Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Gaaf communicatie. Op Posted on 8 juni, 2011by

VraagtekensDe retorische vraag wordt veel gebruikt in persuasieve teksten, zoals gezondheidsvoorlichting en reclame. Toch weet lang niet iedereen wat een retorische vraag precies is en wanneer je deze het beste kunt gebruiken. Het Communicatiebeginsel (Van Eemeren en Grootendorst, 1992) biedt hulp bij het identificeren van retorische vragen. Empirisch onderzoek wijst uit dat de vraag zeer effectief kan zijn in persuasieve teksten.

Een vraag met bekend antwoord

Is ‘Wilt u het beste voor uw hond’ in een advertentie voor hondenvoer een retorische vraag? En de vraag ‘Zo kunnen we toch niet blijven doorgaan?’ tijdens de jaarlijkse ledenvergadering van een voetbalclub? Beide vragen zijn retorische vragen. Het zijn geen echte vragen, omdat het antwoord erop al bekend is. Bovendien bedoelt de schrijver de uitspraak niet als een vraag (Slot, 1992). In persuasieve teksten heeft de retorische vraag vooral de functie van argument of standpunt. De vragen ‘benadrukken welke overtuiging de lezer en schrijver delen of verondersteld worden te delen’ (Burger & de Jong, 2002).

Indirecte taalhandelingCartoon retorische vraag

Een retorische vraag is een indirecte taalhandeling. Bij een indirecte taalhandeling is er altijd sprake van zowel een letterlijke als een bedoelde handeling. In het geval van de retorische vraag is ‘vragen’ de letterlijke taalhandeling, terwijl ‘beweren’ wordt bedoeld. Een indirecte taalhandeling kun je identificeren aan de hand van het Communicatiebeginsel van Van Eemeren en Grootendorst (1992). Door de regels van dit beginsel na te lopen, kun je gemakkelijk bepalen of een vraag retorisch is of niet.

Het Communicatiebeginsel als checklist

Het Communicatiebeginsel stelt: wees duidelijk, eerlijk, efficiënt en ter zake. Dat geldt voor alle sprekers en alle taalhandelingen. Aan de hand van het Communicatiebeginsel kun je bepalen of een spreker de regels naleeft of overtreedt. Voor vragen houden de regels het volgende in:

  • Wees duidelijk: uit de inhoud en functie moet blijken dat er sprake is van een vraag
  • Wees efficiënt: de schrijver weet het antwoord op de vraag (nog) niet en het is vooraf onduidelijk of het antwoord van de lezer de gewenste informatie oplevert
  • Wees eerlijk: de schrijver is geïnteresseerd in het antwoord op de vraag
  • Wees ter zake: de schrijver gebruikt de vraag om de lezer informatie te ontlokken

Overtreedt de schrijver één van deze regels? Dan heb je te maken met een indirecte taalhandeling en mogelijk een retorische vraag.

’Wilt u het beste voor uw hond?’

Beste hondenkoekjesHet werken met het Communicatiebeginsel is goed te illustreren aan de hand van de zin ‘Wilt u het beste voor uw hond?’. Dit is overduidelijk een vraag – al is het alleen maar vanwege het vraagteken aan het eind van de zin. De vraag wordt gebruikt in een advertentie voor hondenvoer. Het gaat dus om een persuasieve tekst, bedoeld om lezers te overtuigen om een bepaald merk hondenvoer te kopen. Je kunt in dit geval betwijfelen of de vraag werkelijk als vraag is bedoeld. Waarom? Omdat er overduidelijk een aantal regels worden overtreden.

Overtreding van de regels van het Communicatiebeginsel

Ten eerste is de schrijver niet eerlijk want hij of zij is beslist niet geïnteresseerd in het antwoord van de lezer. De schrijver verwacht en wil geen letterlijke reactie, zoals: ‘Ja! Ik wil het beste voor mijn hond!’. Bovendien weet de schrijver het antwoord op de vraag zelf al. Want natuurlijk wil ieder baasje het beste voor zijn hond! De schrijver gebruikt de vraag om deze overtuiging indirect uit te drukken. De letterlijke vraag is dus overbodig en daarmee niet efficiënt. Bovendien is de vraag niet ter zake in deze context. Want waarom stel je een vraag als je niet geïnteresseerd bent in het antwoord én het antwoord zelf al weet? De taalhandeling is dus duidelijk géén poging om informatie aan de lezer te ontlokken. Deze overtredingen maken de vraag tot een retorische vraag.

Retorische vragen stimuleren de lezer om een oordeel te geven

Je kunt je afvragen waarom de schrijver gebruikmaakt van een retorische vraag in plaats van een bewering in stellingvorm. In een advertentie speelt aandacht een grote rol. Want retorische vragen trekken de aandacht van lezers (Hoeken, Hornikx en Hunstinx, 2009). Maar de 2e functie van retorische vragen is minstens zo belangrijk. Hoeken, Hornikx en Hustinx stellen dat retorische vragen lezers stimuleren om argumenten zorgvuldig af te wegen en een oordeel te vormen, terwijl stellingen dat niet doen (2009, p. 107). Of je dit effect bereikt, is afhankelijk van de plaats van de retorische vraag.

Retorische vraag effectief bij argumentatie

vitaminesHoward deed in 1990 experimenteel onderzoek naar het effect van de retorische vraag in een persuasieve tekst over het slikken van vitaminen. Hij plaatste de vraag afwisselend voor of na argumentatie en vroeg lezers achteraf in hoeverre zij overtuigd waren van het nut van vitaminen. De uitkomst: wanneer de retorische vraag volgde op argumentatie, bleken lezers meer overtuigd. Als de vraag vóór de argumenten kwam, ging dit effect verloren. Howards verklaring: “Als de vraag [..] volgt op de argumenten, nemen lezers bij het beantwoorden van de vraag de argumenten mee die ze zojuist hebben gelezen” (Hoeken, Hornikx & Hustinx, 2009).

Overtuigen of aandacht vragen?

Kortom: wil je lezers overtuigen? Dan is het devies: plaats de retorische vraag na argumentatie. Zo stimuleer je lezers om jouw argumenten zorgvuldig af te wegen en zelf tot het door jou gewenste oordeel te komen. Wil je aandacht? Dan plaats je de retorische vraag pontificaal als titel of voorafgaand aan de argumentatie. Maar wees bewust van je doel en het risico. Want wie wil er lezers verliezen?

Verder lezen

  • Eemeren, F. H. van & Grootendorst, R (1992) Argumentation, communication, and fallacies. A pragma-dialectical perspective. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.
  • Hoeken, H., Hornikx, J. & Hustinx, L. (2009) Overtuigende teksten. Onderzoek en ontwerp. Bussum: Uitgeverij Coutinho
  • Howard, D.J. (1990) ‘Rhetorical question effects on message processing and persuasion: The role of information availability and the elicitation of judgment’. In: Journal of Experimental Social Psychology, 26, 3, p. 217-239.
  • Slot, P. (1992) ‘Hoe kan je dat nou doen? De reconstructie van retorische vragen’. In: Tijdschrift voor Taalbeheersing, 14, 1, p. 17-29.

Reacties

Geen reacties over “Wie kent de retorische vraag niet?”

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.