar. Tekst[blad], 2, pp. 6-11.
  • Mulder, N. (2009). Knettergekke ministers en ruggengraten van slagroom: Het gebruik van emotieopwekkende retorische middelen door Geert Wilders. Masterscriptie Universiteit Utrecht.
  • Schellens, P.J. (2006). Bij vlagen loepzuiver: Over argumentatie en stijl in betogende teksten. Inaugurele Rede Radboud Universiteit Nijmegen.

Reacties

Er is één reactie over “Taalintensiteit in tweets van politici”

  1. Sabine Verschoor says: | 15/08/2011 om 21:15

    Dag Freerk, Wat een leuk stukje (ben zelf ook politicus in mijn vrije tijd). Hoe gaat het met je? Boek nog bestseller geworden?

    hartelijke groet
    Sabine Verschoor

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.