Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Radboud Universiteit Nijmegen. Op Posted on 23 januari, 2012by

Goed foutDankzij internet is het nog gemakkelijker geworden om je mening bij een groot publiek onder de aandacht brengen. Maar of jouw oordeel positief of negatief is, heeft consequenties voor de formulering ervan. Onderzoek toont aan dat positieve evaluaties maar lastig kunnen winnen van negatieve. De woordkeuze goed is dan niet goed genoeg, er zal geïntensiveerd moeten worden.

 

Positieve en negatieve boodschappen hebben een andere werking op ontvangers. Cognitief psychologisch onderzoek toont aan dat negatieve uitingen krachtiger overkomen op de ontvanger dan positieve. Ze krijgen meer aandacht, wekken meer emoties op, hebben een grotere invloed op het gedrag en blijven langer en beter hangen in het geheugen.

Theorieën over kracht van negativiteit

Deze krachtige werking van negatieve boodschappen kan met 2 theorieën verklaard worden, die zich op verschillende niveaus afspelen:

  1. Cognitief niveau – evolutionair bepaald: mensen hebben automatisch de neiging om aanzienlijk meer aandacht te besteden aan onaangename (negatieve) dan aan aangename (positieve) informatie (de negativity bias).
  2. Communicatieniveau – aangeleerd gedrag: gebaseerd op sociale factoren hebben mensen de neiging om zaken vanuit de zonnige kant te bekijken en erover te vertellen (het Pollyanna principe). Schending van deze verwachting zorgt voor een krachtig effect van negatieve boodschap.

Leeg glas is leger

Diverse (Engelstalige) onderzoeken toonden inderdaad aan dat negatieve woorden als meer negatief worden gezien dan positieve woorden als positief. Dit geldt zelfs wanneer de woorden antoniemen zijn (bijvoorbeeld slecht versus goed). Een half leeg glas is, in de perceptie van de taalgebruiker, leger dan een half vol glas. De positieve-negatieve evaluatieschaal is bij deze ongemarkeerde uitingen dus uit balans (zie figuur).

Figuur polariteit leeg-vol glas

Maar wat gebeurt er met de gepercipieerde kracht van positieve en negatieve uitingen als die krachtiger (intensiever) verwoord worden? Dus wanneer een hotel niet met goed maar met geweldig beoordeeld wordt, of met verschrikkelijk in plaats van slecht? Is de evaluatieschaal dan nog steeds uit balans en zijn negatieve uitingen nog steeds krachtiger dan positieve?

Figuur polariteit met intensiveringen

Geïntensiveerde oordelen onderzocht

Daarom onderzochten we consequent het (mogelijke) krachtverschil tussen positieve en negatieve adjectieven en bijbehorende geïntensiveerde equivalenten. We maakten woordparen van evaluatieve antoniemen (zoals goed-slecht) met een geïntensiveerde variant (fantastisch-verschrikkelijk). Gecombineerd met een zelfstandig naamwoord leveren deze bijvoeglijk naamwoorden allerlei verschillende evaluaties op, zoals: Het bezoek was verschrikkelijk / slecht / goed / fantastisch. Participanten gaven op een 10-puntsschaal aan hoe krachtig zij dergelijke evaluaties vonden.

Er bleek dat ongemarkeerde negatieve oordelen (zoals slecht) als krachtiger werden ervaren dan ongemarkeerde positieve oordelen (zoals goed), net als de eerdere onderzoeken al aantoonden. Gebruikt de schrijver een intensivering in zijn evaluatie, dan wordt de kracht ervan sterker; zowel aan positieve als aan negatieve zijde. De geïntensiveerde positieve evaluatie (fantastisch) wordt dus als krachtiger gezien dan een ongemarkeerde positieve evaluatie (goed) (dit was aan de negatieve kant ook het geval (verschrikkelijk versus slecht)), maar dan nog wint de geïntensiveerde negatieve evaluatie het van de geïntensiveerde positieve. Ben je negatief, dan heb je dus altijd al een voorsprong. Ben je positief, dan zijn er sowieso intensiveringen nodig om nog enigszins krachtig over te komen. Goed is dus niet goed genoeg. Het moet geweldig, fantastisch of mieters zijn.

Dit onderzoek is gepresenteerd tijdens het VIOT-Congres op 22 december 2011 en is ter publicatie aangeboden voor bijbehorende bundel ‘Studies in Taalbeheersing 4’. Het onderzoek is onderdeel van mijn promotieonderzoek naar geïntensiveerd taalgebruik, onder leiding van promotoren Margot van Mulken en Peter Jan Schellens, en co-promotor Lettica Hustinx.

[Dit artikel verscheen ook op c.comm]

Verder lezen

  • Baumeister, R.F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C. & Vohs, K.D. ‘Bad is stronger than good’. Review of general psychology 5 (2001): 323-370.
  • Boucher, J. & Osgood, C.E. ‘The Pollyanna Hypothesis’. Journal of verbal learning and verbal behaviour 8 (1969): 1-8.
  • Fiske, S.T. ‘Attention and weight in person perception: the impact of negative and extreme behavior’. Journal of personality and social psychology 38 (1980): 889-906.
  • Jing-Schmidt, Z. ‘Negativity bias in language: a cognitive-affective model of emotive intensifiers’. Cognitive linguistics 18 (2007): 417-443.
  • Mulken, M. van & Schellens, P.J. ‘Over loodzware bassen en wapperende broekspijpen. Gebruik en perceptie van taalintensiverende stijlmiddelen’. Tijdschrift voor taalbeheersing 34 (te verschijnen).
  • Rozin, P. & Royzman, E.B. ‘Negativity bias, negativity dominance, and contagion’. Personality and social psychology review 5 (2001): 296-320.

Reacties

Er is één reactie over “Waarom goed niet goed genoeg is”

  1. Frans van Rijn says: | 26/01/2012 om 19:55

    Dag Christine,

    Hiermee kunnen media goed nieuws ook uitdagend maken!

    Mvg Frans

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.