Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van Vrije Universiteit. Op Posted on 10 november, 2010by

Wilders in debatHet taalgebruik van Geert Wilders tijdens verkiezingsdebatten valt op. Hoe verschilt Wilders van zijn collega’s Alexander Pechtold, Femke Halsema, Mark Rutte en Pieter van Geel qua taalgebruik? Het Linguistic Category Model (LCM) en de tijdens de debatten gebruikte retorische middelen bieden inzicht.

Ingroup en outgroup

Kijk je naar taal in het politieke debat , dan kun je grofweg een onderscheid maken tussen uitspraken over de eigen partij en achterban (de ingroup) en uitspraken over politieke tegenstanders (de outgroup). Bij Wilders kunnen we aan die laatste categorie nog een extra outgroup toevoegen: de Islam. Het taalgebruik van Wilders over groepen is zo opvallend, dat het me interessant leek een vergelijking met andere politici te trekken. Als basis hiervoor gebruikte ik het Linguistic Category Model.

Linguistic Category Model

In het Linguistic Category Model (Semin & Fiedler, 1988)  staan uitspraken over in- en outgroups centraal. Het model leent zich daarom uitstekend voor dit onderzoek. Het LCM vindt zijn oorsprong in de psychologie. Het model gaat uit van de veronderstelling dat mensen onbewust een bepaalde mate van abstractie meegeven aan een boodschap over een bepaalde groep. Zo maakt een concrete term een gedraging bijzonder en maakt een abstracte term een gedraging normaal. Ook politici geven een bepaalde mate van abstractie mee aan hun uitspraken. Pechtold zei over de overwinning van Wilders tijdens de Europese verkiezingen van 2009: “Ik heb hem de hand geschud”. Met deze uitspraak maakt hij de boodschap concreet door de fysieke handeling van de gedraging te noemen. Een abstracte term werkt daarentegen generaliserend. Een voorbeeld hiervan is de volgende uitspraak van Pechtold over Wilders: “U bent een democratisch fenomeen”. Door de abstracte termen ‘democratisch’ en ‘fenomeen’ te gebruiken, generaliseert Pechtold.

De Linguistic Intergroup Bias

Met behulp van het LCM heb ik de Linguistic Intergroup Bias (LIB) (Maass, Salvi, Arcuri & Semin, 1989) achterhaald. Het LIB staat centraal binnen mijn onderzoek en laat zien dat een spreker of schrijver een hogere mate van abstractie gebruikt om ingroup gedrag te steunen en outgroup gedrag te verwerpen.

Iemand spreekt vooral in abstracte termen als het gaat om:

-Een negatieve gedraging van de outgroup: “U gijzelt Nederland nu al drie jaar met de meest krankzinnige voorstellen” (Halsema over Wilders).

-Een positieve gedraging van de ingroup: “Dat zijn dus ook kansarme immigranten uit niet-moslimlanden” (Rutte over eigen partijstandpunt).

Iemand spreekt daarentegen vooral in concrete termen als het gaat om:

-Een positieve gedraging van de outgroup: “Of je gedraagt je” (Wilders over goede Moslims).

-Een negatieve gedraging van de ingroup: “Ik beledig u enorm” (Rutte over verspreking).

Onbewust gebruik van LIB

Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat sprekers de LIB onbewust gebruiken (Maass et al., 1989). Maar het is maar de vraag of dit wel zo is in de praktijk. Het aanvallen van de opponent (outgroup) en het verdedigen van de eigen partij (ingroup) zijn geen onbewuste psychologische processen. Zeker niet in de politiek.

Opmerkelijk: geen verschillen

De resultaten van dit onderzoek laten, tegen de verwachtingen in, geen verschillen zien tussen de politici wat betreft de LIB binnen verkiezingsdebatten. Ook Wilders spreekt dus niet meer of minder volgens de LIB dan de overige politici. Hij maakt dus niet in hogere mate gebruik van abstractie om ingroup gedrag te steunen en outgroup gedrag te verwerpen. Wel bewijzen de politici de aanwezigheid van de LIB in taalgebruik binnen verkiezingsdebatten:

  • Alle politici proberen de ingroup te beschermen en de sociale identiteit met hun taalgebruik te versterken (Maass, Ceccarelli & Rudin, 1996).
  • Alle politici spreken in abstracte termen over standpunten van hun eigen partij (Rubini & Semin, 1994).
  • De outgroup wordt als homogeen ervaren en in bijna alle gevallen voorzien van een negatieve waarde en abstract taalgebruik. Een uitspraak van Wilders illustreert dit: Wilders:“De islam is een gevaarlijke, een kwaadaardige ideologie”.

