Tekstblog: een onafhankelijk, online platform voor tekst- en communicatieprofessionals

 

Door: van de schone schrijfster. Op Posted on 4 november, 2011by

Een column schrijven moeilijk? Ja! Maar oefening baart kunst. En een paar goeie tips helpen ook. Over grijnzende insecten, blote benen en archaïsmen.

Allereerst: wat is een column eigenlijk? Een column is een korte tekst waarin de auteur zijn mening ventileert. Liefst met humor en op licht provocerende wijze. Van Dale rept van een ‘regelmatige, min of meer kritische bijdrage aan een krant of weekblad’. Maar vanzelfsprekend verschijnen columns ook op internet. Er zijn echter wel verschillen met een blog: de frequentie van een column is lager en de schrijver schaaft er meer aan. De column krijgt hierdoor meer diepgang en is langer houdbaar. Een goede column trekt een regelmatig lezerspubliek aan en is vaak een begrip.

Is een blog dan minder lezenswaardig? Natuurlijk niet. Maar, stelt Geert Noels op Econoshock.be: “Een blog is een niemendalletje met grote voordelen: links, achtergrondinformatie, beeld en geluid … Het kan allemaal makkelijk worden bijgevoegd, en de blog wordt daardoor een completere belevenis.”
5 schrijftips voor het schrijven van een column.

Tip 1: Bouw op

Een column is kort. Daarom is iedere zin van belang. De eerste en de laatste zin verdienen echter speciale aandacht. Maak je eerste zin uitdagend en prikkelend. En houd er rekening mee dat een goede column ‘rond’ is: de laatste zinnen slaan terug op beweringen die je eerder in je column deed. Met deze opbouw zorg je ervoor dat je lezer door blijft lezen – van begin tot eind.

Tip 2: Kies je stijl

Sober of barok: zoek een stijl die bij je past. Martin Bril had een no-nonsense-schrijfstijl: korte zinnen, eenvoudige woorden. Daarmee wist hij de spanning op te bouwen. Kijk maar naar het begin van zijn befaamde column ‘Rokjesdag’ uit het Parool: 

Rokjesdag is een wonderlijke dag. Als bij toverslag zijn de straten ineens gevuld met blote benen. Het wonder is dat de bijbehorende dames hierover van tevoren geen overleg hebben gevoerd. Er is ook geen oproep op televisie geweest, of een speciaal radiobericht. Ze voelen aan dat het kan.

Sylvia Witteman daarentegen maakt regelmatig uitvoerige bijzinnen vol opsommingen en gebruikt licht archaïsche taal. Zoals in de column ‘Luis’:

Afschuwelijke verhalen had ik gehoord van collega-moeders, die maandenlang dagelijks al het beddengoed wasten op 200 graden en het hele gezin inclusief poes, goudvis en vierennegentig teddyberen te lijf gingen met DDT, Agent Orange of andere enge middeltjes uit flesjes waarop ten overvloede een plaatje van een decimeters groot, grijnzend insect stond afgedrukt, compleet met idioot veel harige poten.

Tijdens een training ‘Zakelijk schrijven’ zou zo’n zin van 59 woorden genadeloos als ‘onleesbaar’ worden bestempeld. In een column kan het. Graag zelfs.

Tip 3: Overdrijf

Zet de dingen des levens zwaar aan in je column. Maak gebeurtenissen groter en dramatischer dan ze in werkelijkheid zijn. En formuleer je mening scherp en met humor. Bij een saai verhaal haakt je lezer af. Een voorbeeld uit de column ‘Toch’ van Paulien Cornelisse (‘Taal is zeg maar echt mijn ding’, 2009):

Ik vermoed dat het overmatig gebruiken van ‘toch’ iets te maken heeft met onze calvinistische moraal. Alsof je na een toch-zin altijd nog kunt zeggen: ‘Ondanks dat wij allen zondaars zijn.’ Dus zo: ‘Wat zitten we toch lekker, al verdienen we het natuurlijk te branden in de hel’.

In de maandelijkse column die ik voor Stichting Stiefmoeders schrijf, mag ik de positie van de stiefmoeder en het leven in een samengesteld gezin ook graag wat zwaarder aanzetten.

Tip 4: Kort in

Een column is kort: tussen de 250 en 450 woorden. Daarin schuilt de kracht van de column. Elke zin doet ertoe en is de moeite van het lezen waard. Leg daarom niet te veel uit. Houd je in. Ook als je column af is, kun je nog makkelijk 10 tot 20% van je tekst schrappen.

Tip 5: Lees

Lezen inspireert. Kijk hoe anderen het doen, maar imiteer niet en ontwikkel je eigen stijl. Daarnaast: ook al heb je geen plannen ooit een column te gaan schrijven – columns lezen is leuk! Mijn favorieten: Sylvia Witteman en Aaf Brandt Corstius in ‘Volkskrant Magazine’, Rob Schouten en Ephimenco in ‘Trouw’ en Claudia de Breij in ‘Opzij’.

 

Deze blog verscheen op 8 augustus op Schoneschrijfster.nl, de website van Olga Leever.

Reacties

Er is één reactie over “Zo schrijf je een column”

  1. Ik heb er vaak over nagedacht om een ”column”-blog te beginnen. Echter moet je als columnist wel tegen de nodige bedreigingen kunnen heb ik het idee (onder het motto ‘wie de bal kaatst kan hem terug verwachten’) .

    Deze handige tips helpen beginnende columnisten wel goed op weg!

Schrijf een reactie

Op deze pagina kunnen geen comments worden geplaatst.