Wilders en retoriek: een populistische werkwijze

Er is binnen dit onderzoek ook gekeken naar de manier waarop politici retorische middelen gebruiken. De resultaten tonen aan dat Wilders een populistische werkwijze hanteert. Kenmerken van populistische bewegingen zijn:

  • Het gebruik van negatief en radicaal taalgebruik (Taggart, 2002);
  • Het spreken in korte zinnen met veel overdrijving en sarcasme (Tarchi, 2002);
  • Het ventileren van politiek ongewenste standpunten (Canovan, 1999).

Wilders voldoet aan al deze criteria. Hij gebruikt in bijna de helft van zijn uitspraken een retorisch middel. De andere politici doen dit daarentegen in ongeveer 1 op de 3 uitspraken. Wilders spreekt ook opvallend veel in negatieve termen. Dit gebeurt zelfs in bijna de helft van zijn uitspraken over de Islam.

‘Holle vaten klinken het hardst’

Het is duidelijk dat Wilders zich op verschillende manieren onderscheidt van de overige politici. Hij bezit een heldere outgroup, bedrijft politiek volgens een populistische werkwijze en maakt veelvuldig gebruik van retorische middelen. Het is echter de vraag of een populistische werkwijze moreel verantwoord is binnen de politiek, aangezien standpunten en niet het taalgebruik  de stemmer over de streep zouden moeten trekken. Het spreekwoord ‘holle vaten klinken het hardst’ lijkt de politieke werkwijze van Wilders in één zin samen te vatten.

Abstract en concreet taalgebruik in teksten

Het is interessant om erover na te denken welke rol de LIB speelt binnen teksten. In gesproken taal is bewezen dat vooroordelen vooral abstract geformuleerd worden, voor teksten is dat bewijs er nog niet. Toch lijkt het logisch dat we deze lijn kunnen doortrekken van gesproken naar geschreven taal. Door vooral in abstracte termen over de outgroup te schrijven, kun je vooroordelen over de outgroup overbrengen op het publiek. Het schrijven in concrete termen maakt daarentegen een bepaalde gedraging ‘speciaal’. Die woorden reserveer je daarom liever om positieve punten van ingroup te benadrukken.

Verder lezen

Canovan, M. (1999). Trust the people! Populism and the two faces of democracy. Political Studies, 47 (1), 2-16.

Maass, A., Ceccarelli, R., & Rudin, S. (1996). Linguistic intergroup bias: Evidence for in-group-protective motivation. Journal of Personality and Social Psychology, 71(3), 512-526.

Maass, A., Salvi, D., Arcuri, L., & Semin, G.R. (1989). Language use in intergroup contexts: The linguistic intergroup bias. Journal of Personality and Social Psychology, 57(6), 981-993.

Rubini, M., & Semin, G.R. (1994). Language use in the context of congruent and incongruent ingroup behaviors. British Journal of Social Psychology, 33, 355-36.

Semin, G.R., & Fiedler, K. (1988). The cognitive functions of linguistic categories in describing persons: Social cognition and language.Journal of Personality and Social Psychology, 54(4), 558-568.

Taggart, P. (2002). Populism and the pathology of representative politics. In Y. Mény & Y.

Tarchi, M. (2002). Populism Italian style. In Y. Mény & Y. Surel (Eds), Democracies and the populist challenge (pp. 120-138). New York: Palgrave.


Reacties

Er is één reactie over “Wilders versus ‘de rest’”

  1. […] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Tekstblog, Tekstblog. Tekstblog heeft gezegd: Hoe verschilt het #taalgebruik van Wilders van dat van andere politici? http://bit.ly/cf73AQ #LCM #LIB […]

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.